Ontdek
STUIFMAIL

Wat voor zaadjes liggen overal op straat? Frans legt het uit

Vandaag om 08:30 • Aangepast vandaag om 12:17

Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een hele bijzondere ontdekking in Moergestel, aan koortsvliegen waarbij mannetjes dikke bruine ogen hebben, een niet gevaarlijke en prachtige boktor, bloemen die lijken op traditionele Indiaanse dekens en iependubbeltjes, ook wel iepensneeuw genoemd. Deel twee van deze Stuifmail wordt zondagochtend gepubliceerd.

Brabant, poëzie van landschap en maatschappij.
Brabant, poëzie van landschap en maatschappij.

De Stuifmailvraag:
Insecten zijn ongewervelde dieren met zes poten, een lichaam dat bestaat uit kop, borststuk en achterlijf, en meestal twee paar vleugels. Waarom behoren vliegen toch bij de insecten? 

Graag je antwoord sturen naar [email protected]  

De winnaar krijgt de eer en een prachtig boek met als titel Brabant, poëzie van landschap en maatschappij, geschonken door het Van Gogh Nationaal Park.

Zondag tussen elf uur ’s ochtends en twaalf uur ’s middags hoor je het antwoord op Omroep Brabant radio.

Een eikenkameelhalshoutwesp (foto: Luuk Meulendijks).
Een eikenkameelhalshoutwesp (foto: Luuk Meulendijks).

Mail van Luuk Meulendijks
Beste Frans, een soort wesp liep rond in een tuin in Moergestel. Na tien minuten op de grond te hebben gelopen, vond ze het genoeg en vloog ze weg. Wij hadden dit insect nog nooit gezien en na wat speurwerk denken wij dat het gaat om de eikenkameelhalshoutwesp, die pas sinds 2020 is gespot in Nederland, vooral in Limburg en Brabant. De eikenkameelhalshoutwesp houdt van hout van eik, esdoorn en iep. Omdat hout weinig voedingsstoffen bevat, leven de larven in symbiose met schimmels die hen van de nodige voedingsstoffen voorzien. De vrouwtjes zetten bij het leggen van de eieren tegelijkertijd schimmelsporen af. Deze sporen worden al tijdens het larvestadium verzameld en opgeslagen in speciale klieren, vlak boven de basis van de legboor.

Twee koortsvliegen (foto: Margot Reijnders).
Twee koortsvliegen (foto: Margot Reijnders).

Zijn dit twee koortsvliegen en zijn ze op de tweede foto aan het paren?
Margot Reijnders zag twee koortsvliegen in de stiltetuin bij de kerk in haar dorp en stuurde mij twee foto’s. Ze vraagt zich af of er een verschil is tussen man en vrouw en of de man rode ogen heeft. Ook is Margot benieuwd of de koortsvliegen op de tweede foto aan het paren zijn.

Op de eerste foto zie je inderdaad twee koortsvliegen, waarbij het mannetje een andere kleur ogen heeft. Deze zijn niet rood, maar heel donkerbruin en het zijn grote, samengestelde ogen die bijna de hele kop bedekken. Op de eerste foto is dit goed te zien. Daarnaast zijn de mannetjes een stuk kleiner dan de vrouwtjes en hebben zij doorzichtige, enigszins heldere vleugels, in tegenstelling tot de vrouwtjes.

Paring van 2 koortsvliegen (foto: Margot Reijnders).
Paring van 2 koortsvliegen (foto: Margot Reijnders).

Op de tweede foto zijn inderdaad twee koortsvliegen aan het paren. Zo’n paring begint net als bij rouwvliegen. Grote zwermen mannetjes hangen boven graslanden of vegetatie om vrouwtjes te lokken. Als een vrouwtje omhoog vliegt, komt ze in die zwerm terecht en grijpt een mannetje haar vast, waarna de paring in de lucht begint. Ze draaien hun achterlijven naar elkaar toe en blijven zo stevig vastzitten; dit kun je op de tweede foto zien.

Daarna vliegen ze al parend verder in een trage vlucht, maar soms zie je ze al parend uitrusten op een blad.

Die hele paring kan enkele dagen duren. Als de paring wordt afgebroken, duikt het vrouwtje meteen de bodem in. Daar, het liefst in humusrijke grond, legt ze haar eitjes. Kort daarna sterven beide volwassen koortsvliegen.

De paring van lindepijlstaartvlinders (foto: Anjo Brock).
De paring van lindepijlstaartvlinders (foto: Anjo Brock).

Er zitten twee vlinders aan elkaar vast, wat is er aan de hand?
Frans en Anjo Brock zagen twee vlinders die aan elkaar vastzaten en vroegen zich af wat daar gebeurde. Wat zij zagen, was de paring van twee lindepijlstaarten. Deze prachtige nachtvlinders hebben grote, vaak groenige vleugels met ook wat bruine kleuren. Het zijn nachtactieve nachtvlinders, die tot de mooie kleurrijke familie van de pijlstaarten behoren. Het vrouwtje heeft een spanwijdte van ongeveer tachtig millimeter. Bij een mannetje is de spanwijdte zestig millimeter. Lindepijlstaarten zijn echte nachtvlinders, die overdag rusten in de kruin van lindebomen, maar ook op boomstammen en muren. De rupsen van deze fraaie vlinder leven, zoals de naam al aangeeft, vooral op lindebomen. Maar je ziet ze ook wel op de zoete kers, berk, iep of els. Op de foto zijn ze dus aan het paren, zoals vlinders dat doen: met de uiteinden van hun achterlijven tegen elkaar, terwijl hun koppen juist van elkaar af staan. Daardoor ontstaan vaak mooie vormen, zoals op de foto te zien is.

Een lindepijlstaart (foto: Marc Lommers).
Een lindepijlstaart (foto: Marc Lommers).
Een paarse metaalboktor (foto: Monique van den Heuvel).
Een paarse metaalboktor (foto: Monique van den Heuvel).

Kever gespot, maar moet ik blij worden van deze soort?
Monique van den Heuvel zag een onbekende kever op haar oprit naast haar heg en vroeg zich af of ze blij moest zijn met deze vondst. Wat ze gezien heeft, is een paarse metaalboktor.

Bij het horen van de naam boktor schrikken mensen vaak, maar dat is niet nodig. Slechts één soort kan overlast geven in huizen: de huisboktor. Overigens is het niet het volwassen dier, maar zijn het de larven die onbewerkt hout aantasten.

De andere ruim tachtig soorten boktorren in ons land leven voornamelijk in dood of rottend hout in de natuur en vormen geen gevaar voor woningen.

Een huisboktor (foto: Cora Peemen).
Een huisboktor (foto: Cora Peemen).

De paarse metaalboktor voedt zich als volwassen dier met nectar, stuifmeel en boomsappen en eet dus geen hout. Het zijn vrij zeldzame dieren die vooral voorkomen op de hogere zandgronden, zoals in Brabant. De volwassen dieren zijn vooral in de schemering en ’s nachts actief. De larven leven voornamelijk in droge takken en onder de schors van gestorven naaldbomen zoals den, spar en lariks. Soms worden ze ook gevonden in zomereiken. Ze vreten zich in de herfst in het hout en verpoppen daar in de lente of vroege zomer.

De ontwikkeling van ei tot volwassen insect kan twee jaar duren, soms zelfs langer. Daarna verschijnen ze in de lente of vroege zomer.

Kokardebloemen (foto: Koos Riksen).
Kokardebloemen (foto: Koos Riksen).

Tijdens een wandeling in Brabant werden planten met opvallend openstaande bloemen gezien, maar welke soort is dit?
Koos Riksen was aan het wandelen in het mooie Brabant (helemaal mee eens) toen hij een plant zag staan waarvan hij graag de naam wil weten. Waar hij deze planten had zien staan, heeft hij niet gemeld, maar de soort hoort eigenlijk niet thuis in de Nederlandse flora.

De naam van deze planten is kokardebloem; ze zijn van oorsprong afkomstig uit Noord-Amerika. Deze planten houden van zonnige plekken op droge, enigszins kalkhoudende grond. Officieel heet het geslacht Gaillardia, een eerbetoon aan de 18e-eeuwse Franse botanicus Antoine René Gaillard de Charentonneau.

De Nederlandse naam dankt de plant aan het kenmerkende kleurverloop van de bloembladeren: dat doet denken aan een kokarde, een geplooid rozet van linten. Soms kom je ook de naam dekenbloem tegen, wat verwijst naar de opvallende kleurpatronen die lijken op die van traditionele Indiaanse dekens. Kokardebloemen zijn vaste planten die een hoogte van ongeveer 60 centimeter kunnen bereiken. Het zijn winterharde planten die temperaturen tot -15 °C kunnen verdragen.

De zaden van een iep (foto: Marijke Lamers).
De zaden van een iep (foto: Marijke Lamers).

Plotseling was de stoep en nog meer bezaaid met zaden. Zijn die van een iep?
Bij Marijke Lamers lag het plotseling bezaaid met zaden. Ze vroeg zich af of dat zaden van een iep waren. Dat klopt helemaal, want iepen hebben platte, papierachtige vruchten met daarin het zaad. Wat leuk is: deze vruchten hebben in de volksmond mooie namen, zoals iependubbeltjes en iepensneeuw.

Iepenbomen bloeien al vroeg in het voorjaar, meestal in maart, soms al eind februari. Als je goed kijkt, zie je dan onopvallende rode bloemetjes aan de boom. In april en mei ontwikkelen zich, nog voordat de bladeren verschijnen, de zaden. Op dat moment hangen er enorme trossen frisgroene zaden aan de boom. Het lijkt dan alsof de iep al in blad staat, terwijl je in feite vooral zaad ziet. Later rijpen de zaden en kleuren ze lichtbruin.

De vliezige rand krijgt dan een functie: doordat het geheel indroogt, werkt die rand als een soort vleugeltje. De wind verspreidt de zaden vervolgens massaal, waardoor op sommige plekken hele tapijten van zaad ontstaan, zoals in tuinen of op trottoirs. Vandaar de naam iepensneeuw.

De naam iependubbeltjes verwijst naar de vorm: de ronde, platte vliesjes met een pitje in het midden hebben precies de grootte en vorm van het vroegere Nederlandse muntstuk van tien cent, het dubbeltje. Eenmaal op de grond gaat het snel, zeker op een vochtige bodem: de zaden kunnen al binnen enkele dagen kiemen.

Wist je trouwens dat iepenzaden eetbaar zijn? Vooral de jonge, frisgroene zaadjes zijn knapperig en smaken licht zoet en nootachtig. Daarom zie je in voedselbossen vaak iepen terug.

Lees ook

App ons! 👋

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.