Frans weet wat voor iets vreemds Jeanette op een omgehakte boom zag
Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan of de twee parende huisjesslakken vreemd zijn gegaan of toch niet, welke vlinder een voorkeur heeft aan autobanden, bijzondere nachtvlinder, die op een muur zat, een vreemd voorwerp op een omgehakt stuk boom en een vrouwelijke vogel op de Voralberg in Oostenrijk op ongeveer 1200 meter hoogte. Deel twee van deze Stuifmail wordt zondagochtend gepubliceerd.
De Stuifmailvraag nummer 20:
Merels en kauwen die witte veren hebben, hebben last van?
A. teveel stress tijdens het volwassen zijn
B. het eten van teveel ongezond voedsel
C. teveel melk gedronken
D. tegen een witte verf bus aangelopen te zijn
Graag je antwoord sturen naar [email protected]
De winnaar krijgt de eer en een kwartetspel met veel informatie over Nationale Parken geschonken door het Van Gogh Nationaal Park.
Zondag tussen elf uur 's ochtends en twaalf uur 's middags hoor je het antwoord op Omroep Brabant Radio.
Zijn dit twee verschillende soorten slakken?
Jan Baartmans maakte een foto van volgens hem twee verschillende slakken, die aan het paren waren. Zijn vraag is of het inderdaad verschillende slakken zijn of dat het slakken met verschillende kleuren zijn. Wat hij gezien heeft zijn feitelijk twee dezelfde soort huisjesslakken. De naam van deze huisjesslakken is zwartgerande tuinslak en om het nog verwarrender te maken wordt deze soort ook gewone huisjesslak genoemd. Gewone huisjesslakken hebben echt heel veel verschillende soorten gekleurde huisjes. Dat kun je ook zien op de foto hieronder waar een zwartgerande tuinslak in bruine uitvoering op is te zien.
Al die verschillende patronen en kleuren bij een soort noemen we polymorfisme. Je kunt dus gewone huisjesslakken aantreffen die felgele huisjes hebben of roze, of bruine, effen zijn of juist bezet met één tot vijf donkere spiraalbanden. De paring die Jan heeft gezien verloopt dus vlekkeloos omdat ze tot dezelfde soort behoren en ze krijgen dus een gezond nageslacht. Het mooie is, dat de genen voor de schelpkleuren zich mengen, waardoor de baby-slakjes weer heel verrassende nieuwe patronen kunnen krijgen. Mochten nou twee verschillende soorten huisjesslakken met elkaar paren, zoals bijvoorbeeld deze zwartgerande tuinslak met een witgerande tuinslak, dan komen er geen nakomelingen. Toch kan je weleens zien dat ze elkaar het hof maken en zelfs een poging tot de daad doen, maar het resultaat eindigt altijd tot niets. Ze gaan gewoon even lekker vreemd.
Welke mooie vlinder zat er op mijn autoband?
Wilma Verhaegh zag een insect, ze dacht een soort vlinder, tegen de band van haar auto zitten en ze wilde graag weten wat het was. Wat ze op de autoband had zitten was een nachtvlinder met de naam populierenpijlstaart. Deze nachtvlinders van de pijlstaartenfamilie vliegen vaak al vanaf eind april rond, tot zelfs in augustus. Het leefgebied van dit insect strekt zich uit van vochtige bossen en weiden tot randen van akkers. Ze kunnen een hoogte van 1500 meter bereiken. In de nacht, bij straatverlichting, zie je deze vlinder goed, maar overdag vallen ze nauwelijks op vanwege hun uitstekende camouflagekleuren. Zeker als deze nachtvlinder de vleugels gesloten houdt tussen dorre bladeren. Met zijn vorm en asgrijze en donkerbruine kleuren lijkt het alsof de vlinder onderdeel is van die dorre bladeren.
Daarnaast is de populierenpijlstaart met geopende vleugels een heel mooie bruine pijlstaartvlinder. Je ziet dan op de ondervleugels, die meestal boven de voorvleugels uitsteken, een mooie rode vlek. Deze pijlstaartvlinder kan een maximale spanwijdte hebben van 92 millimeter. De rupsen van deze nachtvlinder kunnen een lengte bereiken van wel negen centimeter. Worden ze bedreigd dan gaan ze in een soort sfinxhouding: Ze richten het voorlichaam op en gaan met de kop weer iets naar beneden, waardoor zo’n rups imposanter en groter lijkt. Deze houding deed de beroemde bioloog Linnaeus denken aan de Egyptische sfinx. Rupsen van de populierenpijlstaart eten vooral populierenbladeren, maar ook wilgenbladeren. Als hun buikje vol is, maken ze een holletje in de bodem. Dan worden ze een donkerbruine pop en zo overwinteren ze.
Is de vlinder die op de muur zit een blauw of een rood weeskind?
Toin van Rooij zag een nachtvlinder aan de muur van zijn huis en hij zag dat het een weeskind nachtvlinder was. Hij twijfelde tussen het rood weeskind en het blauw weeskind en vroeg aan mij welke het was.
Volgens mij is het een blauw weeskind. Deze nachtvlinder is een zeer zeldzame trekvlinder die slechts af en toe in Nederland wordt waargenomen. Deze heel mooie nachtvlinder was voorheen zeer, zeer zeldzaam maar de laatste jaren wordt dit mooie weeskind vaker waargenomen. Meldingen komen uit verschillende locaties, zoals het Noord-Hollands Duinreservaat. Overwinteren doet het blauw weeskind in een schorsspleet, maar dan als ei. Rupsen van het blauw weeskind leven op verschillende waardplanten zoals populier, eik en es. De verpopping vindt plaats in een losse cocon in de strooisellaag of tussen de bladeren van de plant waarvan ze gegeten hebben, de zogenaamde waardplant. Deze best grote nachtvlinder hoort thuis bij de familie van de spinneruilen. Net zoals andere weeskinderen, maar ook de Sint-Jacobsvlinder.
Wat voor iets vreemds zat er op een oude omgehakte boom?
Jeannette Koenders heeft iets vreemds gevonden in de bossen bij Haaksbergen op een oudere omgehakte boom. Het organisme leek op een zilveren bol en opeens was het weer weg ook. Op haar foto zie ik een zilveren boomkussen staan en na korte tijd is dit voorwerp inderdaad ook weer weg. Het zilveren boomkussen hoort thuis bij een mooie groep van organismen, die bekend staan als myxomyceten en het zijn dus geen schimmels of zwammen. Ze behoren tot het rijk van de mycetozoa en niet tot het rijk van de schimmels. In Nederland hebben we myxomyceten vertaald naar het woord slijmzwam, al is dat een wat verwarrende naam. Zilveren boomkussens zijn kussenvormig en groeien uit in feitelijk drie fases. In het begin is het een opvallende, helderwitte, kussenachtige massa, kijk maar op de foto hieronder.
Daarna worden ze glad en hebben dan een zilvergrijze tot metaalachtige buitenlaag. Daar komt dan ook de Nederlandse naam vandaan. En tot slot barst de buitenlaag open en er komt een chocoladebruin sporenpoeder tevoorschijn dat door de wind en regen wordt verspreid. Ze kunnen maximaal tien centimeter groot worden. In ons land komen ongeveer 300 soorten myxomyceten voor en wereldwijd bijna 1000. De meeste ontwikkelen zich op dood en levend hout, zoals takken, stammen en schors, maar ook op bladeren, stengels en mos.
Was het een vrouwtje zwarte roodstaart in de Voralberg?
Patricia Smulders zag in de Voralberg, Oostenrijk op ongeveer 1200 meter hoogte een vogel. Ze dacht dat het weleens het vrouwtje kon zijn van de zwarte roodstaart. En volgens mij heeft ze helemaal gelijk. Vrouwtjes roodstaart zien er muisachtig uit door hun vaal grijze tot donkerbruine kleur. De staart heeft een roestrode of oranjerode kleur net zoals de mannetjes. Daarnaast hebben de mannetjes zwarte roodstaart een roetzwart tot antracietgrijs gekleurd verenpak op hun kop, keel, borst en rug met heel opvallende diepe zwarte wangen en keel.
De zwarte roodstaart is een echte cultuurvolger die bij boerderijen, maar ook flats (stedelijk gebied), bedrijventerreinen of stadscentra leven. In Nederland broeden naar schatting 14.000 tot 22.000 broedparen. Op het menu van deze vogels staan rupsen, langpootmuggen, vliegen en kevers. De prooien vangen ze vanaf een zitplaats in de lucht door achter ze aan te vliegen en te grijpen. In steden gaan ze zelfs bij kunstlicht in de nacht op jacht. Naast insecten vangen ze ook kleine spinnen, maar dan vooral op de grond of op muren. Als het zomerseizoen voorbij is schakelen ze over op een herfst/wintermenu en eten ze vooral zaden en bessen. Zwarte roodstaarten staan voor het maken van bewuste keuzes en het vinden van je eigen plek in een wereld die voortdurend verandert.

