Ontdek
STUIFMAIL

Bollen die uit elkaar vallen als je ze aanraakt, Frans weet wat het zijn

Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur. Iedereen kan vragen insturen via [email protected]. Dit keer besteedt Frans onder meer aandacht aan een mega grote rups, een insect in een keuken, een paddenstoel, een drol die door veel dieren wordt opgegeten en een echte toverhazelaar. Deel twee van deze Stuifmail wordt zondagochtend gepubliceerd. 

Het kwartetspel 'Parels van de nationale parken'.
Het kwartetspel 'Parels van de nationale parken'.

Stuifmailvraag nummer 26
Wat is fout?
 

A. Alle vlinders hebben vleugels.

B. Alle kakkerlakken planten zich snel voort.

C. Alle honingbijen leven in een volk.

D. Alle kevers hebben bijtende en kauwende monddelen.

Graag je antwoord sturen naar [email protected]. De winnaar krijgt de eer en een kwartetspel met veel informatie over nationale parken, geschonken door het Van Gogh nationaal park. Zondag tussen elf uur 's ochtends en twaalf uur 's middags hoor je het antwoord.

Kalkdrollen (foto: Dennis Hommering).
Kalkdrollen (foto: Dennis Hommering).

Wat doen die witte bollen op landgoed De Utrecht?
Dennis Hommering heeft een vraag over witte bollen die hij tegenkwam op landgoed De Utrecht. Hij zag daar kalkachtige witte bollen liggen, die bij aanraking uit elkaar vielen. In principe zijn witte, kalkachtige bollen of soortgelijke voorwerpen ooit drollen van zoogdieren geweest. Meestal zijn het zeer oude drollen van vleeseters (carnivoren). Wanneer een roofdier vogels of kleine knaagdieren inclusief de botten opeet, dan neemt het lichaam de benodigde voedingsstoffen uit die botten/beenderen op. De verse ontlasting van de vos, steenmarter of boommarter heeft vaak een gedraaide, puntige vorm. Hierin zit ook het overschot aan calcium (kalk) , maar dat zie je nog niet zo goed. Zodra echter de drol ouder wordt en opdroogt in de zon, verandert die drol in een harde, spierwitte of grijsachtige kalkachtige substantie. Soms zie je daarin ook nog haren of schildjes van insecten inzitten. Voordat die spontaan uiteenvallen, praat je over een periode van enkele maanden tot een jaar. Ligt zo’n drol in een droge, schaduwrijke omgeving dan kan de kalkdrol zelfs nog veel langer intact blijven liggen. Vaak komt het daar niet van, want heel veel dieren hebben kalkbehoefte en gaan zo’n kalkdrol dus aanpakken. Allereerst zijn dat diverse zangvogels, zoals mezen. Die vogels hebben enorme hoeveelheden kalk nodig om de eierschalen voor hun broedsel aan te maken dus pikken zij heel graag aan de kalkdrollen, zeker in kalkarme gebieden. Maar ook muizen, eekhoorns en egels hebben een grote behoefte aan kalk voor hun eigen botten en tanden dus zetten zij ook graag de tanden in zo’n kalkdrol.

Een grote soort zoals de wijngaardslak heeft veel kalk nodig (foto: Saxifraga/Rudmer Zwerver).
Een grote soort zoals de wijngaardslak heeft veel kalk nodig (foto: Saxifraga/Rudmer Zwerver).

En wat dacht je van de huisjesslakken? Zij schrapen de kalk van de drollen af voor de opbouw of reparatie van hun eigen kalkhuisjes. Een grote soort zoals de wijngaardslak heeft veel kalk nodig. Kortom, lang blijven die kalkdrollen niet liggen.

Een rups van de windepijlstaart (foto: Judith Plooijer).
Een rups van de windepijlstaart (foto: Judith Plooijer).

Welke vlinder komt er uit deze mega grote rups?
Judith Plooijer zag een mega grote rups op een fietspad in Zeeland. Ze is benieuwd welke vlinder hieruit komt. Wat ze gezien heeft, is de rups van een nachtvlinder uit de pijlstaartenfamilie: de windepijlstaart. Het lijkt een goed jaar voor de windepijlstaarten in ons land, want ik krijg bijna elke week een melding van deze mooie nachtvlinder. Ik heb dit toch maar even nagezocht en het volgende wordt door de Waarneming.nl gemeld: “Hoewel er ook in de nazomer en het herfstseizoen van 2026 recente waarnemingen van de rupsen en vlinders worden doorgegeven, werd vooral in 2023 deze gigantische trekvlinder bijzonder veel gemeld." Daarnaast zag je in de zomer van dat jaar dat rovers, zoals plooivleugeligen (wespen), vanwege de extreme weersomstandigheden het erg lastig hadden. Een hitte van wel 41 graden, en dus droogte, wisselde af met heel hevige regenbuien. Dit deed de wespen geen goed. Daardoor waren er minder wespen. Wat in dit geval betekende dat er meer kans was voor de rupsen om te overleven.

Een windepijlstaart met mooi achterlijf (foto: Linda Hakkert).
Een windepijlstaart met mooi achterlijf (foto: Linda Hakkert).
Het warme weer heeft de activiteiten en voortplantingen van de windepijlstaart in 2026 ook zeker gestimuleerd. Desondanks dat moet je niet vergeten, dat de aantallen per jaar sterk afhankelijk zijn van hoeveel vlinders er in het voorjaar de oversteek naar ons land hebben kunnen maken. Wil je meer lezen over de mooie nachtvlinder en de bijbehorende rups, zie deze link. 
Een zuidelijke groene schildwants (foto: Jan Baartmans).
Een zuidelijke groene schildwants (foto: Jan Baartmans).

Welk insect loopt in onze keuken?
De vrouw van Jan Baartmans zag een insect in de keuken lopen. Ze riep haar man erbij. Jan dacht dat het een wants was. Daar heeft hij helemaal gelijk in. Er was een zuidelijke groene schildwants door hun keuken aan het lopen. Deze wantsensoort is een invasieve soort. Vermoedelijk wilde deze zuidelijke groene wants een winterverblijf gaan zoeken in het huis van de familie Baartmans. Oorspronkelijk kwam deze wantsensoort enkel voor in Ethiopië. Nu kom je ze hier steeds vaker tegen. Waarschijnlijk zijn ze ons land binnengekomen als verstekeling via de import van producten uit onder meer Zuid-Europa en andere warme regio's. De eerste constatering zal wellicht hebben plaatsgevonden in verwarmde glastuinbouwkassen. Zuidelijke groene schildwantsen zijn die warmte gewend. In kassen is het een paradijs voor deze wantsen: een perfect klimaat en vol op voedsel. Vooral paprikaplanten zijn favoriet. Een mooie kans dus om daar te overleven en voort te planten. Zuidelijke groene schildwantsen horen bij de grote familie van de stinkwantsen, omdat ze een sterke geur verspreiden bij verstoring. Momenteel is deze wants in onze Nederlandse groente- en fruitkassen een echte plaagsoort. De eerste melding van de zuidelijke groene schildwants dateert overigens al van 2006. Op het menu van deze insecten staan vooral plantensappen. Daarbij hebben ze een voorkeur voor jonge plantdelen, de vruchten en de groeipunten. Ze hebben een steeksnuit en met die snuit prikken ze dan in de planten. Zo brengen ze giftig speeksel in de plant. Overigens kunnen ook juveniele zuidelijke groene schildwantsen (nimfen), zie de foto hieronder, plantensappen opzuigen. 

Een juviniele zuidelijke groene schildwants (foto: Nicole van Amstel).
Een juviniele zuidelijke groene schildwants (foto: Nicole van Amstel).

De schade, die door al die zuidelijke groene wantsen met het opzuigen van die plantensappen ontstaat, heeft tot gevolg dat de plant verkleurt. Ze krijgen dan misvormde vruchten en verwelkte scheuten. Kortom: niet best als je planten hebt staan die je wil oogsten. 

Vermoedelijk een verse parelstuifzwam (foto: Thea Willems).
Vermoedelijk een verse parelstuifzwam (foto: Thea Willems).

Welke paddenstoel is dit?
Thea Willems stuurde mij een beetje een wazige foto van een paddenstoel. Ze wil graag weten welke soort het is. Volgens mij hebben we hier te maken met een parelstuifzwam. In principe hebben parelstuifzwammen een dikke steel en een witte bol, met veel lichte stekelachtige puntjes op de bol. Die zien er  soms uit als parels, vandaar de naam.

Parelstuifzwammen (foto: Saxifraga/Peter Meininger).
Parelstuifzwammen (foto: Saxifraga/Peter Meininger).

Verse parelstuifzwammen ruiken naar radijs en zijn ook eetbaar. Ze komen redelijk veel voor in diverse bossen, parken en tuinen. Het vaakst kom je parelstuifzwammen tegen bij loof- en naaldbossen, van de zomer tot in de herfst. Binnen de groep stuifzwammen is dit de meest voorkomende soort. Deze witte paddenstoelen behoren net zoals de andere stuifzwammen tot de buikzwammen. Aangezien dit een jong exemplaar is, moet deze zwam nog puntige stekeltjes hebben. Later verliezen zij deze stekels, want erg vast zitten ze niet. Je ziet daarna een veel egalere paddenstoelenkop met toch nog wat structuur. Parelstuifzwammen zijn zwammen die van dood materiaal leven. Ze zijn dus saprofyt. Ze kunnen in ongunstige omstandigheden klein blijven, maar in gunstige omstandigheden wordt de bol toch snel zo’n zes centimeter breed. Wanneer de sporen in de parelstuifzwammen rijp zijn, verandert de witte kleur langzaam in bruin.

Een oude parelstuifzwam met restsporen (foto: Frans Kapteijns).
Een oude parelstuifzwam met restsporen (foto: Frans Kapteijns).
Daarna komen de sporen vrij. Die stuiven weg, net als bij de aardappelbovisten, uit een centrale opening aan de bovenkant van het vruchtlichaam. Op het laatst zie je enkel nog de steel en resten van de bol met daarop nog de laatste restjes bruine sporen.
Vroeg bloeiende hamamelis (foto: Marianne Kerkhoven).
Vroeg bloeiende hamamelis (foto: Marianne Kerkhoven).

In Reek bloeide nu al een toverhazelaar, dat is toch vreemd?
Marianne Kerkhoven zag een toverhazelaar in Reek al in bloei staan. Ze vindt dat erg vreemd. Ze is benieuwd naar mijn uitleg. Nu ben ik niet echt een tuinman, ik weet daarom ook niet zoveel van niet inheemse soorten, maar intussen heb ik een aantal soorten wel vaker in Stuifmail zien passeren en groeit de kennis rond die soorten enigszins. Ook van de toverhazelaar oftewel de hamamelis. Ik weet dat er meerdere toverhazelaars zijn, de zogenaamde cultivars. De oorspronkelijke en familienaam gevende toverhazelaar is de Amerikaanse toverhazelaar (hamamelis virginiana). Die bloeit niet in de kale winter, maar al in de herfst. Meestal begin deze boom te bloeien in september en duurt de bloei tot uiterlijk november. Wellicht heeft Marianne deze originele soort dus gezien. Officieel is dit ook geen boom, maar een struik. Die is inheems in Noord-Amerika. Daar is de struik ook aan haar naam gekomen. De inheemse bevolking (indianen) gebruikte de takken als wichelroede om waterbronnen op te sporen. Daarom gaven de vroege kolonisten de struik de naam magic hazel oftewel toverhazelaar. Uit deze echte toverhazelaar zijn veel cultivars gekomen waarvan de bloemen beginnen te bloeien van januari tot aan maart. De in Europese tuinen felgekleurde winterbloeiers die vanaf januari gaan bloeien, zijn bijna altijd cultivars van de hamamelis × intermedia familie. Dit zijn kruisingen tussen de Chinese (H. mollis) en Japanse (H. japonica) toverhazelaars. Een van die toverhazelaars cultivar is de hamamelis x intermedia 'Pallida', die bloeit van januari tot maart. Volgens mij wordt deze soort veel aangeschaft door mensen omdat deze soort lichtgele, lintvormige en heerlijk geurende bloemen geeft. Ondanks alles worden de meeste sierstruiken in de tuinbouw nog heel vaak geënt op de sterke wortels van de originele Amerikaanse toverhazelaar.

App ons! 👋

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.

Download de app en draag het gevoel van hier altijd bij je!