Ontdek
STUIFMAIL

Wie heeft dit wespennest vernield? Frans heeft wel een idee

Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een opengebroken grondnest van een gewone wesp, paddenstoelen onder een gewone berk, een gevonden nachtvlinder en geeft hij antwoord op de vraag wat er afgelopen zomer op het blad van een in 2025 geplante perenboom zat. Deel twee van deze Stuifmail wordt zondagochtend gepubliceerd. 

Een uitgegraven wespennest (foto: Hanneke Peeters).
Een uitgegraven wespennest (foto: Hanneke Peeters).

Wie heeft het grondnest van een gewone wesp opgebroken in een wild aardbeienveldje?
Hanneke Peeters meldt mij dat in een stel verlaten woelmuizengaten in de grond een wespenkoningin een nest gebouwd had. Ze heeft dat altijd lekker laten zitten, maar opeens trof ze een totaal geruïneerd gat aan. Ze vraagt zich af wat er gebeurd is. Volgens mij heeft hier een dier toegeslagen dat verzot is op de larven en jonge wespen van deze wespenkoningin. Er zijn twee mogelijke daders, die geen last hebben van aanvallende wespen. Dat zijn de das en de wespendief. Fijn dat Hanneke ook foto’s heeft gestuurd van het nest en de resten!

Een opengebroken wespennest (foto: Hanneke Peeters).
Een opengebroken wespennest (foto: Hanneke Peeters).

Hierdoor kan ik met enige zekerheid melden, dat dit keer de wespendief de dader is geweest. Deze vogel is een echte specialist hierin. De wespendief is dol op grondnesten van wespen en hommels. Zodra ze jongen op het nest hebben, gaan de wespendieven op zoek naar wespen en hommelnesten. Meestal doen ze dat vanaf begin juli. Het liefst bezoeken ze de grondnesten van sociale wespen. Ze doen dat stilzittend vanuit een boom en houden de vliegroutes van wespen nauwlettend in de gaten.

Een wespendief haalt een wespennest leeg( foto: Martin Mollet).
Een wespendief haalt een wespennest leeg( foto: Martin Mollet).
Geduldig blijf de wespendief in de boom zitten tot 'ie zeker is waar het nest is. Op een bepaald moment duikt de wespendief dan naar beneden en begint hij of zij met graven. Daarbij gebruiken ze natuurlijk hun heel scherpe klauwen en poten. Daarmee krabben ze de grond open. En dat kan diep gaan, soms wel veertig centimeter diep, om het papierachtige nest te bereiken. In dat nest zoekt de wespendief dan vooral de raten met broedkamers op. Daarin bevinden zich de voedzame larven en poppen, maar ook de net volwassen geworden wespen. Wespendieven breken vervolgens hele stukken van dit wespennest af om de raten waarin de larven en poppen zitten te bereiken. Daarna vliegen ze met die afgebroken raten in hun poten terug naar hun eigen nest. Daar worden de jonge wespendiefjes door de ouders gevoed met deze larven. Als de jonge wespendieven groter zijn, peuteren ze de larven zelf uit de cellen. Tijdens die roverij worden de wespendieven natuurlijk aangevallen door de wespen, maar dankzij de stugge schubachtige veren rond hun snavel, de dikke huid op de poten en spleetvormige neusgaten zijn zij volledig beschermd tegen wespensteken. 
Sombere fluweelboleten (foto: Jan Steeghs).
Sombere fluweelboleten (foto: Jan Steeghs).

Wat is de naam van deze paddenstoel onder de berk?
Jan Steeghs zag onder een berkenboom in zijn tuin in Wanroij paddenstoel. Hij ging op zoek naar de naam, maar vond die niet. Daarom kwam de vraag bij mij terecht. Helaas heb ik echt te weinig details om met zekerheid te melden wat dit is. Een ding is zeker, deze soort hoort thuis bij de fluweelboleten. Ik denk dat dit een sombere fluweelboleet is. Fluweelboleten groeien vaak bij berken, eiken en beuken maar kunnen ook gevonden worden onder naaldbomen in gemengde bossen. De sombere fluweelboleet lijkt veel op roodsteelfluweelboleet, zie de foto hieronder.

Een roodsteelfluweelboleet (foto: Saxifraga/Jan van der Straten).
Een roodsteelfluweelboleet (foto: Saxifraga/Jan van der Straten).

Als er genoeg kenmerken bekend waren, kon ik met zekerheid de naam vaststellen. Nu dus niet, maar ik houd het dus op de sombere fluweelboleet. Zoals hierboven beschreven, vertoont deze paddenstoel sterke uiterlijke gelijkenissen met een aantal andere fluweelboleten. Tot circa 1970 werd deze in Nederland zelfs helemaal niet onderscheiden van zijn bekendste dubbelganger, de roodsteelfluweelboleet. De zwamdraden van sombere fluweelboleet vormen samen met de wortels van vooral eiken een samenwerkingsverband. Ze groeien in elkaar. Dit gebeurt vooral bij eikenbomen, maar kan ook bij de beuk en haagbeuk plaatsvinden. Sombere fluweelboleten kom je af en toe tegen in de herfst. Dan groeien ze op die plek vaak alleen of in kleine groepen. Deze fluweelboleet is eetbaar, maar heeft een weinig uitgesproken smaak. De paddenstoel zelf, ook wel vruchtlichaam genoemd, is snel papperig en wordt ook snel aangetast wordt door maden en insectenvraat. Kortom, deze is niet echt erg geschikt voor menselijke consumptie.

Een viervlakvlinder (foto: Thea Willems).
Een viervlakvlinder (foto: Thea Willems).

Is dit een viervlakvlinder of een vierstipbeertje?
Thea Willems zag in de Diependaal in Sint-Oedenrode een vlinder. Zij is meteen gaan zoeken naar de naam en kwam uit bij het vierstipbeertje. Nu vraagt ze aan mij of dit klopt. Volgens mij is het echter niet het vierstipbeertje maar de viervlakvlinder. Maar het is heel lastig, kijk maar eens naar de foto van het vierstipbeertje hieronder.

Een vierstipbeertje (foto: Saxifraga/Marijke Verhagen).
Een vierstipbeertje (foto: Saxifraga/Marijke Verhagen).

Sommige viervlakvlinders kunnen zelfs onderling behoorlijk verschillen in kleur. Vermoedelijk heeft dit te maken met de leeftijd, waardoor slijtage een rol gaat spelen. Maar natuurlijk zijn er ook andere factoren die de kleur bepalen zoals de tijd van het jaar, de locatie, en de voeding die de rups heeft gehad. Vooral de tijd van het jaar wil nog wel eens behoorlijk wat uitmaken. Wil je meer weten over de kleuren bij vlinders, lees dan eens dit artikel. 
Viervlakvlinders zijn nachtvlinders die behoren tot de familie van de spinneruilen en de onderfamilie van de beervlinders. Viervlakvlinders zijn toch wel zeldzame trekvlinders, die vanuit het zuiden ons land zijn binnengekomen. Dit jaar waren er opvallend veel meldingen van deze vlinder.

Drinkende Europese hoornaars op een berk (foto: Remco van Zon).
Drinkende Europese hoornaars op een berk (foto: Remco van Zon).

Wat is er aan de hand met deze berkenboom?
Remco van Zon zag een berkenboom die net boven het maaiveld beschadigd is. Op die plek zaten volop vlinders en hoornaars. Hij vraagt zich af wat daar aan de hand was en waarom er zoveel insecten bij de boom zaten. Allereerst de beschadiging. Volgens mij is dit het werk van een  specht. Ik denk dan aan de grote bonte specht en de zwarte specht. Beide soorten spechten hebben ontdekt dat die berk vermoedelijk langzaam aan het dood gaan is en er mogelijk voedsel (insecten) onder de schors zit. Ze ontschorsen dan die plekken waar ze insecten vermoeden en hameren er dan op los om de diertjes uit hun gaatjes te drijven. Door al dat gehamer beschadigen ze niet alleen die berk, maar komen ook de sapstromen bloot te liggen. Vlinders en Europese hoornaars ontdekken dit heel snel en zijn heel dol op dat energierijke water. Overigens zijn berkenbomen en lindebomen favoriet bij spechten als het gaat om het drinken van die energierijke sapstromen, maar daarmee gaan ze voorzichtiger om, zie de foto hieronder.

 

Een lindeboom met drinkgaatjes door de grote bonte specht (foto: Bea Winnemuller).
Een lindeboom met drinkgaatjes door de grote bonte specht (foto: Bea Winnemuller).

Op deze foto zie je een lindeboom met heel veel drinkgaatjes. Die drinkgaatjes in de bomen kunnen jaren achtereen gebruikt worden. Je kunt dat dan ook goed zien op de dwarsdoorsnede van zo’n stam. Jaarlijks komen de oude drinkgaatjes door de jaarlijkse diktegroei steeds dieper in het hout te liggen. Ze blijven dan als zwarte vlekjes tussen de jaarringen zichtbaar. Op gladde schorsen van de beuk, haagbeuk en Amerikaanse eik zijn die drinkgaatjeslittekens soms wel zeventig jaar zichtbaar. Wil je hier meer over lezen, zie dan deze link.  

Peer-jeneverbesroest (foto: Rini en Maria van der Burg).
Peer-jeneverbesroest (foto: Rini en Maria van der Burg).

Wat zit er toch op het blad van deze jonge perenboom?
Rini en Maria van der Burg hebben in de herfst van 2025 een perenboom geplant. Ze zagen afgelopen zomer bladeren waar een uitslag op te zien was. Die bladeren hebben ze verwijderd, maar ze willen wel graag weten wat het was. Allereerst hoop ik dat ze die bladeren verbrand hebben en niet bij de gft in de kliko gegooid hebben. Wat je beter kunt doen is de aangetaste bladeren en takken in een plastic zak stoppen en in de grijze restafval-kliko stoppen, want dat afval wordt verbrand. 

De uitslag die op hun perenbladeren zat, is een bekende schimmel uit de roestfamilie: peer-jeneverbesroest. Peer-jeneverbesroest behoort tot de vele roestschimmels die we in Nederland kennen. Dit zijn organismen die tot het rijk van de schimmels behoren. Roesten zijn bijzonder interessant, omdat veel soorten tijdens hun levenscyclus van waardplant kunnen wisselen. Dit is ook het geval bij peer-jeneverbesroest. Deze schimmel heeft twee heel verschillende waardplanten nodig om zijn levenscyclus te voltooien. Peer-jeneverbesroest overwintert vooral op laagblijvende of struikvormige jeneverbesstruiken. In de lente ontwikkelt zich daarop dan het opvallende oranje vruchtlichaam van de peer-jeneverbesroest. Dit ziet eruit als geleiachtige klonten, zoals te zien is op de foto van Ad de Jager. 

Peer-jeneverbesroest op jeneverstruik (foto: Ad de Jager).
Peer-jeneverbesroest op jeneverstruik (foto: Ad de Jager).

In dit bijzondere vruchtlichaam worden de sporen gevormd. Deze sporen worden vervolgens door de wind verspreid. Als ze op een perenblad terechtkomen, veroorzaken ze daar warme oranjegele tot rode, ronde vlekken, zoals je kunt zien op de foto van Rini en Maria van de Burg.

Een zevenboom (foto: Saxifraga/Simone van Velzen).
Een zevenboom (foto: Saxifraga/Simone van Velzen).
Aan de onderkant van deze vlekken ontstaan weer nieuwe vruchtlichamen. Die produceren op hun beurt opnieuw sporen, die via de wind op een jeneverbes, zevenboom (zie de foto hierboven), oosterse levensboom of een soortgelijke struik kunnen terechtkomen en deze dan aantasten. Zo is de levenscyclus van de peer-jeneverbesroest weer rond.

App ons! 👋

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.

Download de app en draag het gevoel van hier altijd bij je!