Monniken vinden oud recept en maken eigen frisdrank: 'Was vroeger mierzoet'
Toen de trappisten van Abdij Koningshoeven in Berkel-Enschot de zolder op gingen om spullen uit te zoeken voor de viering van het 140-jarig bestaan, kwamen ze iets bijzonders tegen. Het bleek een recept van ruim 75 jaar oud voor een trappistenfrisdrank, genaamd Ariston, waarvan er nu een moderne variant is. “In iedere smaak zit een combinatie van fruit en kruiden uit alle hoeken van de wereld”, vertelt vader-abt Isaac Majoor.
De originele frisdrank werd tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog gebrouwen. “We mochten tijdens de oorlog geen bier brouwen van de Duitsers”, legt de abt uit. “En na de oorlog waren er te weinig grondstoffen.” Om de teruglopende inkomsten op te vangen, werd overgeschakeld op het frisdrankje.
“Het oude recept was mierzoet en niet meer van deze tijd.”
Toen ze het oude flesje op zolder vonden, doken de monniken het archief van het klooster in. “Daar hebben we de oude receptuur gevonden, maar dat recept hebben we maar niet gebruikt”, lacht vader abt. “Want het was mierzoet en niet meer van deze tijd.”
Daarom werd er een nieuw drankje ontwikkeld, met dezelfde naam, maar dan een stuk gezonder. “We zien een gezondheidstrend onder de jongeren. We begonnen met een 0.0 biertje en we zien dat veel mensen hier de voorkeur aan geven. Daarom vonden we het mooi om aan onze alcoholvrije lijn ook frisdrank met weinig suiker toe te voegen.”
De smaken zijn bijzonder en ook Abt Isaac Majoor moet even controleren hoe het ook alweer zat. “We hebben bloedsinaasappel met jeneverbes. Een andere variant is limoen, gember en vlierbloesem. De derde smaak is bosbes, yuzu en citroengras. Mijn eigen favoriet is die met mango, mandarijn en kardemom”, vertelt de abt.
“Wij monniken zijn natuurlijk een beetje buitenaardse wezens.”
Er is nu zo’n 10.000 liter geproduceerd, dat zijn ruim 36.000 flesjes. Voor nu gebeurt dat buiten de muren van het klooster, maar als blijkt dat mensen het drankje op prijs stellen, willen de monniken Ariston weer binnen de muren van de abdij maken. “Ik vind het zelf erg lekker, maar wij monniken zijn natuurlijk een beetje buitenaardse wezens. Daarom is het belangrijk om even af te tasten hoe de verschillende smaken vallen bij de mensen. Als het ze bevalt, kunnen we meer gaan maken.”
Als een oudere dame en een meneer het drankje mogen proeven, zijn ze meteen enthousiast. “Heerlijk fris en echt iets voor een hele warme dag”, vindt een oudere dame. Haar man krijgt een andere smaak voorgeschoteld: “Fris en sprankelend en lekkerder dan een colaatje”, lacht hij. “Ik ben geen bierdrinker, dus dan zou dit mijn voorkeur hebben.”
“Hij had van mij pittiger gemogen.”
Een ander stel zit een paar tafels verderop en wil ook wel eens proeven. “Hij smaakt fris, maar ik mis een beetje de zoetigheid. Van mij hadden ze er toch een beetje meer suiker in mogen laten”, lacht hij. Zijn vrouw vindt het nieuwe drankje van de trappisten wat vlak. “Hij had van mij pittiger gemogen. Met meer gember en meer citroen, maar ik denk dat hij wel heel goed is tegen de dorst.”
