Waarom we juist blij zouden moeten zijn met de vele slakken in de tuin
Heb jij ze ook massaal in je tuin? Veel mensen vinden het maar een vies gezicht, al die slakken. Boswachter Frans Kapteijns legt uit waarom je ook blij kan worden vanwege de slakken in je tuin.
Volgens Frans is het daarbij wel belangrijk om verschil te maken tussen huisjesslakken en naaktslakken. "Met name naaktslakken eten vers spul in je tuin, jonge blaadjes en bloemen. Maar ook segrijnslakken doen dit. Maar de meeste huisjesslakken eten juist rottend materiaal op en restmateriaal, dode kevers, pissebedden en spinnen. Slakken zijn eigenlijk natuurlijke composteerders, bodemverbeteraars."
Nadeel van die fijne huisjesslakken is overigens wel dat ze, als de rottende blaadjes op zijn, gewoon aan de verse beginnen.
Waarom lijkt de slakkenoverlast erger dan vroeger?
Dat de overlast van slakken volgens veel mensen steeds erger wordt, heeft volgens de boswachter te maken met het ontbreken van natuurlijke vijanden in de meeste tuinen.
"Wij zorgen ervoor dat hun natuurlijke vijanden, zoals egels, niet meer in onze tuin kunnen komen", legt Frans uit. "Alles omheinen is eigenlijk het grootste probleem in ons land." Ook voor andere vijanden van slakken hebben we de tuin onaantrekkelijk gemaakt door het ontbreken van specifieke vegetatie. "Denk bijvoorbeeld aan eksters, gaaien, kikkers en padden. Lijsters bijvoorbeeld - die zijn dol op huisjesslakken - hebben ruimte nodig om te nestelen. Veel groen, bomen en struiken."
Een oplossing zou dus zijn om je tuin aan te passen. "Meer heggen aanleggen, dat zijn lage plantensoorten zoals de meidoorn en haagbeuk, en meer hagen. Die zijn hoger dan heggen, dan moet je denken aan bijvoorbeeld sleedoorn en rozen."
In zijn eigen groene tuin heeft de boswachter maar weinig slakkenoverlast. "Natuurlijk vreten slakken ook hier wel iets aan, maar een helemaal kaalgevreten tuin heb ik nooit."
