Spreekrecht dochter: 'Ik mis mijn vader, terwijl hij gewoon naast me zit'
De dochter van de man die vorig jaar oktober in coma raakte na een vechtpartij in de Brabanthallen vertelde vrijdag in de rechtbank in Den Bosch hoe groot de gevolgen van een klap waren. Haar vader hield er blijvende hersenschade aan over. Hieronder kun je haar hele bijdrage lezen, zoals ze die in de rechtbank voorlas.
Geachte voorzitter, leden van de rechtbank.
Ik spreek vandaag namens mijn moeder, mijn broer en mijzelf.
Op 24 oktober gingen wij als gezin samen een leuke avond tegemoet. Het was een avond zoals zoveel andere avonden. We lachten, we dronken iets en we waren samen. Een normale avond met ons gezin. Achteraf zou ik willen dat ik op dat moment had geweten hoe bijzonder normaal eigenlijk was. Niemand van ons had kunnen bedenken dat dit de laatste avond zou zijn waarop we onze vader zouden kennen zoals hij altijd was geweest.
Die nacht veranderde ons gezin voorgoed. Een gezin dat op 24 oktober vertrok met vier mensen en thuiskwam met drie mensen en iemand die nooit meer dezelfde zal worden.
De dagen die volgden waren de zwaarste uit ons leven.
Midden in de nacht kregen wij te horen dat mijn vader met spoed geopereerd moest worden.
Niet om hem beter te maken, maar om zijn leven te redden. Ik weet nog precies hoe dat voelde.
We waren doodsbang. Bang dat we hem zouden verliezen. Bang of hij ooit nog wakker zou worden. En misschien nog wel het aller bangst voor de vraag hoe hij wakker zou worden, als hij wakker zou worden.
Ik kan moeilijk uitleggen wat er door je heen gaat wanneer iemand je vertelt dat je vader misschien niet meer wakker wordt. Je wilt dat iemand zegt dat het goedkomt. Maar niemand zei dat. Niemand kon dat zeggen.
Mijn vader werd uiteindelijk wakker. Ik dacht dat dat het moment zou zijn waarop wij hem terugkregen. Maar zo werkt hersenletsel niet. Hij opende zijn ogen, maar die vader die wij kenden, kwam niet met hem mee terug. Mijn vader is niet overleden. Ik kan naast hem zitten, tegen hem praten, hem aanraken en toch mis ik hem. ledere dag.
Ik zeg vaak tegen mezelf: "maar gelukkig leeft hij nog" en geloof me, daar zijn wij dankbaar voor.
Maar probeer je eens voor te stellen hoe het is om iemand te missen die gewoon voor je zit. Om naar het gezicht van je eigen vader te kijken en te weten "jij bent mijn vader", maar je voelt niet meer als mijn vader. Dat is ons leven geworden.
Het voelt alsof iemand iets van ons heeft afgepakt. Niet een bezit, maar een deel van ons gezin.
Een deel van onze toekomst. Een deel van alle herinneringen die we nog samen hadden willen maken.
Mijn vader was de drijvende kracht van ons gezin. Hij bracht gezelligheid, bedacht spontane plannen en zorgde ervoor dat we samen waren. We gingen vaak uit eten, samen naar de kroeg, maakten mooie reizen en genoten van de kleine dingen. Hij was degene die ons gezin verbond.
Dat is er niet meer.
Vorig jaar waren mijn ouders 25 jaar getrouwd. Dat hebben we gevierd met een prachtige reis door Colombia. Voor mijn moeder, mijn broer en mij is dat een dierbare herinnering. Voor mijn vader heeft die reis nooit bestaan. Hij kan zich er niets meer van herinneren. Dat doet pijn. Dat vind ik zo wreed aan wat er is gebeurd. Er zijn dingen van mijn vader afgenomen waarvan hij zelf niet eens meer weet dat hij ze mist.
Mijn vader heeft zelf geen besef van wat er die nacht is gebeurd. Hij weet niet dat hij blijvende hersenschade heeft opgelopen. In het begin vond ik dat ontzettend moeilijk. Ik wilde met hem
praten over wat er was gebeurd. Over hoe ons leven compleet was veranderd. Maar dat kon niet.
Hij heeft zelfs niet eens door dat zijn leven van hem is afgepakt.
Tegelijkertijd geeft dat mij ook een klein beetje rust. Hij hoeft niet iedere dag te beseffen wat hij allemaal kwijt is. Hij weet niet dat hij nooit meer zal werken. Dat hij nooit meer auto zal rijden.
Dat hij nooit meer alleen kan zijn. Dat hij nooit meer spontaan een biertje kan drinken of met zijn vrouw en kinderen een café binnen kan lopen om samen een feestje te bouwen.
Juist dat breekt mijn hart. Want dat was wat hij het allerliefste deed.
Soms denk ik dat dat misschien het enige stukje genade is dat hem nog is gegund. Dat hij zelf niet volledig begrijpt hoeveel hij verloren heeft. Want wij begrijpen het wel. Wij zien het iedere dag. Wij herinneren ons namelijk nog precies hoe hij was.
Mijn vader was een warme man. Hij stond altijd voor iedereen klaar. ledereen kon bij hem terecht. Hij had ontzettend veel vrienden. Niet alleen privé, maar ook zakelijk. Mensen spreken nog steeds met bewondering over hem. Dat zegt alles over wie hij was. Voor hem draaide het niet alleen om geld of zaken. Het draaide om mensen. Om vertrouwen. Om de relaties die hij jarenlang had opgebouwd. Hij was iemand op wie mensen konden bouwen. Wij ook. Vooral wij.
Nu herkennen wij hem soms nauwelijks meer. Hij lijkt niet meer op zichzelf. Hij is niet meer de vader, de echtgenoot, de zoon en de vriend die hij altijd is geweest.
Ook mijn eigen vader-dochterrelatie is voor een groot deel verdwenen. Als ik vroeger stress had voor mijn examens, stapte mijn vader gelijk de auto in en kwam hij, toen ik studeerde, naar mij toe om mij te overhoren. Dit klinkt misschien onbelangrijk. Voor mij is het alles. Hij hoefde het niet te doen, hij deed het omdat hij wist dat ik hem nodig had. Hij kende mij, hij wist wanneer ik onzeker was. Hij stelde vragen, luisterde en stelde me gerust. Hij was mijn vader. Nu weet hij niet eens wat ik doe en wat mij bezig houdt. Terwijl hij altijd zo betrokken was.
Ik kan niet uitleggen hoeveel pijn het doet om door iemand die jou je hele leven heeft gekend, steeds een klein beetje vergeten te worden.
Nu vallen de gesprekken gewoon stil. Hij stelt nauwelijks nog vragen. Hij kan zich moeilijk verplaatsen in een ander. De empathie die hem zo typeerde, is verdwenen. Het is moeilijk om alleen met hem te zijn, omdat er geen echt gesprek meer mogelijk is. Dat gemis voel ik iedere dag.
Maar misschien is het meest pijnlijke nog wat ik bij mijn moeder zie. Mijn ouders waren nog ontzettend verliefd op elkaar. Nu zorgt mijn moeder iedere dag voor een man die haar niet eens meer wil aanraken. Een man die door zijn hersenletsel alleen maar boos tegen haar kan doen. die haar niet meer de liefde en warmte kan geven die vroeger vanzelfsprekend was. En toch blijft zij, ze zorgt voor hem en regelt alles voor hem. Ze staat iedereen dag opnieuw naast hem en tegelijkertijd mist ze hem verschrikkelijk.
Mijn broer heeft zijn eigen verlies. Mijn vader en hij waren niet alleen vader en zoon.
Het waren maatjes. Ze konden uren praten. Ze klusten samen. Ze gingen samen op pad. Mijn vader ging zelfs met hem en zijn vrienden stappen. En nu kan mijn vader naar zijn eigen zoon staan en hem soms niet herkennen.
Laatst was hij aan het klussen. Mijn vader stond naast hem. Mijn vader keek wat hij aan het doen was en zei: "Dit zou mijn zoon ook leuk hebben gevonden om te doen. "Maar zijn zoon stond naast hem. Ik wil dat nog één keer zeggen. Zijn zoon stond naast hem. En mijn vader had niet door dat hij het was.
Ik kan u vertellen over diagnoses. Over hersenschade. Over alles wat hij niet meer kan.
Maar voor mij vertelt dit ene moment wat die nacht met mijn vader heeft gedaan. En mijn broer moet daarnaast leven met iets wat mijn moeder en ik hem nooit kunnen afnemen. Hij heeft met eigen ogen gezien wat er met onze vader gebeurde. Hij heeft gezien hoe zijn vader werd mishandeld.
En hij heeft de gevolgen daarvan iedere dag opnieuw voor zich.
En dan zijn er nog mijn opa en oma. Zij weten al hoe het voelt om een kind te verliezen. Zij hebben eerder al een kind moeten afgeven. En nu kijken zij opnieuw naar een zoon die ze zijn kwijtgeraakt.
Dat vind ik misschien wel een van de meest onrechtvaardige dingen aan hersenletsel. Je krijgt geen moment waarop het verlies klaar is. Je neemt steeds opnieuw afscheid wanneer hij iets niet meer weet of niet meer herkent. Steeds opnieuw een klein afscheid.
En dan wil ik mij nu rechtstreeks richten tot degene die hiervoor verantwoordelijk is. Mijn vader heeft die avond geen klappen uitgedeeld. Mijn vader heeft alleen geincasseerd. En uiteindelijk is hij levensloos achtergelaten op de betonnen vloer. De doffe klap. Het kraken. In het dossier wordt het omschreven als een baksteen die op een ijsbaan wordt gegooid en het ijs doet barsten. Zo hard kwam mijn vader met zijn hoofd op die betonnen vloer terecht.
Wat ik vervolgens heel moeilijk vind, is om te zien in het dossier dat er geprobeerd wordt verantwoordelijkheid af te schuiven. Hoe er met vingers wordt gewezen. Ook naar mijn broer.
Mijn broer heeft mijn vader die nacht niet van ons afgenomen. Mijn vader heeft dit zichzelf niet aangedaan. Hij heeft dit niet verdiend. Mijn vader kon zich niet meer verdedigen. Niet die avond en nu ook niet. Daarom doe ik dit vandaag voor hem.
U bent zelf vader van vijf kinderen, er komt een uitspraak, er komt een straf, maar op een dag is die straf voorbij. Voor ons niet, wij hebben geen einddatum. Jij kan verder met je leven en een vader zijn voor jouw kinderen, maar ik ben mijn vader kwijt.
En toch staan wij hier vandaag niet uit haat, we hebben geen haatdragende gevoelens. Het strafproces heeft voor ons geen rol gespeeld, wij zijn altijd alleen maar met mijn vaders gezondheid bezig geweest.
In deze zaak zijn alleen maar verliezers. Onze vader verloor een groot deel van zichzelf. Mijn moeder verloor haar partner zoals ze hem kende. Mijn broer verloor de vader die hem altijd zou steunen. Ik verloor degene bij wie ik altijd terechtkon. Mijn opa en oma verloren opnieuw een zoon. En onze toekomstige kinderen zullen hun opa nooit leren kennen zoals hij werkelijk was.
Op 25 oktober werd mijn vader in enkele seconden mishandeld. Voor de dader duurde het misschien maar een moment. Voor ons duurt dat moment de rest van ons leven.
Wij kunnen geen straf vragen die ons oude leven terugbrengt. Die bestaat niet. Wat wij wel hopen, is dat de rechtbank zich realiseert dat deze mishandeling niet alleen één man heeft getroffen, maar een heel gezin voorgoed heeft veranderd.
