Cora wil weten of het insect in haar tuin de plantjes kwaad kan doen
Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een heel klein mooi vlindertje op een Rudbeckia, een dier dat de naam heeft van een wasmiddelenmerk, vreemd beestje op vlijtige liesjes wat geen vijand blijkt te zijn, maar een goede vriend en een invasieve exoot waarbij de vrouwtjes een miljoen eitjes kunnen leggen. Deel een van deze Stuifmail is zaterdag al gepubliceerd.
Welk heel klein vlindertje zat er op de Rudbeckia?
Peter Raaijmakers zag een heel klein vlindertje in zijn tuin in Best en vroeg zich af hoe dat vlindertje heette. Wat hij zag was een nachtvlinder met de naam muntvlindertje. Dit dagactieve nachtvlindertje wordt maximaal 18 millimeter groot en kom je vaak tegen op zonnige plaatsen in bloemrijke weilanden of andere bloemrijke plekken zoals tuinen. Wat heel erg opvalt zijn de paarsrode/bordeauxrode vleugels met vier geelwitte vlekken. Als de nachtvlindertjes in rust zitten, dan zie je ze vaak in een driehoekige vorm op een blad.
De naam muntvlindertje is gebaseerd op het feit dat de rupsen vooral leven op muntsoorten, zoals watermunt en ander muntsoorten. Toch kun je ze ook aantreffen op wilde marjolein, veldsalie en steentijm. Muntvlindertjes horen bij de familie van de grasmotten en officieel noemen we deze nachtvlinder microvlinders.
Wat voor een insect is dit?
Wouter Groen stuurde mij een foto van een insect waar hij graag de naam van wil weten. Op de foto zie je een witte reus. Deze witte reus is in ons land een van de vijf soorten reuzen binnen de zweefvliegenwereld. Naast deze witte reus kennen we ook nog de hommelreus, de wespreus, de gele reus en de stadsreus, zie foto. Het zijn grote, bolle zweefvliegen met een vrij lange snuit. Hun antennen/voelsprieten dragen een pluim.
De hommel-, stads- en witte reus komen algemeen voor in ons land. De wespreus en de gele reus zijn zeldzaam. Vier van de vijf Nederlandse reuzensoorten ontwikkelen zich in de nesten van sociale insecten. De hommelreus leeft als larve in de nesten van verschillende soorten hommels. De larven voeden zich daar met afval dat zich in het nest ophoopt. De larven van de stadsreus en de witte reus leven van afval in nesten van sociale plooivleugelwespen (gewone wesp, Duitse wesp en hoornaar). Ook de larve van de wespreus leeft in nesten van deze wespen, maar zij voedt zich parasitair op een wespenlarve. De wespenlarve leeft hierbij voort totdat de larve van de wespreus hem uiteindelijk leegzuigt.
De stadsreus met zijn 2,5 centimeter is de grootste onder deze giganten en de witte reus bereikt een lengte van maximaal 1,8 centimeter. De naam heeft deze zweefvlieg te danken aan de bijna witte kleur van het tweede achterlijfssegment. De rest van het lichaam is overwegend zwart. Je komt deze witte reus vooral tegen bij bloemrijke hagen of in open plekken in de bossen. Daar leven ze, net zoals zoveel andere zweefvliegen, van nectar en stuifmeel. Hun voorkeur qua bloemen gaat uit naar de braambloesem.
Welk vreemd diertje zit er op mijn vlijtig liesjes?
Cora Peemen zag een vreemd insect op haar vlijtige liesjes en ze wil graag weten of deze insecten kwaad doen aan hun planten. Het tegenovergestelde is juist waar, want deze insecten vreten juist de luizen op, die wel kwaad doen aan de planten.
Het witte wollige diertje op de foto bij Cora is een larve van het dwergkapoentje, ook wel conische kapoentje genoemd. Dwergkapoentjes behoren tot de familie van de lieveheersbeestjes. In eerste instantie lijkt het diertje op een witte wolluis. Dat is ook zijn/haar truc, want het pakje wat ze aan hebben, zorgt ervoor dat ze dicht bij die witte wolluizen kunnen komen om ze vervolgens op te vreten. Witte wolluizen zijn heel schadelijk voor zowel kamerplanten als tuinplanten. Ze onttrekken veel plantensap en voedingssappen uit planten. Daardoor krijgen planten gele of bruine bladeren en stopt de groei en kan de plant uiteindelijk doodgaan. De dwergkapoentjes maken de pakjes overigens zelf met de washaren van de larve. De larve van het dwergkapoentje scheidt deze af zodat het dwergkapoentje minder opvalt tussen de prooidieren, de wolluizen. Eenmaal in de buurt slaan ze hun slag en eten ze de aanwezige witte wolluizen op, zoveel als ze kunnen.
Dwergkapoentjes zijn binnen de lieveheersbeestjesfamilie weer een onderfamilie en zijn erg klein, hooguit twee millimeter. Oorspronkelijk komen de dwergkapoentjes uit Australië en pakken voornamelijk wolluizen aan. Voor een foto van het volwassen diertje, zie deze link.
Gevangen een invasieve soort, klopt dat?
Toke de Vries was met haar twee kleinzonen gaan vissen in de Waal bij Nijmegen. In een van hun vangsten zat een krab en ze vroegen zich af of het een invasieve soort was? En dat klopt helemaal, want ze hadden een Chinese wolhandkrab gevangen. Deze invasieve krab is al sinds 1931 aanwezig in ons land. Destijds zijn de dieren vermoedelijk meegekomen in het ballastwater van de grote schepen uit Oost-Azië.
De eerste Chinese wolhandkrab werd in Duitsland al gevonden in 1912. In al de jaren hiervoor is deze krab geen probleem geweest, maar de afgelopen jaren is deze krabbensoort explosief gegroeid. Vermoedelijk omdat rivieren veel schoner zijn geworden. De problemen die de plotselinge explosieve groei van deze Chinese wolhandkrab veroorzaken liggen zowel op economisch en ecologisch gebied. De Chinese wolhandkrab kent in onze contreien geen natuurlijke vijanden en vrouwtjes van deze soort kunnen per vrouwtje een miljoen eitjes leggen. Maar dat niet alleen, de krabjes en krabben verplaatsen zich razendsnel in het water, maar ook over het land. En dat ze met zovelen zijn, is al eens bewezen in de plaats Grobbendonk, België, want daar vingen ze in één dag 17.000 krabben.
Kortom: een soort die in de gaten gehouden moet worden en dus als je ze ziet in het water, graag melden bij het lokale waterschap. Zie je ze wandelen op straat, dan meteen melden bij je gemeente. Wil je meer weten over de Chinese wolhandkrabben, dan is deze link iets voor jou.
Rubriek mooie foto’s
Prachtige foto van een distelvlinder gespot in het buitengebied van Molenschot, foto Johan Kusters.
Natuurtip;
De gevolgen van stikstof op de Loonse en Drunense Duinen
Zondag 6 september van tien uur 's ochtend tot twaalf uur 's middags.
De natuur lijdt ernstig onder een overmaat aan stikstof, verdroging, slechte waterkwaliteit en vervuiling. Planten en dieren verdwijnen of worden zeldzaam. De achteruitgang is helaas ook zichtbaar in de Loonse en Drunese Duinen. Maar welke maatregelen kunnen we nemen om de natuur te laten overleven? De boswachter legt hier alles over uit.
Stikstof
Planten hebben stikstof nodig als voedingsstof, maar te veel stikstof is schadelijk voor de natuur. Kwetsbare planten die hier niet tegen kunnen, worden verdrongen door soorten die sneller groeien. Hierdoor wordt het landschap eentonig en raakt het ecosysteem verstoord. We hebben insecten nodig voor de bestuiving van onze gewassen, deze insecten zijn afhankelijk van bepaalde plantensoorten. Wanneer deze planten verdwijnen, verdwijnen ook de insecten. Dit kan zelfs gevolgen hebben voor de voedselproductie.
Meer informatie:
• Aanmelden is verplicht, dit kan via deze link.
• Vertrekpunt Parkeerplaats Bosch en Duin. Adres: Schoorstraat 50 5071RC Udenhout.
• De kosten zijn voor leden van Natuurmonumenten € 7,70, kinderen € 3,85 en voor niet leden volwassenen € 11,00 en kinderen € 5,50
• Deze excursie is gericht op volwassenen. Oudere kinderen zijn onder begeleiding van een volwassene welkom.
• Draag kleding die past bij het weer.
• Controleer jezelf achteraf altijd op teken.
• Honden kunnen niet mee.

