Ontdek
STUIFMAIL

Robyn verbaasd over zakjes aan bomen, volgens Frans is dit alleen maar goed

Vandaag om 08:30

Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan fasciatie, ook wel bandvorming genoemd, een verspringer op het buitenmeubilair, een klein beestje dat bij nader onderzoek een kleine vlinder blijkt, zakjes in bomen en een slapende bij in een bloem.  Deel twee van deze Stuifmail wordt zondagochtend gepubliceerd. 

Het kwartetspel 'Parels van de nationale parken'.
Het kwartetspel 'Parels van de nationale parken'.

Stuifmailvraag nummer 11
Welke boom behoort niet tot de coniferen en waarom?

A. Taxus

B. Thuja

C. Ginkgo 

D. Larix

Graag je antwoord sturen naar [email protected]. De winnaar krijgt de eer en het mooie kwartetspel 'Parels van de nationale parken', geschonken door het Van Gogh Nationaal Park.

Zondag tussen elf uur 's ochtends en twaalf uur 's middags hoor je het antwoord.

Fasciatie bij een margriet (foto: Margot Reijnders).
Fasciatie bij een margriet (foto: Margot Reijnders).

Margot Reijnders las een leuk stukje over vergroeiingen bij planten. Zij kwam bovenstaande margriet tegen in Noord Ierland. Zij is benieuwd of hier sprake is van fasciatie?  "Gezien de rare dikke stengel denk ik van wel. De bloem ziet er echt heel apart uit." Margot heeft helemaal gelijk! De stengel bij de margriet van Margot is inderdaad breed en plat en dus hebben we hier te maken met fasciatie ofwel bandvorming. 

Een klimopkevercicade (foto: Piet Lauwers).
Een klimopkevercicade (foto: Piet Lauwers).

Een verspringer op het buitenmeubilair
Piet Lauwers zag al enige dagen een verspringer op het tuinmeubilair. In eerste instantie dacht hij aan een spin, maar later dacht hij daar anders over. Wat is het nu wel, is zijn vraag? Op de foto zie je een beestje dat op een kevertje lijkt, maar het niet is. Het is een cicadesoort. Maar als iemand denkt dat het een kever is, dan krijgt diegene ook een klein beetje gelijk. Het diertje  is namelijk een klimopkevercicade. Kortom, het diertje lijkt wel een beetje op een  kever dus zit het woord kever niet voor niets in de naam. Klein zijn ze inderdaad, ze halen een maximale lengte van zeven millimeter. Je kunt klimopkevercicaden ook nog eens tegenkomen in allerlei kleuren: van lichtbruin en olijfgroen tot bijna zwart. Wat het meest opvalt bij deze cicaden zijn hun voorvleugels. Die zien eruit als een netwerk van heel fijne adertjes. Extra opvallend zijn de donkerbruine nerven van die voorvleugels. Verder heeft de klimopkevercicade een hoofd met grote ogen. Je kunt deze insecten bijna overal tegenkomen: op bomen in bossen, op geïsoleerde bomen, in struiken, maar ook op lianen zoals kamperfoelie. Je vindt ze in zowel vochtige als droge gebieden en zelfs in parken en op begraafplaatsen. De klimopkevercicade voedt zich met plantensappen van houtige planten. Ze hebben een voorkeur voor klimop, vandaar de naam. Toch zuigen ze ook plantensappen op bij lindebomen, eikenbomen, esdoorns, berkenbomen en iepen. Als je op zoek wil gaan naar deze prachtige insecten moet je dat doen in de periode van juni tot half oktober. Overwinteren doen klimopkevercicaden als larven. Vooral op klimop, maar ook op liguster, jeneverbes, taxus en in bladafval.

Een brandnetelbladroller (foto: Riny van Boekel).
Een brandnetelbladroller (foto: Riny van Boekel).

Klein beestje gefotografeerd, maar wat is het?
Riny van Boekel zag op een blad in zijn tuin een klein beestje. Nader onderzoek leerde hem dat het beestje een kleine vlinder is van maximaal twaalf millimeter lang. Volgens mij hebben we te maken met een brandnetelbladroller. Brandnetelbladrollers zijn microvlinders/nachtvlinders die tot de familie van de bladrollers behoren. De naam microvlinders is afgeleid van het Griekse woord mikros (klein). Het is een verzamelnaam die in het leven is geroepen om de grote groep kleinere vlinders en motten te onderscheiden van de traditioneel grotere vlinders. Overigens is het verschil tussen micro- en macrovlinders vooral iets historisch en niet echt biologisch. Om microvlinders te herkennen, kun je letten op een paar praktische kenmerken. Vaak houden microvlinders hun vleugels dakvormig of plat over het lichaam, terwijl macrovlinders de vleugels meer omhoog vouwen of gespreid houden. Ook de antennen zijn een aanwijzing: bij microvlinders steken ze naar voren of liggen ze over de vleugels, terwijl ze bij macrovlinders meestal onder de vleugels verborgen zijn.

 

Een brandnetelbladroller (foto: Saxifraga/Tom Heijnen).
Een brandnetelbladroller (foto: Saxifraga/Tom Heijnen).
Terug naar de brandnetelbladrollers. De rupsen van de brandnetelbladrollers kun je vinden op allerlei kruidachtige planten, waaronder brandnetel. We noemen deze planten waardplanten. Dit zijn planten die dienen als gastheer voor specifieke insecten, zoals vlinders en bijen. De rupsen van deze algemene microvlinder, de brandnetelbladroller, rolt bladeren van die genoemde planten op om als rups te kunnen overwinteren. Later komt uit de pop/cocon een volwassen, toch wel kleurrijke, brandnetelbladrollervlinder. Deze nachtvlinder heeft een kop en borststuk dat okergeel tot geelbruin van kleur kan zijn. Op het borststuk zie je zwarte vlekjes in rijen. De voorvleugels zijn licht okergeel tot grijsbruin, met talrijke donkerzwarte of bruine vlekjes en verschillende kleine witte vlekjes langs de voorrand.
Een zakje in een lindeboom ter bestrijding van luizen.
Een zakje in een lindeboom ter bestrijding van luizen.

Zakjes in een boom, waarom?
Robyn van Deventer was aan het wandelen in Bladel toen ze hoog in een boom zakjes zag hangen van twaalf bij zeventien centimeter. Die zakjes hingen op zo’n drie tot vier meter hoog in de boom. Robyn wil weten wat er aan de hand is. Vermoedelijk is de boom die ze gezien heeft een lindeboom en zitten in de zakjes larven van lieveheersbeestjes of gaasvliegen, de zie foto hieronder.

Gaasvlieg goudoogje (foto: Saxifraga/Tom Heijnen).
Gaasvlieg goudoogje (foto: Saxifraga/Tom Heijnen).

Dit is een mooie vorm van biologische bestrijding. Lindebomen trekken namelijk veel luizen aan. Op zich is daarmee niets aan de hand. Maar de luizen, voornamelijk bladluizen, zuigen sappen op uit de bladeren van die lindebomen. Helaas nemen die bladluizen niet alle suikers op en scheiden ze het overschot uit. Dit overschot noemen we honingdauw. Op zich is er dan nog niet echt iets aan de hand, want de boom gaat er niet direct dood aan. Wat wel lastig is, is dat de honingdauw enorm plakt. Die plak leidt vaak tot overlast op de terrassen of auto’s die onder lindebomen staan. Daarnaast trekt honingdauw ook roetdauwschimmel aan. Deze zwarte schimmel groeit op die honigdauw en kan de fotosynthese blokkeren. Daardoor wordt de groei belemmert. Ook kan roetdauw op auto’s terechtkomen en dat is niet zo’n prettig gezicht. Om te vermijden dat een belangrijke klimaatbestendige boomsoort verdwijnt uit ons land is er gekeken naar hoe we dit kunnen voorkomen. Die zakjes in de lindebomen zijn dan ook een mooie vorm van biologische ongediertebestrijding. Je kunt het ook een milieuvriendelijke manier van goede boomverzorging noemen. De larven van lieveheersbeestjes of gaasvliegen zitten dus in die papieren of katoenen zakjes en deze natuurlijke vijanden van bladluizen gaan direct aan de slag. Misschien zijn er lezers bij, die zich afvragen waarom die diertjes niet vanzelf naar die lindebomen komen. Allereerst kunnen die larven niet vliegen, maar kruipen. Kortom, het duurt lang voor ze zo’n bezette bladluizenboom bereiken. Natuurlijk kunnen de volwassen lieveheersbeestjes en gaasvliegen dat wel, maar in onze versteende stedelijke omgeving zijn die populaties vaak te klein om de enorme explosie van lindebladluizen in het voorjaar te kunnen bijbenen. Kortom; wij hebben zelf voor dit probleem gezorgd door te weinig groen aan te leggen. En …. Nu zijn in veel dorpen en stenen die prachtige lindebomen (toekomstbomen) de klos! Vreemde wereld...

Paring van phegeavlinders (foto: Marianne Wijten).
Paring van phegeavlinders (foto: Marianne Wijten).

Bijzondere foto gemaakt
Marianne Wijten heeft iets bijzonders kunnen vastleggen. Het is de moeite waard om dit hier in deze rubriek te vermelden en te laten zien. Zij heeft de paring vastgelegd van de phegeavlinder. Het grotere vrouwtje zit boven en het mannetje hangt eronder. Soms is de paring horizontaal, zie de foto hieronder. Dan zie je ook goed dat het mannetje (links) kleiner is.

Paring van phegeavlinders (foto: Saxifraga/Tom Heijnen).
Paring van phegeavlinders (foto: Saxifraga/Tom Heijnen).

Mij wordt weleens de vraag gesteld wanneer de phegeavlinder - een andere naam voor dit dier is melkdrupje - voor het eerst ons land is binnengekomen. Waarschijnlijk krijg ik die vraag omdat iedereen nu meer phegaevlinders ziet. Deze inheemse dagactieve nachtvlinder was voorheen een zeer zeldzame verschijning in ons land, maar tegenwoordig is deze veel meer te zien. Waarschijnlijk onder meer door de klimaatverandering, want het melkdrupje houdt van warmte. Daarnaast is het veranderende bosbeheer positief voor deze nachtvlinder. Vooral doordat er meer overgangen zijn vanuit de bosranden naar het bos, er zijn geen strakke bomenrijen meer. 

Een slapende pluimvoetbij (foto: Sandra Geijs).
Een slapende pluimvoetbij (foto: Sandra Geijs).

Bij slapend in een bloem, waarom doen ze dit?
Sandra Geijs heeft al een paar keer gezien dat in de avond een bij in een bloem ging slapen. Het is haar gelukt om daar een schitterende foto van te maken. De vraag is waarom slapen bijen - in dit geval een slapende pluimvoetbij - in bloemen? Nou, bijen doen dat omdat ze in bloemen beschutting vinden, maar ook warmte en veiligheid. Ze moeten wel oppassen voor wegwaaien. Daarom klemmen ze zich vast aan de bloemblaadjes. Daarnaast bieden bloemen een ideale schuilplek tegen roofdieren, maar ook tegen nachtelijke kou en tegen harde regen. Er zijn bloemen die in de nacht sluiten. Dan is zo’n schuilplaats helemaal ideaal voor hen. Je ziet dit gedrag vooral bij solitaire bijen en bij de mannetjes van honingbijen. De pluimvoetbij van Sandra is zelfs in verstijving gegaan. Als je ze ziet, zou je denken dat ze dood is. Maar de volgende ochtend gaat ze weer gewoon aan de slag.

Een pluimvoetbij (foto: Saxifraga/Frits Bink).
Een pluimvoetbij (foto: Saxifraga/Frits Bink).

App ons! 👋

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.