Roeien vond ze eerst stom, nu verdedigt deze laatbloeier de wereldtitel
Margot Leeuwenburgh uit Breda mag met recht een laatbloeier worden genoemd. Tot haar 21ste had ze nog nooit in een roeiboot gezeten, maar nu op 30-jarige leeftijd verdedigt ze volgende maand haar wereldtitel. “Alleen maar zuipen bij een vereniging vond ik niet leuk, daarom ben ik gaan roeien.”
Haar ouders roeiden vroeger als recreant, maar Margot Leeuwenburgh kreeg als kind niet het roeivirus. “Ik heb standaardsporten gedaan: hockey en tennis. Eerst is mijn zus gaan roeien bij een studentenvereniging, ik vond het eigenlijk maar een stomme sport. Ik snapte niks van al dat verplichte trainen en ze kwam nog maar weinig thuis. In mijn studententijd ben ik het uiteindelijk ook gaan doen. Daarna werd vooral mijn moeder erg enthousiast om het roeien weer op te pakken."
Roeien vond ze een leuke manier om nieuwe mensen te leren kennen. Geen moment dacht ze eraan om ooit de top van de wereld te bestormen. “Roeien was voor mij puur voor de lol, maar ik besloot in de selectieperiode wel voor de wedstrijdgroep te gaan. Dat heb ik een jaar of zes gedaan, toen kreeg ik pas het gevoel dat ik weleens voor de nationale ploeg zou kunnen gaan.”
Na een aantal mislukte pogingen slaagde ze er in 2025 in om door te dringen tot TeamNL Roeien. Het werd direct een geweldig jaar, met brons op het EK in de dubbelvier en goud op het WK in Shanghai. Vanaf 24 augustus hoopt ze met Tessa Dullemans, Lisa Bruijnincx en Marieke Keijser die titel te prolongeren.
“We willen alles eruit halen wat we tijdens de trainingen hebben opgebouwd, hopelijk leidt dat tot goud”, zegt ze. “Het is voor ons leuk dat we dat voor eigen publiek in Amsterdam mogen doen. Niet alleen de kans voor familie om bij zo’n mooie wedstrijd aanwezig te zijn, maar ook voor onder andere leden van mijn vereniging in Leiden.”
"De wereld om je heen is nog aan het opstarten."
Voor haar jacht op WK-goud zit Leeuwenburgh vele uren in de boot. Juist die trainingen maken de sport in haar ogen aantrekkelijk. “Het liefst train ik in de vroege ochtend. Het water van de Amstel is dan vlak, de wereld om je heen is aan het opstarten. Er zijn genoeg duurtrainingen in ons programma dat we tijd hebben om gewoon om ons heen te kijken.”
De Olympische Spelen van 2028 is haar het hoofddoel. “Een mooie stip aan de horizon om daar heel hard voor te trainen. Het zou zo vet zijn om erbij te zijn in Los Angeles. Als je dat een paar jaar geleden tegen me had gezegd, had ik je niet geloofd.”
"Lekker om niet alleen met roeien bezig te zijn."
Wat ook energie geeft, is haar parttime baan op de psychiatrieafdeling bij het Leiden University Medical Center. “Het is lekker om niet alleen met roeien bezig te zijn. Gelukkig heb ik een werkgever die flexibel is, dat is noodzakelijk in de topsport. Ik ben bijvoorbeeld dit jaar al drie keer op hoogtestage geweest. Ik krijg alle steun en ze vinden het leuk dat ik na een lang traject naast het werk in een ziekenhuis topsport bedrijf.”
