Ontdek
STUIFMAIL

Jacqueline dacht een grote rupsendoder te zien, Frans snapt vergissing wel

Vandaag om 08:30

Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een takje met pootjes op een deurpost, een insect op trommelstokjes, parende nachtvlinders en een minibeestje dat op een puzzelboekje landt. Deel een van deze Stuifmail is zaterdag al gepubliceerd. 

Een sabelsprinkhanendoder (foto: Jacqueline Sleegers).
Een sabelsprinkhanendoder (foto: Jacqueline Sleegers).

Welk insect zit op mijn trommelstokken?
Jacqueline Sleegers zag best wel grote insecten op haar trommelstokken (ook wel kogellook genoemd), die heel beweeglijk waren. Deze insecten hadden een heel dun middenstuk en een oranjerood met zwart achterlijf. Jacqueline dacht aan grote rupsendoders. Ik kan me voorstellen dat ze daaraan dacht, want het insect dat zij zag hoort ook bij de familie van langsteelgraafwespen, net zoals de rupsendoder. De naam van het insect op haar trommelstokken is echter de sabelsprinkhanendoder. Deze insecten zijn dankzij de opwarming van ons klimaat vanuit zuidelijker streken naar Nederland gekomen. In Zuid-Europa is het een veel voorkomend insect. Tegenwoordig is 'ie dus ook te bewonderen in ons land, vooral op zandgronden in Nederland en België.

Vrouwtje sabelsprinkhaan met sabel (legboor) en een mannetje (foto: Antje de Bruyn).
Vrouwtje sabelsprinkhaan met sabel (legboor) en een mannetje (foto: Antje de Bruyn).

Sabelsprinkhanendoders behoren tot de graafwespen, meer bepaald tot de langsteelgraafwespen. Ze hebben, zoals Jacqueline al opgemerkt had, een zwart lijf waarbij het onderlijf deels oranje is. Vrouwtjes van de sabelsprinkhanendoder zijn groter dan de mannetjes. Die mannetjes hebben zwarte voorpoten en de vrouwtjes hebben deels oranje poten. Na de paring maken de vrouwtjes van de sabelsprinkhanendoder een nest. Ze leggen in elke broedkamer drie tot vier prooien (verlamde sabelsprinkhanen) en sluiten die kamer dan af. Als de larven dan uit de eitjes kruipen, hebben ze meteen wat te eten. Zie dit mooie filmpje van EIS Kenniscentrum over insecten en andere ongewervelden:

Een wapendrager (foto: Eva-Maria de Hoog).
Een wapendrager (foto: Eva-Maria de Hoog).

Zit er een takje op de deurpost?
Eva-Maria de Hoog zag thuis op de deurpost een takje, althans dat dacht ze. Toen ze beter keek, zag ze dat er pootjes uitstaken. Zij dacht aan een soort wandelende tak, maar haar kinderen dachten aan een nachtvlinder. Die kinderen hebben helemaal gelijk. Wat de familie De Hoog gezien heeft is een nachtvlinder. Deze nachtvlinder heeft een bastachtige kleur op het lichaam en je ziet een vaalgele ronde vlek bij het vleugelpunt en het borststuk. De vlinder lijkt een beetje op een berkentakje of eikentakje. Daarom was de oud-Nederlandse naam voor deze vlinder dan ook berkentakje.

De rups van de wapendrager (foto: Saxifraga/Peter Meininger).
De rups van de wapendrager (foto: Saxifraga/Peter Meininger).
Tegenwoordig is de naam van deze nachtvlinder wapendrager. Deze naam heeft de nachtvlinder te danken aan het opvallende uiterlijk van de rups. De rups van de wapendrager heeft een glanzend zwarte kop met een gele V-vormige markering, wat door vroege entomologen zoals Johannes Goedaert werd vergeleken met een familiewapen. Volgens sommige mensen is de naam echter gebaseerd op de schildvormige vlekken op de punten van de voorvleugels. Kortom, zowel de rups als het volwassen insect hebben iets met het woord wapen. De volwassen vlinder staat bekend om zijn perfecte camouflage, waarbij deze in rust op een afgebroken berkentakje lijkt. De wapendragers (nachtvlinders) komen graag op het licht af. Ze leven in loofbossen, maar ook in tuinen en parken. Overdag zijn ze bijna niet te zien, omdat hun camouflage perfect is.
Paring van atalanta's (foto: Els Jongedijk).
Paring van atalanta's (foto: Els Jongedijk).

Zijn deze nachtvlinders aan het paren?
Els Jongedijk zag rond acht uur 's avonds vlinders op het raam. Zij dacht dat het nachtvlinders waren. Zelf denk ik dat het dagvlinders zijn, volgens mij zag Els de paring van twee atalanta’s. Dat dit dagvlinders zijn, kun je zien aan hun voelsprieten. Op het eind van die voelsprieten zitten knopjes en die hebben nachtvlinders niet. Daarnaast zie ik op de buitenkant van de achtervleugels schoenlappersmotieven, dus is dit in ieder geval een vlinder uit de schoenlappersfamilie.

De atalanta, de meest voorkomende vlinder in Nederland (foto: ANP 2011/Andrew Bladon).
De atalanta, de meest voorkomende vlinder in Nederland (foto: ANP 2011/Andrew Bladon).
De familienaam schoenlappersvlinders is gebaseerd op de onderkant van de achtervleugels van deze vlinders. Bij al deze dagvlinders is de onderkant donker gekleurd, met verschillende donkergekleurde vlekken. Dit deed de naamgevers denken aan de tijd dat schoenlappers versleten schoenen oplapten met stukjes leer. Die schoenlappers konden bijna nooit dezelfde kleur vinden van die versleten schoen, dus belandden allerlei verschillende stukjes op de schoen. De onderkant van de vleugels van deze dagvlinders ziet er net zo uit als die opgelapte schoenen van destijds. Tot slot zie ik bij het vrouwtje (de bovenste vlinder) om de zoveel millimeter zwarte blokjes aan de rand van de onderkant van de achtervleugel. Dat is ook typisch atalanta. Dat beide atalanta’s in de avond nog aan het paren zijn, klopt ook wel want zij zijn ook in de avond nog actief. Het zijn zeer mobiele trekvlinders die zelfs in de nacht doorvliegen en vaak op licht af komen. Ook kunnen ze in de late uren nog actief naar nectar zoeken.
Een tarwestekelmot (foto: Nelleke van Dam).
Een tarwestekelmot (foto: Nelleke van Dam).

Wat landt op mijn puzzelboek?
Bij Nelleke van Dam landde een minibeestje op haar puzzelboek. Wat Nelleke opviel aan dit bijzonder beestje was dat het diertje geen gladde vleugels had, maar enigszins borstelige vleugels. Daarnaast vloog het een beetje als een motje. Dit diertje trof zij in Someren aan. Ze wil graag weten wat de naam is. Volgens mij landde op haar puzzelboek een tarwestekelmot. Deze nachtvlinders hebben een spanwijdte van maximaal twaalf millimeter. Ze vliegen van juni tot augustus, één generatie per jaar. Het is een zeldzame soort geworden, maar deze kan wel verspreid over heel het land worden waargenomen. Dat deze mooie nachtvlinders zeer zeldzaam is geworden is een gevolg van de intensieve landbouw, het gebruik van bestrijdingsmiddelen en het verdwijnen van structuurrijke grassen in het boerenland.

De naam heeft dit dier niet voor niets. De rupsen leefden het liefst als mineerders op rogge, tarwe, haver en zomergerst. Tegenwoordig leven ze als mineerders in de stengels van grassen waaronder gladde witbol, kropaar, kweek, raaigras en verschillende soorten dravik.

Een distelvink ook wel putter genoemd (foto: Nelleke Verver-Middelkoop).
Een distelvink ook wel putter genoemd (foto: Nelleke Verver-Middelkoop).

Distelvinken komen ook voor op andere planten, niet alleen op distels
Nelleke Verver-Middelkoop heeft in haar tuin zonnehoed en kaardenbollen staan. Deze is dus een paradijs voor de putters, ook wel distelvinken genoemd. Deze vogels zijn daarnaast te vinden op onder meer akkerdistel en speerdistel, vandaar ook hun officiële naam distelvink. En mocht je toevallig de teunisbloem in je tuin hebben staan: let dan goed op, want daar zijn deze zaadeters ook dol op.

Een putter op een teunisbloem (foto: Saxifraga/Mark Zekhuis).
Een putter op een teunisbloem (foto: Saxifraga/Mark Zekhuis).
Overigens komt de naam putter uit een ver verleden. Dankzij hun prachtige kleuren en vrolijke zang waren deze vogels in het verleden enorm populair als kooivogel. Maar niet alleen als kooivogel, want in 1654 schilderde de Nederlandse schilder Carel Fabritius een putter zittend op een halfronde stang voor zijn voederbakje, waaraan hij met een kettinkje zit vastgeketend. Putters werden al gehouden door de Romeinen, zo’n tweeduizend jaar geleden. Maar ook later was de putter een bekende kooivogel, zie deze link
De dagactieve kolibrienachtvlinder (foto: Joep Leijendekkers).
De dagactieve kolibrienachtvlinder (foto: Joep Leijendekkers).

Rubriek mooie foto’s
In de rubriek mooie foto's dit keer een foto die gemaakt is door  Joep Leijendekkers uit Oosterhout. Het lukte hem de prachtige kolibrievlinder muisstil vast te leggen. Terwijl het hier gaat om een dagactieve nachtvlinder met ongelofelijk snelle vleugels. Dat is op zich al een kunst.

Een avontuurlijke natuurtocht door het Verdronken Land van Zuid-Beveland (foto: Natuurmonumenten).
Een avontuurlijke natuurtocht door het Verdronken Land van Zuid-Beveland (foto: Natuurmonumenten).

Natuurtip 
Zaterdag 18 juli kun je deelnemen aan een avontuurlijke natuurtocht door het Verdronken Land van Zuid-Beveland. Deze tocht duurt van een tot vier uur 's middags.

Het is een uitdagende wandeling door geulen, over slikken en schorren in een gebied waar je normaal gesproken niet mag komen. Het Verdronken Land van Zuid-Beveland ligt in het zuidoostelijk deel van de Oosterschelde. De geschiedenis van het voormalige getijdenhaventje Rattekaai vormt het beginpunt van de excursie.

Voortdurend is de Oosterschelde in beweging, dag en nacht en bij weer en wind. Wie even de tijd neemt, ervaart dit aan den lijve. Je beleeft de Oosterschelde zoals je nog nooit eerder hebt gedaan. Maak kennis met zilte planten zoals zeekraal, lamsoor en Engels slijkgras. Ontdek welke vogelsoorten er langs de waterlijn trippelen en op het schor leven. Kom meer te weten over de verdronken dorpen in de Oosterschelde en over de dynamiek van slik, wind en water die dit Verdronken Land hebben gevormd.

Meer informatie:
•    Aanmelden is verplicht en kan via deze link.
•    Vertrekpunt is de haven Rattekaai. Deze is te bereiken vanaf de snelweg A58, via afslag 31 (Rilland). Volg de borden Tholen tot de eerste rotonde, neem daar de derde afslag. Neem hierna de eerste afslag links het Middenhof in. Volg de weg ter hoogte van het buurtschap naar rechts. Rijd deze helemaal uit tot de weg op de zeedijk omhoog gaat. Houd bij de dijkverhoging rechts aan. Via het kleine buurtschap bereik je na een paar honderd meter de haven Rattekaai.
•    Deelname kost elf euro, leden van Natuurmonumenten betalen 7,70 euro. Voor kinderen wordt een entree van 5,50 euro gevraagd. Kinderen die lid zijn van Natuurmonumenten betalen 3,85 euro. 
•    Let op: deze excursie is voor kinderen in de leeftijd vanáf 8 jaar. Hoewel het systeem kinderen vanaf 6 jaar toelaat, willen wij benadrukken dat kinderen vanaf 8 jaar meegenomen mogen worden in verband met de veiligheid en de veiligheid van de kinderen op het schor.
•    Trek goed passende laarzen aan.
•    Neem voor het sliklopen, als je die hebt, een stevige lange wandelstok mee (anderhalve meter).
•    Trek oude kleren aan.
•    Neem je verrekijker mee.
•    Deze tocht gaat door geulen en over slikken en schorren. Om deel te nemen is het belangrijk om goed ter been te zijn. Daarbij is een goede conditie belangrijk.
•    Honden zijn helaas niet toegestaan tijdens deze excursie.

App ons! 👋

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.