Kevin ziet in PI Vught meer dan een gedetineerde: 'Ieder heeft een verhaal'
Wanneer de enorme blauwe deuren achter je dichtslaan, begeef je je in een wereld die voor velen verborgen blijft. In de Penitentiaire Inrichting (PI) in Vught, met daarbinnen de EBI - de zwaarst beveiligde gevangenis van Nederland - zitten de gevaarlijkste criminelen van ons land. Toch ziet Kevin, die in de PI werkt, de gedetineerden niet als ‘boeven’, maar als mensen met een eigen verhaal.
De strenge beveiliging is niet te missen. Bezoekers moeten hun telefoons inleveren en ondergaan grondige controles, medewerkers dragen alarmmelders en geen stap die je hier zet is onbespied.
Achter die strenge beveiliging schuilt ook een wereld van zorg. Kevin begeleidt als forensisch therapeutisch werker gedetineerden op de psychiatrische afdeling van de PI.
In de serie Verborgen Helden brengen we mensen met een bijzonder en maatschappelijk belangrijk beroep in beeld, zoals een militaire brandweerman, een politiehondengeleider, een kinderverpleegkundige, een heel specialistische militair en een gevangenismedewerker, zoals Kevin. In deze video kijken we met hem mee:
Niet-pluisgevoel
“In eerste instantie houd je de maatschappij een stukje veiliger door iemand die een delict heeft gepleegd uit de maatschappij te halen”, vertelt Kevin. Maar de bedoeling is dat gedetineerden uiteindelijk weer terugkeren in de samenleving. Daarom probeert Kevin samen met hen de oorzaken van hun gedrag aan te pakken, zodat ze niet opnieuw de fout ingaan.
Omdat de veiligheid nooit uit het oog verloren mag worden, volgen medewerkers wekelijks trainingen in fysieke weerbaarheid, zodat ze zich kunnen weren tegen verbale en fysieke agressie. Ook is een sterke intuïtie belangrijk. “Wij noemen dat het ‘niet-pluisgevoel’. Je moet goed luisteren naar je onderbuik om situaties op tijd in te schatten en te de-escaleren voordat ze uit de hand lopen.”
Mensen in plaats van gedetineerden
De patiënten van de psychiatrische afdeling hebben weliswaar ernstige delicten gepleegd, maar Kevin benadrukt dat het nog steeds mensen zijn. “Ik zou graag willen dat meer mensen weten dat hier binnen ménsen zitten, in plaats van alleen gedetineerden.”
Waar buiten de muren van de PI Vught het beeld heerst dat er alleen ‘boeven’ vastzitten die op water en brood gezet moeten worden, ziet hij dat anders: “Sinds ik hier werk, zie ik dat het om mensen gaat met een eigen persoonlijkheid. Je krijgt hun levensverhalen te horen, leert begrijpen hoe ze hier terecht zijn gekomen en ziet weer de menselijke kant.”
Die menselijke aanpak blijft niet onopgemerkt bij de gedetineerden op de psychiatrische afdeling. Een gedetineerde die inmiddels twee jaar in de inrichting verblijft, zegt veel steun te hebben aan het personeel op moeilijke momenten.
Toen een familielid van hem overleed, kreeg hij vanwege de regels geen verlof om het afscheid bij te kunnen wonen. “Dat was emotioneel best wel zwaar. Maar Kevin ging meteen schakelen met de casemanager”, vertelt de gedetineerde. Via een videoverbinding kon hij alsnog online aanwezig zijn bij het afscheid. “Dat was heel fijn.”
Kleine stappen
De juiste balans tussen professionele afstand en persoonlijke betrokkenheid blijft voor Kevin een uitdaging. “Ik zou soms best wel eens iemand een knuffel willen geven”, vertelt hij, maar hij weet dat dit volgens de regels van de PI niet mag. Hoe betrokken hij ook is, de professionele afstand moet hij altijd bewaren.
Voldoening haalt hij juist uit de kleine stappen. “Als iemand lang op zijn kamer zit en die komt opeens een potje tafeltennissen, of als iemand ineens wél koffie aanneemt in de ochtend, dan denk ik: we hebben al kleine stapjes gezet.”
“Ik ben echt trots op wat ik doe en op de belangrijke rol die ik in iemands leven mag vervullen op de momenten dat een gedetineerde hier zit.”
