Francis vraagt zich af welke nachtvlinder bij haar op bezoek is geweest
Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een opvallende gele kleine nachtvlinder met bruine vlekjes, gekke eikels langs de Rotte in de Eendrachtspolder, een zwarte ree en of dat bijzonder is, een grote rups gespot op een camping in Zweden en aan een nachtvlinder in de tuinkamer. Deel twee van deze Stuifmail wordt zondagochtend gepubliceerd.
De Stuifmailvraag 18:
Welk van de volgende muizen horen bij de ware muizen?
A. Bosmuis, zwarte rat en dwergmuis .
B. Bosmuis, rosse woelmuis en bruine rat.
C. Dwergmuis, veldmuis en huismuis.
D. Huismuis, zwarte rat en blauwe pielemuis.
Graag je antwoord sturen naar [email protected]
De winnaar krijgt de eer en een kwartetspel met veel informatie over Nationale Parken geschonken door het Van Gogh Nationaal Park.
Zondag tussen elf uur 's ochtends en twaalf uur 's middags hoor je het antwoord op Omroep Brabant radio.
Wat is de naam van deze vlinder?
Melanie Bieman zag een mooie vlinder, die ze nog nooit gezien had en ze wilde natuurlijk weten, wat de naam van de vlinder is. Allereerst hoort deze opvallende gele kleine vlinder met bruine vlekjes thuis bij de nachtvlinders. De naam is hagendoornvlinder en je kunt deze soort tegenkomen bij bosranden, maar ook in parken en tuinen.
De hagendoornvlinder heeft voorvleugels van ongeveer 1,5 cm en hoort daarmee thuis bij de familie van kleinere spanners. Rupsen van deze nachtvlinder kan je het hele jaar tegenkomen. Het woord hagendoorn in de naam van vlinder en rups en is afgeleid van de oude naam voor meidoorn. Voorheen heette de meidoorn dus hagendoorn en de rupsen van deze vlinder leven bijna volledig op de meidoorn.
De meidoorn is daarmee de belangrijkste voedselbron voor de rupsen van de hagendoornvlinder en daarom dankt de vlinder zijn naam aan deze prachtige struik. Nadat de halfvolgroeide rupsen hun buiken volgegeten hebben, gaan ze overwinteren. Dat doen deze rupsen ook op de meidoorn. Ze hebben namelijk op de meidoorn een cocon gemaakt en in die cocon zit de vlinderpop. Wat soms ook gebeurd, is dat het cocon met pop zich in de strooisellaag ontwikkelt of zelfs in muurspleten
Wat zijn dat voor gekke eikels?
Irene Schaap zag tijdens een wandeling langs de Rotte, in de Eendrachtspolder, gekke eikels en ze wilde graag weten wat er aan de hand was. Wat ze gezien heeft, is en soort vreemde vergroeiing tussen het napje en de eikel, die in dat napje zit. De naam van die vergroeiing is knoppergal. De veroorzaker van die vreemde vergroeiing is een knoppergalwesp. Knoppergalwespen zijn vliesvleugelige insecten uit de familie van de echte galwespen. Vrouwtjes van deze knoppergalwespen leggen met hun legboor eitjes in de knoppen van een eikenboom. De boom ontwikkelt daar een eikel met napje en daar tussenin groeit dan een kleverig en groen uitsteeksel, de knoppergal. Soms zorgt zo’n knoppergal ervoor dat de eikel nauwelijks zichtbaar is. Later wordt die groene kleverige knoppergal bruin van kleur.
Knoppergalwespen kennen net zoals alle andere galwespen twee generaties. Een seksuele generatie, die in de lente mannelijke en vrouwelijke dieren doet ontstaan, en een aseksuele generatie die enkel vrouwelijke nakomelingen kent en die zich dus ongeslachtelijk voortplanten. Uit de knoppergallen komen dus enkel vrouwtjes en die maken ongeslachtelijk onopvallende gallen met eitjes in de mannelijke katjes van de Turkse eik of moseik. Later komen daar dus de mannetjes en vrouwtjes van de knoppergalwespen uit. Meer info over deze knoppergalwesp, zie deze link.
De naam knopper komt waarschijnlijk van het Duitse woord knoppe. Een knoppe is een soort vilten pet of helm, die in de zeventiende eeuw veel gedragen werd en een vorm had waar de knoppergal veel op lijkt.
Zwarte ree gespot, is dat bijzonder?
Paul Sande spotte een zwarte ree en wilde weten of dit iets bijzonders was. Het is niet heel bijzonder, maar mensen zien ze niet zo vaak. Toch komen zwarte reeën met enige regelmaat voor in Nederland en ook op Kampina en in Oisterwijk. Er is uitgerekend dat er volgens jaarlijkse tellingen zo'n 110.000 reeën rondlopen in ons land. De meeste reeën hebben dus een zandgele tot roodbruine vacht in de zomer. In de winter is de vacht vaak grijsbruin tot zwart.
Daarvan heeft ongeveer 2 procent een zwarte vacht, ook in de zomer. Hoe ontstaat zo’n zwarte vacht? In het geval van zwarte reeën gaat het om een mutatie in de erffactoren. Daardoor overheerst het zwarte pigment. Vandaar dat er, in ieder geval zo lang als ik al reeën spot in deze omgeving, altijd wel een zwarte ree rondloopt. We hebben in deze omgeving zelfs een periode lang witte reeën gehad. Een uitgebreid verhaal over zwarte reeën is hier te lezen.
Is deze grote rups een rups van de rouwmantel?
J. van Wijk zag op een camping in Zweden een hele grote rups en wilde graag weten wat voor vlinder uit deze rups komt. Wat hij gevonden en gefotografeerd heeft, is de rups van een hermelijnvlinder. Jonge rupsen van deze nachtvlinder zijn in het begin bruin tot zwart. Daarnaast hebben ze kleine, geelachtig witte vlekjes op hun rug. Aan de achterkant hebben de jonge rupsen twee opvallende witte staartdraden. Naarmate de rups groeit en vervelt, verandert zijn kleur.
Oudere rupsen zijn heldergroen met een paarsbruin zadel (vlek) op de rug en twee dunne staartdraden. Uiteindelijk vlak voor de verpopping kunnen hermelijnvlinder rupsen maximaal 70 millimeter lang worden. Overigens hebben ze ook nog een wapen, want bij bedreiging kunnen de rupsen rode draden uit hun staarten schieten en mierenzuur afscheiden. Voedsel zoeken de rupsen vooral op wilgen en populieren. Later gaan de rupsen verpoppen en maken ze cocons die zeer hard zijn en zelfs met houtdeeltjes verstevigd. Uit de pop en cocons komen daarna hele mooie witte nachtvlinders met mooie zwarte tekeningen en puntjes. Tevens hebben de hermelijnvlinder heel haren op de kop en dat geheel doet dus denken aan hermelijnmantels. In ons land zijn hermelijnvlinders redelijk zeldzaam en worden vooral waargenomen in de kustprovincies.
Welke nachtvlinder zat er in mijn tuinkamer?
Francis van der Heijde vond een nachtvlinder in haar tuinkamer en ze wil graag weten om welke nachtvlinder het gaat. Als je goed naar de foto kijkt, zie je dat het diertje in een soort T-vorm zit. Tevens kan je zien dat het een insect is en enigszins lijkt op een vlinder. De familie waar dit insect toe behoort is de familie van vedermotten. Vedermotten zijn nachtvlinders, die in rusthouding zo’n T-vorm aannemen. Deze 'T' ontstaat doordat deze insecten diepe insnijdingen in de voor- en achtervleugels hebben. Deze vleugels zijn vaak opgerold en staan van het lichaam af. De meest bekende vedermot is de windevedermot, zie foto, maar deze bij Francis is een hoefbladvedermot.
De naam zegt meteen op welke planten deze vedermottensoort actief zijn en dat is klein hoefblad, maar soms ook op groot hoefblad. Daarnaast maken de rupsen een bladmijn. Bladmijnen zijn gangetjes en vlekken die je soms op bladeren ziet. Deze ontstaan als de larven van bepaalde insecten, die we dan bladmineerders noemen, zich tegoed doen aan het zachte weefsel aan de binnenkant van een blad, het zogenaamde het bladmoes. Later verpoppen de rupsen zich meestal tussen de klein hoefblad bladeren, maar soms ook tussen de bladstelen of in de bloeiwijze. Ze maken overigens geen dikke cocon, maar spinnen een ijl, wit webje om zich heen waaraan ze zich vasthechten.

