Mari-Jette verloor in één klap haar broer en zijn gezin: 'Ik was in shock'
Het is half vijf ’s ochtends als Mari-Jette wakker schrikt van de deurbel tijdens een koude winternacht in november 2008. Wanneer ze de deur opent, ziet ze haar broer, schoonzus en twee politieagenten staan. Die brengen haar verschrikkelijk nieuws: Haar broer Bart Cuppen (45) is met zijn gezin verongelukt door ijzel op de snelweg. Achttien jaar later kondigt het verdriet zich ieder jaar opnieuw aan: “Zodra het november wordt, gaat mijn keel dicht.”
Mari-Jette en haar drie jaar oudere broer Bart worden geboren in Helmond en groeien samen op in een boerderij in Lierop. De twee komen uit een groot gezin met zes kinderen. Al op jonge leeftijd gaan de ouders van Mari-Jette en Bart uit elkaar. Vader vertrekt voor zijn werk naar Brazilië en moeder verhuist met haar kinderen naar Eindhoven.
Kort daarna raakt hun moeder invalide. Terwijl hun oudere broers en zus uitvliegen, blijven Bart (12) en Mari-Jette (9) thuis met de zorg voor hun moeder. “Dat was echt niet makkelijk”, vertelt Mari-Jette. Maar de broer en zus bouwen een heel goede band op.
Bart vertrekt naar een internaat in Deurne, waar Mari-Jette hem vaak opzoekt. Ze herinnert zich feestjes in de kelder van het internaat: “Ik mocht mee naar de disco met zijn vrienden, dat was echt dolle pret samen.”
Na het internaat vertrekt Bart naar Delft voor zijn studie civiele techniek. “Hij deed er acht jaar over en werd een beetje een eindeloze student”, vertelt Mari-Jette gniffelend. Bart sluit zich ook aan bij een studentenvereniging. “Daar haalde hij veel gekkigheid uit waarover hij vaak vertelde wanneer hij in het weekend terug naar Eindhoven kwam”.
“Hij vertrok naar yuppenland en legde daar een Brabants ei!”
Tijdens zijn studententijd leert Bart zijn grote liefde Joke kennen. De twee verhuizen na hun studie naar Hilversum, waar Bart aan de slag gaat als projectleider bij ProRail en Joke als wiskundelerares. Samen krijgen ze twee kinderen: Reneé en Sander.
Wanneer Bart eenmaal in Hilversum woont met zijn gezin, ziet Mari-Jette haar broer minder. “Ze hadden het altijd druk. Maar ik heb altijd bewondering gehad voor hoe hij de dingen deed.”
Bart en Joke hadden een grote vriendenkring, hielden van zeilen, hockeyen, reizen, fietsen en waren muzikaal. De twee waren bij velen bekend in Hilversum. Hoewel Bart zijn leven in Hilversum opbouwde, bleef hij volgens zijn zus een echte, Brabantse bourgondiër: “Bart was kei sociaal en een echte verbinder op zijn werk. Hij vertrok naar yuppenland en legde daar een Brabants ei!”
Als Mari-Jette haar broer op een dag vraagt hoe hij zijn leven zo op de rails houdt, antwoordt hij: “Ik heb een huis met een tuin, daar heb ik een hekje omheen gezet. Iedereen mag in mijn tuintje komen. Maar komt er iemand in die rommel maakt? Dan zet ik die buiten het hekje.”
Maar het leven van haar broer dat zo op rolletjes loopt, verandert in één klap op 22 november 2008. Na een verjaardag bij opa en oma rijdt het gezin met de auto terug naar Hilversum. Maar het gaat helemaal mis wanneer de auto door ijzel op de snelweg begint te tollen. Een touringcar botst tegen de auto van het gezin. Bart, Joke en hun kinderen Renée en Sander komen om het leven.
“We stapten hun leven in, maar zij waren er niet meer.”
Om half vijf 's ochtends gaat de deurbel die dag bij Mari-Jette, dan hoort ze het verschrikkelijke nieuws. “Ik was in shock, maar je schiet in de overlevingsstand. Er moest van alles geregeld worden.”
Mari-Jette herinnert zich hoe ze na het ongeluk het huis van haar broer binnenstapte samen met haar broers en zussen: “We stapten hun leven in, maar zij waren er niet meer.” In huis gingen ze op zoek naar foto’s voor de afscheidsdienst. “Je komt binnen en ziet de schoenen staan, de ijskast vol met eten. Het was net of ze nog leefden.”
In Hilversum werd een herdenking gehouden die zo drukbezocht was dat er buiten in de sneeuw schermen werden geplaatst. Een dag later volgt de begrafenis. Daar breekt Mari-Jette: “Toen ik die vier rouwauto’s achter elkaar zag rijden, ging mijn overlevingsstand uit. Dat beeld krijg ik nooit meer uit mijn hoofd.” Tijdens de uitvaart vertelde ze over Barts tuintje. “Dat was verwoest door ijzel.”
“Als ik voorbij het weekend van het ongeluk ben, kan ik weer een beetje ademhalen.”
Achttien jaar later blijft iedere winter nog zwaar voor Mari-Jette. “Rond november gaat mijn keel dicht. Als ik voorbij het weekend van het ongeluk ben, kan ik weer een beetje ademhalen. In die periode bezoek ik ook vaak het graf.”
Nu leeft Bart vooral voort in haar herinneringen. In hoe hij ooit met groot licht Mari-Jette's eerste date met haar man verstoorde om haar te plagen. “We zaten te zoenen in de auto en hij zat ons op te jutten!”
Mari-Jette’s geloof geeft haar houvast. “Wij hebben het gemis, maar zij zijn wel compleet in de hemel. Ik geloof dat we ooit weer bij elkaar komen.”
