Ontdek

De captain van deze succesploeg ziet heel heftige dingen op de werkvloer

Vandaag om 09:55 • Aangepast vandaag om 10:06

De Oranje hockeyvrouwen gaan deze week voor de vierde keer op rij voor WK-goud. Voor Renée van Laarhoven (28) uit Tilburg is het een extra bijzonder toernooi, want ze draagt de aanvoerdersband. Wat haar helpt om te presteren in de wereldtop, is haar baan in het Prinses Máxima Centrum, waar ze superheftige dingen tegenkomt. "Alleen focus op sport werkt bij mij niet."

Profielfoto van Leon Voskamp
Geschreven door

Van Laarhoven is dit toernooi, samen met Marijn Veen, aanvoerder. Ze noemt de band om haar arm een eer. “Leuk en bijzonder dat ik deze waardering van de spelersgroep en staf krijg. Het is niet zo dat ik nu ineens veel meer of minder praat in het veld. Het gaat vooral om de verbinding in de groep en het versterken van elkaars krachten. Die rol past goed bij mij.”

De aanvoerdersband voelt niet als extra druk, maar druk in het Nederlands team is er wel altijd. Net als op voorgaande eindtoernooien is Oranje tijdens dit WK in eigen land topfavoriet voor goud. Alles onder die hoogste plek op het podium is een tegenvaller. 

“Binnen de groep voel ik dat we ons willen bewijzen. Van gemakzucht is geen sprake, we geven alles", zegt Van laarhoven. Ook buiten het veld merkt ze dat iedereen competitief is: "Of dat nou aan de pingpongtafel is of tijdens een spelletje boerenbridge, het gaat er fanatiek aan toe.”

 

Renee van Laarhoven bij een training van het Nederlands team (foto: Robin van Lonkhuijsen / ANP).
Renee van Laarhoven bij een training van het Nederlands team (foto: Robin van Lonkhuijsen / ANP).
Voor topprestaties in de absolute wereldtop is afleiding belangrijk voor Van Laarhoven. Die afleiding vindt ze in haar werk in het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie in Utrecht. “Als het vroeger een keer tegenzat met hockey, dan zat dat erg in mijn hoofd. Door deze combinatie is de druk een beetje weggenomen en het plezier in hockey toegenomen.”
"Veel kinderen krijgen te maken met bijwerkingen of late effecten."

In het Utrechtse ziekenhuis doet de captain van Oranje onderzoek naar de late effecten van kinderkanker. “Het overlevingspercentage is best hoog, die stappen zijn de laatste jaren gezet”, zegt de Tilburgse.

“Maar hoe kunnen we ervoor zorgen dat de kwaliteit van leven zo hoog mogelijk is? Veel kinderen krijgen te maken met bijwerkingen of late effecten van hun ziekte of behandeling. Wij zetten ons ervoor in dat je wanneer je 30, 40 of 50 jaar bent je zo min mogelijk last hebt van de ziekte die je in je jeugd hebt gehad.”

In het ziekenhuis krijgt ze, in tegenstelling tot op het hockeyveld, regelmatig met heftige zaken te maken. Zoals ouders die slecht nieuws hebben gehad. “Direct contact met de kinderen of hun ouders heb ik niet vaak, maar in ons ziekenhuis loopt iedereen door elkaar heen", legt ze uit. Aan de andere kant ziet ze ook in haar werk mijlpalen die worden gevierd als er stappen vooruit zijn gezet: "Natuurlijk wil je het liefst niet als patiënt in een ziekenhuis zijn, maar als het dan toch moet, dan is dit de juiste plek.”  

Lees ook

App ons! 👋

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.