Moordzaak oma Mok: advies om rechtszaak over te doen na nieuw DNA-bewijs
De rechtszaak tegen de Zes van Breda moet opnieuw worden behandeld. Dat adviseert de advocaat-generaal aan de Hoge Raad. Volgens hem zijn er nieuwe DNA-gegevens die een ander licht op de zaak werpen. De zaak draait om de dood van oma Mok. Zij werd in juli 1993 na een overval dood gevonden op de vloer van Chinees-Indisch restaurant Peacock in Breda.
Drie mannen en drie vrouwen werden in 1994 en 1995 door de rechtbank en later in hoger beroep veroordeeld voor hun betrokkenheid bij de dood van de 56-jarige oma Mok. De drie vrouwen bekenden aanvankelijk, maar zeiden later onder druk te zijn gezet en trokken die bekentenissen in.
De mannen kregen tien jaar cel. De vrouwen werden veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf wegens medeplichtigheid. In 2012 besloot de Hoge Raad dat de zaak opnieuw moest worden behandeld. Het gerechtshof in Den Haag deed dat in 2015, maar liet de veroordelingen in stand.
Daarna stapten de verdachten opnieuw naar de Hoge Raad, maar zonder succes. Vorig jaar vroegen de drie mannen de Hoge Raad opnieuw naar hun zaak te kijken. Dat leidde tot dit nieuwe advies van de advocaat-generaal, die onafhankelijke adviezen geeft aan de Hoge Raad.
Bloedsporen
Op het T-shirt en de broek van oma Mok en op een handdoek zijn bloedsporen gevonden van een tot nu toe onbekende Zuidoost-Aziatische man. Dat was niet eerder bekend.
Het DNA blijkt bovendien van dezelfde man te zijn van wie eerder bloed werd gevonden bij de gokkast in de hal van het restaurant. Bij de eerdere behandeling van de zaak werd dat bloedspoor niet gezien als DNA van de dader.
Van de Zes van Breda is destijds geen enkel DNA in het restaurant gevonden. Volgens de advocaat-generaal zouden de verdachten waarschijnlijk zijn vrijgesproken als het gerechtshof eerder over de nieuwe DNA-sporen had beschikt.
De Hoge Raad doet op 15 maart uitspraak. Die is niet verplicht het advies van de advocaat-generaal te volgen, maar doet dat in de meeste gevallen wel.
