Ontdek
STUIFMAIL

Flink ontbijt voor deze spin, volgens Frans legde Dian iets bijzonders vast

Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een opvallend diertje dat rondkruipt in een achtertuin, een grote zwam in de groenstrook langs een geluidswal van de spoorlijn, een palmboom, een vreemde hommel en twee spinnen waarvan eentje een mestkever als prooi heeft. Deel twee van deze Stuifmail wordt zondagochtend gepubliceerd. 

Een kruisspin (foto: Saskia Traa).
Een kruisspin (foto: Saskia Traa).

Welke spin is dit?
Saskia Traa zag een spin waarvan zij de naam graag wil weten. De spin die zij is tegengekomen, is een van de meest bekende spinnen in ons land, namelijk de kruisspin. Kruisspinnen zijn middelgrote spinnen uit de familie van de wielwebspinnen. De vrouwtjes worden zo’n zeventien millimeter lang. De mannetjes worden maar tien millimeter groot.

Kruisspinnen zijn zeker niet schuw, zoals veel andere spinnen. Ze zitten heel vaak midden in het web en zijn daarom moeilijk over het hoofd te zien. Zoals je al zal vermoeden, hebben deze spinnen de naam te danken aan het op een kruis gelijkende patroon op het achterlijf. Vaak bestaat dat kruis uit een groepje lichtere tot witte vlekjes die afsteken tegen de donkerbruine tot gele achtergrondkleur.

Deze spin is in Europa een van de meest algemenere soorten en komt dus ook veel voor in ons land. Vanwege het feit dat kruisspinnen graag in beschaduwde, van de wind afgeschermde hogere planten leven, duiken ze ook veel op in onze tuinen. Het gevolg daarvan is dat verschillende mensen in Nederland deze kruisspinnen ook wel tuinspinnen noemen. Om aan voedsel te komen, bouwen kruisspinnen verticaal hangende webben. Dit doen ze het liefst graag enigszins hoog en vangen daar voornamelijk vliegende insecten.

Ook de kruisspinnen kunnen dienen als voedsel, vooral van vogels. Ze worden ook niet zo oud, kruisspinnen. Meestal een tot twee jaar. De paring vindt altijd in de herfst plaats. Vervolgens overwinteren de eitjes. Na de winter komen die eitjes uit en pas het  jaar daarop worden deze spinnen volwassen. Zowel Saskia als Dian hebben duidelijke foto’s gemaakt.

Een kruisspin vangt een mestkever (foto: Dian Sips).
Een kruisspin vangt een mestkever (foto: Dian Sips).

Dian Sips heeft iets bijzonder gefotografeerd, zie de foto hierboven. De kruisspin die zij vastlegde, heeft een mestkever te pakken. Een flink ontbijt dus. Overigens gebeurt het zelden dat ze mestkevers pakken. Zoiets mislukt maar al te vaak en dan gaat de mestkever ervandoor. 

De rups van een windepijlstaart (foto: Evelien Husson).
De rups van een windepijlstaart (foto: Evelien Husson).

Welk opvallend beestje kroop rond in de achtertuin?
Evelien Husson zag een opvallend diertje rondkruipen in de achtertuin. Evelien is nieuwsgierig welk diertje het is. Ook haar kinderen Job, Eva, Julie en Ester willen het graag weten.

Wat zij gezien hebben, is de rups van de mooie nachtvlinder met de naam windepijlstaart. Het staartje, dat zo kenmerkend is voor de pijlstaartenfamilie, is heel duidelijk te zien op de foto. Deze nachtvlinderfamilie kent vooral grote rupsen en ook grote nachtvlinders.

De rupsen van deze vlinder kunnen wel zo’n acht centimeter lang worden. Ze hebben een dikte van een normale mensenduim. Op deze foto is de rups bruin, maar je komt je ook in groene vormen tegen. Rupsen van de windepijlstaart leven van haagwinde - de pispotjes - en van akkerwinde. Oorspronkelijk was de volwassen vlinder een zeldzame trekvlinder in Zuid-Europa. De nachtvlinder windepijlstaart kan wel een spanwijdte hebben van 130 millimeter. 

Een windepijlstaart (foto: Sjan Arts).
Een windepijlstaart (foto: Sjan Arts).

Bijzonder is dat windepijlstaarten over een korte afstand een snelheid van wel 100 kilometer per uur kunnen halen, al is hun gemiddelde snelheid vaak zo’n 50 kilometer per uur. Het zijn dus in principe trekvlinders uit Zuid-Europa, maar sinds in 2015 worden er steeds meer windepijlstaarten bij ons gezien.

Een windepijlstaart met een lange roltong (foto: Saxifraga/Pieter van Breugel).
Een windepijlstaart met een lange roltong (foto: Saxifraga/Pieter van Breugel).
Wat vooral opvalt bij deze nachtvlinder is de zeer lange roltong van wel vijftien centimeter. Deze is langer dan het lichaam van de volwassen vlinder. Met die roltong zuigt de vlinder nectar uit diepe bloemen  op, terwijl hij ervoor blijft zweven. Net zoals bij hun familielid de kolibrievlinder.
Een reuzenbovist (foto: Erik Mentink).
Een reuzenbovist (foto: Erik Mentink).

Is deze zwam een reuzenbovist?
Erik Mentink zag in een groenstrook langs een geluidswal bij een spoorlijn een grote zwam. Hij vraagt zich af of dit misschien een reuzenbovist kan zijn. Dat klopt, Erik heeft een reuzenbovist gespot.

Deze grote zwammen groeien in principe in bermen, maar ook in weilanden en tuinen. Reuzenbovisten kun je in Brabant veelvuldig tegenkomen, van de zomer tot diep in de herfst. Je vindt ze vooral op plekken waar schapenbegrazing is. Reuzenbovisten bevinden zich op de grond.

De verbinding tussen het vruchtlichaam van de reuzenbovist en de ondergrondse zwamvlok (het mycelium) is niet stevig en erg kwetsbaar. Meestal ligt de reuzenbovist slechts vast aan één dikke myceliumstreng, wortelachtige streng aan de zwamvlok in de bodem.

Door het enorme volume en gewicht van het vruchtlichaam (de grote zwam) is deze dunne verbinding al snel te zwak. Een passerend dier, een windvlaag of een kleine aanraking kan er al voor zorgen dat de reuzenbovist losraakt van de zwamvlok. Op zich is dit geen probleem. Sterker nog, dit heeft zelfs veel voordelen voor de reuzenbovist. 

Reuzenbovist waarbij het witte vlies al bruin is en loslaat (foto: Jan van Esch).
Reuzenbovist waarbij het witte vlies al bruin is en loslaat (foto: Jan van Esch).

Op het moment dat de reuzenbovist rijp is en dus bruin wordt, zie de foto hierboven, droogt deze uit en verandert deze in een lichte, breekbare bal vol sporen. Door dat los zitten en dat lichter worden in gewicht, kan de reuzenbovist gemakkelijk gaan rollen door de wind (als een soort 'tumbleweed').

Tijdens dit rollen, scheurt de buitenkant nog verder open en worden de miljarden sporen over een groot oppervlak verspreid. Reuzenbovisten zijn trouwens goed eetbaar als de zwammen nog wit zijn. Tegenwoordig liggen helaas in de groeiperiode van de reuzenbovisten vaak zware metalen opgeslagen en dus is het eten van die reuzenbovist niet gunstig voor mensen.

Een Canarische dadelpalm (foto: René van Kuik).
Een Canarische dadelpalm (foto: René van Kuik).

Is dit een palmboom of een ananasboom?
Rene Van Kuik was op vakantie op Fuerteventura, een van de Canarische Eilanden, en zag daar een palmboom of ananasboom. Hij wil graag weten wat het was en stuurde mij een foto.

Een ananasboom is het niet. In feite wordt zo’n ananasboom ook ananasplant genoemd. Wat hij gefotografeerd heeft, is de Canarische dadelpalm, dus het woord palmboom klopt in dit geval.

Die Canarische dadelpalmbomen kunnen tot achttien meter hoog worden. Dit zijn tweehuizige palmbomen. Dat wil zeggen dat deze palmbomen gescheiden geslachten kennen. Op één Canarische dadelpalm leven de mannelijke bloemen en op een andere Canarische dadelpalm leven de vrouwelijke bloemen.

Het zijn bomen met een gedrongen stam en bladlittekens. Tevens hebben Canarische dadelpalmbomen een dichte kroon, wat je op de foto heel goed kunt zien, en met wel vijftig tot honderd geveerde bladeren. Die bladeren worden maximaal zes meter lang. Daarnaast zijn ze breed, naast kort gesteeld en gebogen overhangend.

Er zijn ook nog deelblaadjes die een mooie groene kleur hebben en stevig en smal-lancetvormig zijn, in een mooie v-vorm gevouwen. Ondanks het feit dat de Canarische dadelpalm dadels voortbrengt, zijn deze dadels niet zo geschikt voor de menselijke consumptie. Daarvoor moet je bij de echte dadelpalmboom met de wetenschappelijke naam phoenix dactylifera zijn. Deze echte dadelpalm is een majestueuze palmboom die al duizenden jaren in Noord-Afrika en het Midden-Oosten wordt gekweekt voor de zoete, eetbare dadels.

Kretenzische dadelpalmen (foto: Saxifraga/Jan van der Straaten).
Kretenzische dadelpalmen (foto: Saxifraga/Jan van der Straaten).
Ook de Kretenzische dadelpalm heeft eetbare vruchten. Die vindt zijn oorsprong in Kreta. De Canarische dadelpalmboom is ook wereldwijd enorm populair, maar dan als visuele blikvanger vanwege zijn majestueuze omvang, dikke stam en grote, fonteinachtige bladerkroon.
Een grijswitte akkerhommel (foto: John Palings).
Een grijswitte akkerhommel (foto: John Palings).

Welke hommel of bij kan dit zijn?
John Palings zag een hommel en maakte een foto. Wat voor hommel is het, wil hij weten. Op de foto die hij stuurde, zie je een wittige hommel met wat geel en ook grijs. Volgens mij is dit de akkerhommel. Die heeft meestal een roestbruine tot oranje beharing op het borststuk en de rug hebben, zie de foto hieronder. 

Een akkerhommel (foto: Saxifraga/Ab H. Baas).
Een akkerhommel (foto: Saxifraga/Ab H. Baas).

Aan de andere kant zijn de kleuren van deze hommelsoort heel variabel. Soms hebben akkerhommels witachtige, lichtgrijze of gelige haren. Soms hebben ze lichtgrijze of witachtige haren op de zijkant van het borststuk of lichtere haren op het achterlijf.

Wat akkerhommels nooit hebben, is een helder witte punt (niet te zien op de foto bij John) of een witte ring op het achterlijf zoals de aardhommel dat wel heeft. De akkerhommel is de meest algemene en meest voorkomende hommelsoort in ons land dus kun je ze tegenkomen in bijna elke tuin, park of natuurgebied.

Het zijn overigens ook erg flexibele insecten, die hun bloemkeuze en nestplaatsen, aangepast hebben aan de menselijke omgeving. Akkerhommels zijn erg vriendelijke en rustige insecten, die absoluut niet agressief zijn en alleen in uiterste nood steken.

Het zijn een van de langst vliegende hommelsoorten van het jaar, want ze zijn al vroeg in de lente actief en blijven dat vaak tot diep in de herfst, soms zelf tot november. Veel hommelsoorten nestelen diep in de grond, maar niet de akkerhommel. Akkerhommels nestelen vooral boven de grond of net onder de oppervlakte. Favoriete plekken zijn verlaten muizennesten in droog gras, tussen plukken mos of onder takkenhopen.

Het kwartetspel 'Parels van de nationale parken'.
Het kwartetspel 'Parels van de nationale parken'.

De Stuifmailvraag
De hondachtige is een orde, maar in een van de vier antwoorden zit geen hondachtige. Welke is dat ?
 

A. Vos – wasbeer - coyote

B. Jakhals – wolf - steppevos

C. Schipperke – fennek - goudjakhals

D. Wasbeerhond – dingo - borzoi

Graag je antwoord sturen naar [email protected]. De winnaar krijgt de eer en een kwartetspel met veel informatie over nationale parken, geschonken door het Van Gogh Nationaal Park. Zondag tussen elf uur 's ochtends en twaalf uur 's middags hoor je het antwoord.

Lees ook

App ons! 👋

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.

Download de app en draag het gevoel van hier altijd bij je!