Gemeenten moeten waarschijnlijk meer asielzoekers opvangen dan ze nu zeggen
Brabantse gemeenten moeten waarschijnlijk meer asielzoekers opvangen dan ze nu zelf zeggen. Ook verschillen overheden van mening over welke opvangplekken wel of niet meegeteld mogen worden in het aantal opvangplekken dat er al is. In dit verhaal leggen we je uit wat de verschillende getallen zijn die rondgaan – en waarom die nu eigenlijk niet heel veel zeggen.
Deze week werd bekend dat Valkenswaard en Gemert-Bakel op het matje moeten komen bij minister Bart van den Brink, omdat ze niet voldoen aan hun wettelijke taak om asielzoekers op te vangen, wat volgens de Spreidingswet moet. Volgens de gemeenten kost het veel tijd en zorgvuldigheid om geschikte opvangplekken te regelen.
103 of 163?
Valkenswaard zegt zelf dat ze 103 opvangplekken voor asielzoekers moet hebben. Maar in een brief die minister Bart van den Brink in februari naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, staat dat er in Valkenswaard 163 plekken nodig zijn. Waar komt dat verschil vandaan?
Volgens de gemeente komt het getal van 103 plekken uit het zogeheten verdeelbesluit van de minister, van december afgelopen jaar. Daarin heeft de landelijke overheid gezegd hoeveel opvangplekken gemeenten moeten regelen. Formeel gezien heeft de gemeente hier een punt en is dat getal nog leidend.
Maar de druk op de asielopvang is groot en er zijn meer plekken nodig dan in dat besluit staat. Daar komt de genoemde brief van februari dit jaar weer bij kijken, waarin een schatting staat van hoeveel plekken per gemeente nodig zijn. De toen kersverse minister van Asiel Bart van den Brink had het over een 'grote opgave'.
Formeel gezien moet er nog een nieuw besluit komen over hoeveel opvangplekken gemeenten écht moeten regelen. Maar de druk op de asielopvang is groot. Een woordvoerder van het ministerie laat weten dat het geschatte aantal opvangplekken per gemeente op dit moment niet naar beneden wordt bijgesteld.
Regionale overlegtafels
Hoeveel het er uiteindelijk gaan worden in het nieuwe besluit van de minister, betekent niet dat er ook daadwerkelijk zoveel asielzoekers worden opgevangen in die gemeenten. De Brabantse gemeenten overleggen namelijk samen in tien verschillende regio’s en kunnen zo onderling schuiven met het aantal opvangplekken dat bij hen landt.
Naast de opvang van asielzoekers die nog geen verblijfsvergunning hebben, wordt daarin ook gesproken over de huisvesting van Oekraïense vluchtelingen en zogeheten statushouders. Statushouders zijn asielzoekers die de asielprocedure hebben doorlopen en een verblijfsvergunning hebben gekregen.
Deze regio’s hebben tot eind dit jaar de tijd om de opgave onderling te verdelen. Het kan dan heel goed zijn dat in sommige gemeenten helemaal geen asielzoekers worden opgevangen, maar bijvoorbeeld wel meer statushouders of Oekraïense vluchtelingen. Of juist andersom. Terwijl die gesprekken lopen, houdt het ministerie in de gaten of gemeenten zich wel goed inspannen om opvangplekken te regelen.
Gerealiseerde plekken
Over de plekken die door gemeenten zijn gerealiseerd, verschillen overheden van mening. Daarvoor gaan we even terug naar de Kamerbrief van februari. Daarin staat dat Brabantse gemeenten voor ruim dertienduizend opvangplekken voor asielzoekers moeten zorgen, terwijl er op dat moment een kleine 6.300 beschikbaar waren.
Dat is een veel lager getal dan stond op de website van de provincie, die hierover ook gegevens bijhoudt. Die kwam uit op een getal van ruim negenduizend plekken, zo’n drieduizend meer dus dan wat de landelijke overheid zegt. Het verschil van mening zit in welke plekken je wel of niet mag meerekenen voor de spreidingswet.
Langdurige opvang
Volgens de landelijke overheid mogen alleen opvangplekken die er meerdere jaren staan meegerekend worden voor de opgave in de Spreidingswet. Ook daar wringt de schoen: over het algemeen hebben gemeenten namelijk liever opvang voor korte tijd, waar maar een beperkt aantal asielzoekers verblijven.
Om terug te gaan naar Valkenswaard: de gemeenteraad daar nam in 2025 een motie aan waarin staat dat er maximaal veertig asielzoekers per opvanglocatie mogen komen. Ook dit gaat in tegen de wens van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), dat liever grotere locaties heeft voor langere tijd. Grotere locaties zijn namelijk veel goedkoper en er kunnen meer voorzieningen worden aangeboden, zoals Nederlandse taallessen, zorg en beveiliging.
De eisen die het COA stelt aan een opvanglocatie, verschillen wel eens met een plek die door een gemeente wordt aangeboden. In Gemert-Bakel werd twee jaar geleden nog een locatie afgewezen door het COA, omdat deze niet voldeed aan hun eisen.
Lopende gesprekken
In de komende maanden worden er verder gesprekken gevoerd over hoe de opvang van asielzoekers, statushouders en Oekraïense vluchtelingen verder wordt verdeeld. In de loop van dit jaar komt meer duidelijkheid over welke gemeente precies wat gaat doen en waar de opvanglocaties komen. Eind dit jaar neemt de minister een nieuw verdeelbesluit over hoeveel asielzoekers er per gemeente moeten worden opgevangen.
