Duizenden arbeiders legden voor 30 cent per uur de Maas recht
Bidden. Dat was nog het enige dat er op zat. Het was de laatste dag van het jaar 1925 en zware regenval en dooiende sneeuw joegen de waterstand in de Maas op tot recordhoogte. Door de storm beukte al dat water tegen de kwetsbare dijken. De gebeden werden niet verhoord. Die oudejaarsdag brak de dijk bij Overasselt aan de overkant bij Grave door. Een dag later – op nieuwjaarsdag 1926 – begaf de dijk bij Cuijk het.
Van Nijmegen tot Den Bosch is het dan één watervlakte. Wonder boven wonder vallen er geen doden, maar duizenden mensen worden dakloos. Het was de directe aanleiding voor de kanalisatie van de Maas tussen Grave en Den Bosch, die de rivier bijna 20 kilometer korter zou maken. En het hielp: de watersnood van 1926, nu precies honderd jaar geleden, was de laatste grote overstroming in dit gebied.
Tot dan hoorde watersnood bij het gewone leven. De hoofdpersonen in de Omroep Brabant-podcast ‘Moord aan de Dijk’, Toon en Piet Verhoeven, wisten daar alles van. Vooral de overstroming van 1880, die ze als kind meemaakten, maakte diepe indruk. 500 meter dijk tussen Oijen en Lithoijen spoelde weg.
IJsberg
Voor dijkbewoners zoals Toon en Piet was het vaak een angstig bestaan. Vooral in de winter als het vroor kon het riskant worden. IJsschotsen ging kruien en blokkeerden de rivier, waardoor het water geen kant meer op kon. Een dagblad uit die tijd beschrijft hoe zich in de Maas een soort ijsklomp vormde van 200 meter lang, 140 meter breed en 5 meter dik. En ook als het begon te dooien duurde het lang voordat zo’n ‘ijsberg’ verdwenen was.
Beluister het verhaal over de moord op Toon en Piet hieronder of zoek hem op in je favoriete podcast-app.
Na de watersnood in 1926 werd een ingrijpend plan bedacht om tien scherpe rivierbochten tussen Grave en Den Bosch af te snijden. De lengte van dit deel van de Maas zou op die manier worden ingekort van 56,5 kilometer naar 37,5 kilometer. Het was nogal een ingreep in het landschap. Het dorp Keent bij Grave was Gelders, maar kwam opeens in Brabant te liggen. En de Brabanders in het dorpje Alem bij Maren-Kessel werden op een ochtend wakker als Gelderlander.
Het was fijn voor de schippers, die daardoor sneller hun bestemming bereikten. Maar het allerbelangrijkste: de rivier zou daardoor 3200 kuub water per seconde kunnen afvoeren in plaats van 1200 kuub tot dan toe. Om te voorkomen dat de rivier in de zomer droog zou vallen werden op verschillende plekken stuwen gemaakt, onder meer in Grave en Lith.
De uitvoering van het werk valt samen met de enorme economische crisis van de jaren 30 en hoge werkloosheid. De kanalisatie van de Maas wordt het grootste werkverschaffingsproject van Nederland. Duizenden werklozen beulen zich af in de uiterwaarden. Met de schop graven ze een nieuwe loop voor de rivier uit. Het uurloon voor al dat werk in de zuigende rivierklei: 30 cent per uur.
Roofmoord
Ook voor de deur van Toon en Piet Verhoeven aan de Oijense Benedendijk in Oijen wordt een bocht afgesneden. Het is dan mei 1934, en de bejaarde gebroeders Verhoeven staan op de dijk te kijken. Bij de arbeiders gaat het verhaal rond dat de broers geld in hun boerderijtje verbergen. Het zal leiden tot een geruchtmakende roofmoord die in de podcast ‘Moord aan de Dijk’ tot in detail wordt beschreven.
Als de doorsteek bij Oijen opengaat, is het 23 augustus 1934. Toon Verhoeven zal dat niet meemaken, en ook Piet woont dan door alle gebeurtenissen niet meer aan de dijk. Het boerderijtje van de broers is afgebroken.
Maar de Maas stroomt als nooit tevoren. Iedereen blij. Nou ja... bijna iedereen. Schrijver Antoon Coolen schreef in datzelfde jaar 1934 zijn boek ‘Dorp aan de Rivier’ dat speelt in Lith aan de Maas. Hij schrijft met bittere ondertoon:
‘Er komt een dag dan (…) hebben handen het water der rivier in een nieuwe bedding geleid (…) dan is de rivier rechter en korter. Mijn God, rechter en korter…’
