Ontdek
STUIFMAIL

Debby vond het insect bij haar raam eng, Frans vindt het juist bijzonder

Vandaag om 08:30 • Aangepast vandaag om 09:39

Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een vlinder die landt op een koele vloer, een vreemde kleine spin met grote ogen een klimop vol vlinders en twee vreemde wezens. Deel twee van deze Stuifmail wordt zondagochtend gepubliceerd. 

Brabant, poëzie van landschap en maatschappij.
Brabant, poëzie van landschap en maatschappij.

Stuifmailvraag
Nederland kent veel mezen, zoals de koolmees en de pimpelmees. Welke van de in ons land wonende mees is geen echte mees? Je moet twee verschillen benoemen! Stuur je antwoord naar [email protected].

De winnaar krijgt de eer en een prachtig boek met als titel 'Brabant, poëzie van landschap en maatschappij', geschonken door het Van Gogh Nationaal Park.

Zondag tussen elf uur 's ochtends en twaalf uur 's middags hoor je het antwoord.

Een vierlijneendagsvlieg (foto: Debby van der Linden).
Een vierlijneendagsvlieg (foto: Debby van der Linden).

Eng insect bij het raam, met een lange angel
Debby van der Linden zag een beestje bij het raam dat ze nog nooit eerder gezien had. Ze vond het een eng dier, met die 'lange angel'. Als je heel goed kijkt naar de foto, zie je geen angel maar twee lange staartdraden. Daar hoef je niet bang voor te zijn. We hebben hier te maken met een van de ongeveer 64 soorten eendagsvliegen - ook wel haften genoemd - die ons land kent. De naam van deze eendagsvlieg of haft is vierlijneendagsvlieg. Deze insecten, haften of eendagsvliegen, behoren tot de oude groep genaamd palaeoptera. Daaronder vallen ook de libellen en juffers. In Nederland hebben er er hier dus 64 van, maar over heel de wereld zijn er meer dan drieduizend soorten beschreven. Haften hebben ranke vleugels en brengen het grootste deel van hun leven onder water door. De vierlijneendagsvlieg is recent gearriveerd in ons land en pas algemeen voorkomend in 2005. Je kunt ze vooral tegenkomen bij grote diepe plassen. De volwassen vierlijneendagsvlieg is vooral in de zomer te vinden, met een piek in juni en juli. Dit klopt dus mooi met de waarneming van Debby. Actief zijn deze volwassen dieren vooral in de nacht. Ze komen veel op het licht af. De naam vierlijneendagsvlieg heeft deze soort te danken het mooie patroon van vier duidelijke, donkere lengtestrepen op het achterlijf. Een mooie en dus bijzondere waarneming.

Een huismoeder (foto: Toke de Vries).
Een huismoeder (foto: Toke de Vries).

Welke vlinder landde op de koele vloer?
Op de koele vloer bij Toke de Vries thuis streek een vlinder neer. Toke wil graag weten om welke vlinder het gaat. Volgens mij is de naam van deze nachtvlinder huismoeder. Omdat de foto niet helemaal scherp is, heb ik dit nog even gecheckt bij OBS. Ook daar geven ze huismoeder aan. Deze veelvoorkomende nachtvlinder heeft al eeuwenlang deze naam. Waarschijnlijk is deze ontstaan doordat de vlinder vaak in en rond huizen wordt gezien. Maar de naam kan ook ontstaan zijn omdat deze nachtvlinders aangetrokken worden door licht. In de zomermaanden vliegen ze gemakkelijk door open ramen en deuren van huizen naar binnen, waar ze vaak rustig achter gordijnen of op donkere plekken blijven zitten. De wetenschappelijke naam, die Linnaeus gaf, is noctua pronuba. Noctua betekent uil of nacht in het Latijn en pronuba betekent bruidsmeisje. Dit laatste verwijst naar de gewoonte om nachtvlinders met opvallend gekleurde achtervleugels, zie de foto hieronder, vrouwennamen te geven.

De nachtvlinder huismoeder (foto: Saxifraga/Peter Gergely).
De nachtvlinder huismoeder (foto: Saxifraga/Peter Gergely).

Op het menu van de huismoeder-nachtvlinders staat nectar van allerlei soorten planten. Daarnaast eten ze graag rottend fruit. Huismoeders zijn niet alleen in de nacht actief, ook overdag. De rupsen van de huismoeder-nachtvlinder, groene of bruine, overwinteren en zijn dus vrij laat in het jaar nog te zien. Je kunt ze zelfs midden in de winter tegenkomen bij mooi, zacht winterweer. Na de winter vindt de verpopping in de grond plaats. Na de verpopping komt een van de meest voorkomende nachtvlinders in ons land te voorschijn.

Een baardpootspringspin (foto: Petra Nouwen).
Een baardpootspringspin (foto: Petra Nouwen).

Vreemde spin in huis, is het wel een Nederlandse soort?
Petra Nouwen had een spin in huis. Ze is benieuwd of deze wel in Nederland thuishoort. Ze vraagt zich dit af omdat de spin grote ogen heeft, twee lange poten en supersnel is. Zo'n spin had ze niet eerder gezien. Wat mij meteen opvalt, zijn de zeer behaarde achterpoten. Daarom denk ik dat we te maken hebben met een baardpootspringspin. Deze spin hoort thuis bij de familie van de springspinnen waarvan in ons land de huiszebraspin, zie de foto hieronder, het bekendst is.

Een huiszebraspin (foto: Saxifraga/Ab H. Baas).
Een huiszebraspin (foto: Saxifraga/Ab H. Baas).

Springspinnen zijn veelal kleine, gedrongen spinnen met relatief korte poten. Ze staan vooral bekend om hun zeer grote, sterk ontwikkelde voor- en middenogen. Dankzij die ogen beschikken ze over een zeer goed gezichtsvermogen, beter dan alle andere spinnen. Jagen doen ze dan ook op zicht. Je treft ze het meest aan als het warm, zonnig weer is. Als je geluk hebt, zie je dan zo’n springspin op een prooi springen. De vrouwelijke baardpoortspringspinnen zijn bruin gekleurd en worden zeker vijf millimeter langer dan de mannetjes. De mannelijke baardpootspringspinnen zien er schitterend uit, zie hiervoor deze link

Als je deze spin van voren ziet, zie je dat de spin best veel kleuren heeft: groene ogen, zwarte strepen op de witte voorpoten en een rode kleur boven de ogen. Ook de grotere achterpoten zijn gekleurd. Daar zie je het rood bij het lichaam overgaan naar zwart, met witte uiteinden. Bij de paringsdans zijn deze poten van groot belang. Dan laten de mannetjes ze speciaal zien aan de vrouwtjes. Overigens is Petra’s vraag, of deze spin wel in Nederland thuishoort, terecht. Oorspronkelijk kwamen de baardpootspringspinnen alleen in het Middellandse Zeegebied voor. Daar zie je ze vooral rond gebouwen. Meestal op muren en gevels, maar er zijn ook meldingen dat ze gezien zijn in gebouwen. Daarnaast komen ze in hun oorspronkelijk gebied voor op rotsen en steenplateaus. Toch kunnen we ze ook in Nederland tegenkomen, want via de importhandel zijn baardspringspinnen ook ons land binnengekomen. Inmiddels is ook bekend dat deze soort zich binnenshuis ook in Nederland meerdere jaren kan handhaven. Hopelijk kom ik deze prachtig gekleurd springspin ook snel eens tegen!

Een klimopbladroller (foto: Henk Esman).
Een klimopbladroller (foto: Henk Esman).

Mijn klimop zit vol vlinders, wat zijn dit voor vlinders?
Henk Esman heeft sinds een bepaalde periode allemaal nachtvlinders op zijn klimop. Hij wil graag weten wat dit zijn. De nachtvlinders die hij op zijn klimop heeft zitten, horen helemaal thuis op de klimop. Het zijn klimopbladrollers. Deze tot de microvlinders behorende soort heeft een spanwijdte van maximaal negentien millimeter. Klimopbladrollers zien er best fraai uit. Ze hebben een okerbruine kop, een geelwitte kraag en een leemkleurig borststuk. Ook de voorvleugels zijn leemkleurig. Die hebben daarnaast een opvallende rij donkerbruine vlekken met aan de buitenzijde een lichtgele rand. Misschien heeft Henk geluk, want deze microvlinders kennen twee generaties, dus wellicht krijgt hij twee keer bezoek. De eerste generatie zie je vanaf het late voorjaar en de tweede generatie in de nazomer tot ver in de herfst. De vrouwtjes van de klimopbladrollers leggen hun eitjes vooral aan onderkant van de klimopbladeren. De uit de eitjes gekomen rupsen leven uitsluitend op klimop en eten daar zowel van de bladeren als de jonge stengels. Die rupsen leven in spinsels. Die hebben ze zelf tussen de stengels gemaakt. Overigens zijn die spinsels heel vaak te vinden in de nauwe ruimte tussen de klimopstengels en de ondergrond, waarbij vooral muren een favoriete basis vormen. Nadat ze zich volgevreten hebben, overwinteren ze ook in deze spinsels. 

Een gevorkte geelvlekkameel (foto: Eveline en opa Piet).
Een gevorkte geelvlekkameel (foto: Eveline en opa Piet).

Welk vliegje kwam op bezoek?
Piet en Trees Verhoeven kregen bezoek van een vliegje - zo beschreven zij het insect - dat ze nog nooit hadden gezien. Dit kan ik me overigens goed voorstellen, want zo vaak zie je deze soort niet. We hebben hier te maken met een kameelhalsvlieg. Dit zijn geen echte vliegen (ze hebben ook vier vleugels), maar ze behoren wel tot de orde van de gevleugelde insecten. Binnen die insectenorde vallen ze onder de netvleugeligachtigen. Ze zijn dus verwant aan de mierenleeuwen, zie de foto hieronder, en de gaasvliegen.

De imago van een gevlekte mierenleeuw (foto: Frans Kapteijns).
De imago van een gevlekte mierenleeuw (foto: Frans Kapteijns).
Een goudoogje gaasvlieg (foto: Saxifraga/Tom Heijnen).
Een goudoogje gaasvlieg (foto: Saxifraga/Tom Heijnen).

Deze kameelhalsvliegen behoren dus tot de insecten, maar zijn gemakkelijk te onderscheiden van de andere insecten. Ze zijn namelijk heel herkenbaar aan de grote, transparante vleugels waar een heel duidelijk netwerk van donkere aderen op te zien is. Daarnaast hebben ze een heel lange hals, vandaar kameelhals genoemd. Die hals bestaat uit een verlengd deel van het borststuk. De vrouwtjes zijn heel goed te onderscheiden van de mannetjes, omdat zij een grote 'angel-achtige' legboor hebben waarmee zij hun eitjes leggen in spleten en barsten in boomschors. Op het menu van volwassen kameelhalsvliegen - en van hun larven - staan bladluizen, maar ook andere insecten. De meest voorkomende en wijdverspreide kameelhalsvlieg in Nederland is de zwartvlekkameelhalsvlieg. Volgens mij, na opzoeken in boeken, is de kameelhalsvlieg van Piet en Trees een gevorkte geelvlekkameel.

App ons! 👋

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.