Slimme modellen helpen IC-patiënten sneller
Roy van Mierlo van de TU Eindhoven heeft slimme modellen ontwikkeld die artsen op de intensive care kunnen helpen eerder te zien welke patiënten extra aandacht nodig hebben. Hij promoveerde vorige week met zijn onderzoek, dat deels plaatsvond in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven. De modellen voorspellen op basis van gegevens of een patiënt binnen een uur achteruitgaat. De techniek kan naar verwachting in de toekomst levens redden.
Op de intensive care worden patiënten constant in de gaten gehouden via monitoren die onder andere hartslag, bloeddruk en ademhaling meten. Bij één op de drie patiënten kan een instabiele bloedsomloop levensbedreigend worden. Van Mierlo ontwikkelde modellen die deze verslechteringen eerder kunnen signaleren. Daarmee kunnen artsen en verpleegkundigen sneller ingrijpen, bijvoorbeeld met medicatie of vocht.
In zijn onderzoek maakt Van Mierlo gebruik van bestaande gegevens van IC-patiënten, zoals hartfilmpjes en bloeddrukmetingen. De modellen kijken niet alleen naar losse waarden, maar ook naar hoe die in de tijd veranderen. Zo kan een patroon eerder worden herkend dan wanneer alleen naar afzonderlijke metingen wordt gekeken. Dit kan helpen om alarmmoeheid bij zorgverleners te verminderen, doordat de modellen prioriteit geven aan de meest urgente gevallen.
Complexe patiënten
De meeste winst van deze techniek wordt verwacht bij complexe patiënten, zoals mensen met sepsis. Bij hen kan de bloedsomloop plotseling instabiel worden. Het model kan dan eerder signaleren dat er iets mis dreigt te gaan. Zorgverleners gebruiken deze informatie om te bepalen wat er aan de hand is en welke behandeling nodig is. Het is belangrijk dat artsen kunnen begrijpen hoe de voorspellingen tot stand komen, benadrukt Van Mierlo. Daarom gebruikte hij relatief eenvoudige modellen.
Praktische toepassing
De techniek is voorlopig nog niet klaar voor gebruik in de dagelijkse zorg. Eerst moet worden getest of de voorspellingen overeenkomen met wat er daadwerkelijk gebeurt. Van Mierlo schat dat deze testfase al twee jaar kan duren, waarna meer tijd nodig is om het systeem goed te integreren in het werkproces. Uiteindelijk zou een extra risicoscore op de monitor kunnen aangeven welke patiënt extra aandacht nodig heeft.
Samenwerking in Eindhoven
Het onderzoek van Van Mierlo vond plaats binnen het project ACACIA, onderdeel van een samenwerking tussen de TU Eindhoven, het Catharina Ziekenhuis, Philips en andere partners. Dit project richt zich op het gebruik van geavanceerde technologie in de gezondheidszorg. Als de modellen in de toekomst bijdragen aan een daling van het aantal patiënten dat ernstig achteruitgaat, zou dat een grote stap vooruit betekenen.
Dit artikel is automatisch samengesteld. We leggen je heel graag uit waarom we dit doen. Lees meer