Ontdek
LIVEBLOG

Oud-minister Koolmees kreeg buikpijn van invoering avondklok • Vrijdag verder met Schoof en Rutte

Gisteren om 17:10 • Aangepast gisteren om 18:07

Coronaverhoor vrijdag verder met Schoof en Rutte

De verhoren van vandaag zijn afgelopen. Vrijdag komt om 10.00 uur Schoof, voormalig secretaris-generaal van het ministerie van Justitie en Veiligheid, aan het woord en om 14.00 uur voormalig premier Rutte. Rutte zal later in de verhoren nog een keer terugkomen.

'Misschien beter naar tegenstanders moeten luisteren'

De voormalig minister krijgt ook vragen over het groeiende verzet tegen coronamaatregelen, zoals tegen de avondklok en het dringende vaccinatie-advies. Koolmees weet niet of het kabinet de groeiende polarisatie in Nederland had kunnen voorkomen. De verkiezingsstrijd in 2022 maakte de verschillen tussen partijen nog groter en dat heeft de politieke onrust vergroot. "Bij een verkiezingscampagne worden verschillen uitvergroot en dat is logisch. Maar het is lastig om dat in een crisis te managen", zegt Koolmees die een advies heeft voor de toekomst: "Wees een beetje lief voor elkaar."

Hij denkt wel dat het kabinet misschien beter had moeten luisteren naar de mensen die kritisch waren, zeker in de tijd van de vaccinaties. Sommigen noemden het gif en er gingen allerlei complottheorieën rond. "Misschien had het geholpen als we beter hadden geluisterd naar de tegenstanders."

Het coronaverhoor van voormalig minister Koolmees van SZW  -  ANP
Het coronaverhoor van voormalig minister Koolmees van SZW  -  ANP

Koolmees: coronadebatten te lang en te gedetailleerd

De rol van de Tweede Kamer wordt besproken en Koolmees is zelf tevreden over zijn coronadebatten. Er was zeer brede steun voor de economische steunpakketten. Voor premier Rutte en minister De Jonge van Volksgezondheid was het anders, denkt hij. Hun debatten, vaak om de twee weken, duurden tot diep in de nacht en van ambtenaren kwamen heel lange brieven over de voorgestelde maatregelen. Kamerleden stelden in die debatten wel heel specifieke vragen: "Wel heel erg op de vierkante centimeter".

Koolmees vindt achteraf dat het verstandiger was geweest het anders aan te pakken. "Meer op hoofdlijnen. De details hadden ook in een technische briefing aan de orde kunnen komen." Hij concludeert dat de Kamer en het kabinet zich "af en toe te veel met elkaar bezighielden."

Koolmees had moeite met invoering avondklok, maar steunde die wel

Het onderwerp komt op de invoering van de avondklok in januari 2021, die uiteindelijk met verlenging meer dan drie maanden duurde. In het kabinet is meer dan drie maanden gediscussieerd over de invoering ervan. Vanaf 23 januari 2021 mocht niemand (op enkele uitzonderingen na) de straat op van 21.00 tot 04.30 uur. Het was in een periode dat de weerstand tegen coronamaatregelen steeds groter werd en er van een grotere polarisatie tussen groepen Nederlanders sprake was.

Tegelijkertijd bleef het aantal coronabesmettingen stijgen, ook doordat er allerlei 'coronafeestjes' stiekem werden gehouden. In het kabinet ontstond vanaf oktober 2020 een "forse" discussie, herinnert Koolmees zich. "Bij zo'n avondklok krijg je toch het gevoel van 40-45."

Ook Koolmees had moeite met de aangrijpende maatregel, blijkt uit zijn woorden. Maar hij zegt niet tegen de commissie dat hij tegen was. Hij is tevreden dat het kabinet erin is geslaagd een gezamenlijk besluit te nemen, na het inwinnen van tal van adviezen. "Uiteindelijk vond ik het een proportionele maatregel", aldus Koolmees. "Maar het was een duivels dilemma. Ik heb er veel buikpijn van gehad."

De avondklok op de Dam in Amsterdam, voorjaar 2021  -  ANP
De avondklok op de Dam in Amsterdam, voorjaar 2021  -  ANP

Miljardensteun voor bedrijven om 'rust te creëren'

Koolmees vertelt over de verschillende steunpakketten aan Nederlandse bedrijven, zelfstandigen en mensen met bijvoorbeeld een nulurencontract. Hij vond het niet meer dan rechtvaardig om geld uit de staatskas te halen om te voorkomen dat bedrijven failliet zouden gaan. "Als je als overheid bedrijven sluit, moet je compenseren."

De verschillende regelingen moesten gemakkelijk uitgekeerd worden, voor maatwerk was geen tijd. Het kabinet had "diepe zakken", erkent Koolmees, ook doordat Nederland een lage staatsschuld had. Er werd zelf berekend dat de steunpakketten in totaal mogelijk 70 miljard euro zouden gaan kosten. Van eerdere crises, zoals de kredietcrisis in 2008, had het kabinet geleerd dat in tijden van onzekerheid paniek in een samenleving kan ontstaan. Zeker als bedrijven failliet gaan en mensen werkloos raken. "De steunpakketten waren om rust te creëren."

Hij is trots dat Nederland na de coronacrisis een laag werkloosheidspercentage had ten opzichte van andere Europese landen. Later in het verhoor zegt Koolmees dat Nederland in financieel opzicht voorbereid is op een nieuwe pandemie, omdat er een lage staatsschuld is.

In tweede golf vaker 'spanningen in de coalitie'

Voormalig minister Koolmees zegt dat er naarmate de coronacrisis vorderde tussen de bewindslieden in het kabinet-Rutte meer discussie ontstond over de genomen maatregelen. "Er ontstonden spanningen in de coalitie en tussen bewindslieden".

Koolmees vindt het goed dat er in het Catshuis of in andere overleggen veel ruimte was voor discussie en verschillen van meningen. "Het is onvermijdelijk dat er tegenstellingen naar boven komen." Hij gaat niet heel specifiek in op welke partij met welke maatregelen moeite had. "Maar ik heb vast en zeker af en toe lelijke woorden gebruikt."

Hij zegt dat er geen discussie was over "de rode lijn": het kabinet wilde per se voorkomen dat het zwarte scenario zou ingaan. In dat scenario waren de ziekenhuizen zo vol dat patiënten niet meer geholpen konden worden. "Daar was iedereen het over eens: die rode lijn moest voorkomen worden. De discussie ging over hoe je dat dan moest voorkomen."

'Oh shit', dacht Koolmees bij aanvraag eerste steunpakketten

Net als veel anderen zegt ook oud-minister Koolmees dat Nederland niet voorbereid was op de coronacrisis. "Net als de hele wereld waren wij overvallen", zei de voormalige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hij was bij het begin van de coronacrisis ook waarnemend vicepremier en was betrokken bij "heel veel overleggen".

In de eerste weken was er, ook op zijn ministerie, nog niet veel besef van het gevaar van het virus. Toen in februari de eerste verzoeken binnenkwamen van bedrijven die steun nodig hadden dacht Koolmees: Het ging om bedrijven die met de Chinese provincie Wuhan handelden. "Oh, shit, nu wordt het echt een crisis". Hij heeft veel steunpakketten opgezet met andere economisch gerichte ministeries, de Trojka genoemd.

Hij zegt dat die Trojka-ministers, zoals ook minister Hoekstra van Financiën en Wiebes van Economische Zaken, het gemakkelijker hadden dan de andere betrokken ministers, zoals die van Volksgezondheid en de premier. Hij vindt dat Rutte, maar ook bijvoorbeeld minister De Jonge het "heel goed" hebben gedaan.

Straks: Wouter Koolmees, minister van de 'economische steunpakketten'

Het is nu de beurt aan Wouter Koolmees, in de coronacrisis D66-minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In het voorjaar van 2020 was hij ook tijdelijk vicepremier en daarom betrokken bij de belangrijkste besluiten om het virus te beteugelen.

Als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zette hij zich vooral in voor de economische steunpakketten van miljarden euro's. Bedrijven leden omzetverlies door bijvoorbeeld de sluiting van de horeca, het verbod op het uitoefenen van zogenoemde contactberoepen en de plicht om thuis te werken.

Koolmees zette de NOW-regeling (Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid) op voor bedrijven, werknemers, mensen met een eigen bedrijf of een nulurencontract. Extra financiële steun kon gemakkelijk en snel worden aangevraagd. Koolmees zei destijds al dat deze regeling fraudegevoelig was.

Koolmees had er, terugblikkend op de coronacrisis, geen moeite mee om te erkennen dat hij het misschien niet altijd goed heeft gedaan. "Er zijn dingen fout gegaan, ik heb dingen verkeerd ingeschat", zei hij in een interview. "Maar ik ben ervan overtuigd dat die rode lijn, 'uiteindelijk rooien we het samen', heel belangrijk is voor de parlementaire democratie, voor de samenleving, voor alles."

Wouter Koolmees komt aan bij een Catshuisoverleg in september 2020  -  ANP
Wouter Koolmees komt aan bij een Catshuisoverleg in september 2020  -  ANP

'Niet uitrusten heeft uiteindelijk een prijs'

Bruno Bruins, Bas van 't Wout en Tamara van Ark: tijdens de coronacrisis vielen alle drie de bewindslieden uit door oververmoeidheid of de gevolgen daarvan. "Het Cathuisoverleg ging af van de tijd om uit te rusten", zegt Van Ark. "Dat heeft uiteindelijk een prijs, is mijn les."

Van Ark pleit ervoor om dat bij een volgende crisis beter bespreekbaar te maken hoe bewindslieden zich voelen, omdat dat "niet in het karakter" van bestuurders zit. "Op het moment dat de crisis een marathon wordt, in plaats van een sprint, moet je toch kijken of je af en toe kunt wisselen", zegt Van Ark tegen de commissie. "Het dilemma is dan wel hoe je omgaat met kennisverlies en overdracht. Maar mijn ervaring is dat alleen al het bespreekbaar maken helpt."

Eerder vertelde Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Pieter-Jaap Aalbersberg aan de coronacommissie dat hij elke functie in zijn organisatie dubbel bemande, zodat mensen ook af en toe vrij konden nemen.

'Long covid had door derde coronagolf geen prioriteit'

Meteen toen ze aantrad in mei 2020 hoorde oud-minister Tamara van Ark meer over wat later long covid is gaan heten. Voor deze groep patiënten was toen een aantal dingen bedacht, zo konden ze makkelijker fysiotherapie krijgen en hulp vragen aan de organisatie C-support.

"Ik begrijp dat dit vrij beperkt is als je hele wereld op zijn kop staat door deze ziekte", blikt Van Ark terug. "Ik heb hier geen nadere gesprekken over gevoerd, omdat de derde coronagolf prioriteit had in de agenda."

Achteraf had dat wel geholpen, denkt ze: "Het is van belang dat mensen gezien worden."

Van Ark wilde echt geen versoepelingen in voorjaar 2021: 'Dat was voor mij een grens'

In het voorjaar van 2021 leek het iets beter te gaan met het aantal coronabesmettingen. Het kabinet voelde dan ook vanuit meerdere kanten druk om de strenge lockdown iets te versoepelen.

Maar oud-minister Van Ark kreeg nog altijd "noodkreten" vanuit de zorg dat het personeel in de ziekenhuizen het nog niet aankon. "Ik ging met een zwaar gemoed naar de vergadering met andere bewindspersonen", vertelt ze aan de coronacommissie.

In die vergadering was er heel veel discussie over enerzijds de impact van corona op de zorg en anderzijds wat de maatregelen de economie en maatschappij kostten. Van Ark hint erop dat ze was opgestapt als het kabinet toen tot versoepelingen had besloten. "Ik voelde dat hier voor mij een grens was. Maar je weet pas wat je zou doen als je echt voor de afweging staat."

Uiteindelijk stemde het kabinet na een volgens Van Ark "open uitwisseling" ermee in om de coronamaatregelen nog niet te versoepelen.

Ministers Van Ark en De Jonge wilden al veel eerder volledige lockdown

In oktober 2020 maakte het kabinet op een persconferentie bekend dat er een gedeeltelijke lockdown kwam, waarbij de horeca dicht ging en de groepsgrootte werd beperkt. Ministers Van Ark en De Jonge (beiden Volksgezondheid) wilden eigenlijk toen al veel harder ingrijpen en het land in volledige lockdown laten gaan.

"Het was kiezen tussen slecht en slecht", vertelt Van Ark aan de coronacommissie. "We wisten hoeveel leed een lockdown veroorzaakte: mensen kunnen niet naar hun werk, er zou eenzaamheid en mentale problematiek zijn en mensen zouden hun onderneming kapot zien gaan. We waren ons dus bewust van die hoge prijs."

Om die reden besloot het het kabinet toch eerst nog een gedeeltelijke lockdown aan te kondigen. "Dit illustreert dat de beslissing niet in een klein team werd genomen", zegt Van Ark. "De vader was overigens wens van de gedachte, want we zijn uiteindelijk daarna toch in volledige lockdown gegaan."

Afbeelding ter illustratie  -  ANP
Afbeelding ter illustratie  -  ANP

Van Ark wilde het uitroepen van code zwart eerst oefenen

In het voorjaar waren er zo veel coronapatiënten, dat het erom hing of er code zwart uitgeroepen zou worden in de ziekenhuizen. Artsen moesten dan gaan beslissen welke patiënten ze nog wel en niet helpen.

"Op een gegeven moment kwam ik erachter dat het aan de minister was om code zwart uit te roepen", vertelt Van Ark aan de coronacommissie. "Toen wilde ik dat eerst oefenen, want het is een loodzwaar besluit. Ik vond de oefening al loodzwaar."

Artsen zelf vonden dat in de keuze mee moest wegen welke leeftijd patiënten hadden. Het kabinet was het daar niet mee eens, maar schaarde zich na grote druk vanuit de Tweede Kamer toch achter het standpunt van de artsen

Van Ark blikt met trots terug op hoe deze discussie is verlopen. "Artsen moesten keuzes maken waarvan ze de rest van hun leven mee moesten leven. Dat wil je met maatschappelijke rugdekking doen", zegt ze. "Gelukkig is het nooit zover gekomen."

Coronamaatregelen waren voor Van Ark een 'enorm dilemma'

De commissie vraagt aan oud-minister Tamara van Ark of tijdens het bewindspersonenoverleg, waarin een kleine groep ministers over corona overlegde, de focus niet te veel lag op de ziekenhuisbezetting. Hadden ze wel genoeg oog voor de andere effecten die de coronamaatregelen op lange termijn hadden?

Van Ark vond het logisch dat het in dat overleg vooral over corona ging. "Het was niet de bedoeling om daar andere zaken te bespreken. Er waren ook overleggen over andere onderwerpen. Uiteindelijk vond de brede afweging en besluitvorming plaats daar waar iedereen aan tafel zat."

De oud-minister zegt dat ze zich na haar ministerschap nog wel eens heeft afgevraagd of ze het goede heeft besloten. "Het was een enorm dilemma om een afweging tussen korte en lange termijn te maken", vertelt ze aan de coronacommissie. "Kijkend naar de urgentie die er lag, was de ruimte er uiteindelijk niet."

Als het kabinet de coronamaatregelen niet had ingevoerd, had de vraag voor deze parlementaire enquêtecommissie volgens Van Ark wel eens heel anders kunnen zijn: waarom zijn de pieken met coronadoden in Nederland zo hoog geweest?

Tamara van Ark: derde gezondheidsminister in de coronacrisis op rij

Om 10:00 uur begint het verhoor met Tamara van Ark (VVD). Zij nam vanaf mei 2020 als minister van Medische Zorg het stokje over van Martin van Rijn (PvdA), die weer de oververmoeide Bruno Bruins (VVD) tijdelijk had vervangen.

Van Ark ging in haar functie onder meer over de gehandicaptenzorg en de arbeidsmarkt in de zorg. Ze zat daarnaast bij allerlei belangrijke overleggen tussen bewindspersonen, bijvoorbeeld over de vraag of de coronamaatregelen weer versoepeld konden en hoe het coronatoegangsbewijs eruit moest zien.

Van Ark moest uiteindelijk in september 2021 door gezondheidsproblemen ontslag nemen, waardoor het ministerie opnieuw zonder minister zat. Haar werkzaamheden werden verdeeld tussen haar toenmalige collega's op het ministerie: minister Hugo de Jonge en staatssecretaris Paul Blokhuis.

Afbeelding ter illustratie  -  ANP
Afbeelding ter illustratie  -  ANP

Topambtenaar: nooit wat gebeurd met stapel adviezen

Topambtenaar Roscam Abbing had samen met andere ambtenaren "een stapel adviezen" klaar voor het kabinet over hoe we de volgende keer met een crisis zoals de coronapandemie zouden moeten omgaan. De timing ervan was alleen ongelukkig, omdat op dat moment net het kabinet-Rutte IV aantrad.

"Het nieuwe kabinet was veel minder bezig met covid, het was ook een aflopende zaak. Niemand nam er politieke politieke verantwoordelijkheid voor de adviezen", vertelt Roscam Abbing.

De topambtenaar vindt dan ook dat er te weinig teruggeblikt is op de crisis, zeker omdat er zoveel mensen in de problemen zijn geraakt door corona. "Het grootste deel van de samenleving ging over tot de orde van de dag. Terwijl het belangrijk is stil te staan bij de impact die de crisis heeft gehad."

Het verhoor met Roscam Abbing is voorbij, woensdag gaat de coronacommissie weer verder. Dan zijn Tamara van Ark, voormalig minister Medische Zorg en Wouter Koolmees, voormalig minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de beurt.

Topambtenaar: 'Rode lijn was dat mensen zouden stikken door gebrek aan plek op ic'

Roscam Abbing bestrijdt het beeld dat er tijdens de coronacrisis te weinig aandacht is geweest voor de maatschappelijke gevolgen van de coronamaatregelen. "Dat was echt niet mijn ervaring", zegt hij tegen de coronacommissie. "Het was alleen heel moeilijk."

Volgens de topambtenaar had toenmalig premier Rutte een duidelijke rode lijn aangegeven tijdens de overleggen: hij wilde niet dat er mensen zouden stikken doordat er geen plek meer was op de intensive cares in de ziekenhuizen. "Dat was een duidelijke rode lijn, die hij in meerdere overleggen heeft herhaald."

Toch probeerde het kabinet volgens Roscam Abbing zoveel mogelijk de samenleving open te houden. "Het Outbreak Management Team stelde bijvoorbeeld voor om de scholen te sluiten. Dat zou iets van 40 doden schelen."

Maar dat deed het kabinet niet. "Om langetermijnschade bij kinderen te voorkomen", zegt Roscam Abbing. "Dat zijn beslissingen op leven en dood die je dan moet nemen."

Coronacommissie vraagt zich af: wanneer werden de besluiten nu echt genomen?

Tijdens de coronacrisis waren er op heel veel momenten overleggen van ministers en hoge ambtenaren. De leden van de coronacommissie proberen helder te krijgen bij welk overleg beslissingen over de maatregelen nu precies werden genomen.

Volgens topambtenaar Roscam Abbing gebeurde dat in ieder geval niet bij Torentjesoverleg. Dat was vooral informeel, waarbij "met de benen op tafel" de laatste stand van zaken werden uitgewisseld. Het Catshuisoverleg was volgens hem veel belangrijker.

"Daar werd duidelijk waar wel of geen steun voor was en hadden we een duidelijk beeld waar het naartoe zou gaan." Toch konden er daarna nog dingen veranderen. Het formele besluit werd volgens hem dan ook door de Ministeriële Commissie genomen.

Domme ideeën

Van het Torentjesoverleg en Catshuis zijn geen notulen gemaakt, waardoor nu niet meer duidelijk is wat er precies is besproken. Roscam Abbing vindt dat een goede zaak. "Ik vind het heel belangrijk dat je informeel van gedachten kan wisselen", zegt hij tegen de commissie. "Anders durven mensen geen domme ideeën meer te hebben."

Hij sluit hier aan bij de mening van oud-RIVM-directeur Jaap van Dissel. Die vindt het goed, vertelde hij aan de commissie, dat ook het Outbreak Management Team (OMT) in alle vertrouwelijkheid heeft kunnen overleggen.

Topambtenaar Mark Roscam Abbing  -  ANP
Topambtenaar Mark Roscam Abbing  -  ANP

'De coronacrisis viel keer op keer tegen'

Topambtenaar Mark Roscam Abbing vertelt aan de coronacommissie dat zijn team zich niet met de kortetermijnmaatregelen rond corona mocht bemoeien. "Er was heel sterk de wens om een langetermijnvisie te behouden en meer aandacht te besteden aan de sociaal-economisch-maatschappelijke factoren", zegt hij. "Dat werd expliciet bij ons belegd."

Zo kreeg hij bij aanvang van zijn functie in oktober 2020 vrijwel meteen de vraag of hij een plan kon bedenken om mensen toch nog op een of andere manier samen kerst te kunnen laten vieren. "Mensen hadden daar enorm behoefte aan, dus wij hadden gesprekken over hoe we daar richtlijnen voor konden bedenken", zegt Roscam Abbing.

Al dat werk bleek uiteindelijk voor niets. "Die kerst zaten we in de zwaarste lockdown die we achteraf hebben meegemaakt, zo snel veranderde het perspectief", vertelt hij. "De coronacrisis viel keer op keer tegen."

Topambtenaar Roscam Abbing moest kijken naar het maatschappelijk perspectief

Mark Roscam Abbing is om 14:00 uur aan de beurt. Hij werd in oktober 2020, toen de coronapandemie dus al even bezig was, benoemd tot programma-directeur generaal Samenleving en Covid. Hij ging over de covid-strategie, de nadruk lag daarbij op het maatschappelijk perspectief.

De topambtenaar hield zich tijdens de coronacrisis ook al bezig met de periode ná de coronapandemie. Wat waren de gevolgen op de lange termijn? Welke groepen hebben de meeste last van de pandemie en de lockdowns gehad? Hoe kan dat een volgende keer beter?

Afbeelding ter illustratie  -  ANP
Afbeelding ter illustratie  -  ANP

Om daarachter te komen, organiseerde hij zogeheten 'dialoogtafels'. Daar mochten allerlei mensen aan lokale bestuurders vertellen hoe zij de coronacrisis beleefden en wat er beter kon. "Er was een risico dat mensen chagrijnig of verdrietig zouden zijn, we zaten immers midden in de stevigste lockdown", vertelde Roscam Abbing daarover aan Binnenlands Bestuur. "Maar de gesprekken waren positief."

Nu zal Roscam Abbing dus als getuige voor de coronacommissie terugblikken op deze periode. Inmiddels heeft hij een nieuwe topbaan bij de overheid: hij is directeur-generaal Landelijk Gebied en Stikstof bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Bruls vindt dat Ruttes rol groter had gemoeten

Bruls vindt dat de crisisbestrijding meer bij premier Rutte had moeten liggen en minder bij het ministerie van Volksgezondheid. Dat zei hij in het laatste 'reflecterende' deel van zijn verhoor.

Op die manier kan je beter voorbij alleen de gezondheidsaspecten kijken, denkt Bruls. "Het was bij aanvang een gezondheidscrisis, maar al snel een maatschappelijke crisis."

Als voorzitter van het Veiligheidsberaad had Bruls het zelf niet anders gedaan, zei hij. "Ik heb gedaan wat ik kon." De bestuurder stelde dat het beraad heeft gewerkt als een "tegenmacht" voor het kabinet.

Wel denkt Bruls dat bestuurders, ook hij, misschien meer twijfel hadden moeten tonen. "Laat de dilemma's doorklinken, dan krijg je meer begrip."

'Een gruwel', zegt Bruls over burgemeester die niet meer wilden handhaven

Eind 2021 ging Nederland voor de derde keer in lockdown, vanwege de omikron-variant van het coronavirus die rondging. Deze omikron-lockdown kwam voor het Veiligheidsberaad "onverwacht", zei Bruls tegen de commissie.

Veel andere landen kozen destijds niet voor een nieuwe lockdown en er waren dan ook burgemeesters die de noodzaak niet zagen. Uiteindelijk stemde het Veiligheidsberaad wel in, maar met de aantekening dat er zo mogelijk moest worden versoepeld.

Toch waren er in die tijd burgemeesters die zeiden dat ze niet meer gingen handhaven. Bruls had er geen goed woord voor over. "Een gruwel", zei hij. "Ik heb daar helemaal niks mee, afkeurenswaardig, je zet collega's in hun hemd."

De gelederen werden gesloten rond de avondklok

In januari 2021 werd de avondklok ingevoerd door het kabinet. Binnen het Veiligheidsberaad was er twijfel over die ingrijpende maatregel, en ook bij Bruls zelf. "Het was buitengewoon verregaand", aldus de burgemeester. "Je berooft mensen van een grondrecht zonder heel goed aan te tonen waarom."

Hijzelf raakte overtuigd vanwege het "indirecte effect dat verplaatsingen lastiger werden, waardoor groepsvorming lastiger werd". In groepen vonden destijds veel besmettingen plaats. "Maar het ging met alle pijn en moeite, ik ben er ook nooit gelukkig mee geweest."

Binnen de groep van 25 voorzitters van de veiligheidsregio's was geen overeenstemming. Sommige burgemeesters vreesden spanningen, een vrees die bewaarheid werd, want er kwamen inderdaad 'avondklokrellen'.

Kippenvel

Wat betreft besluitvorming in het Veiligheidsberaad is het niet gelukt om iedereen te overtuigen, maar er werd wel afgesproken "om de gelederen te sluiten", vertelt Bruls. "We deelden de overtuiging dat dit de goede maatregel was niet echt tot in de vezels", zei hij.

Hoewel het principieel dus ingewikkeld lag was de avondklok wel "heel robuust", herinnert hij zich. Relatief makkelijk te handhaven dus. "Het heeft best goed gewerkt als maatregel. Of het effectief is geweest, dat bewijs kan ik niet leveren."

Maar er kwamen dus wel rellen in een aantal steden. "Dat was een optelsom", denkt Bruls. "De druppel die de emmer deed overlopen." Voor veel burgemeesters was dit een zware tijd, zei Bruls. "Ik krijg er nog kippenvel van."

Uiteindelijk gold de avondklok (tussen 21.00 uur en 04.30 uur binnenblijven) ruim drie maanden in Nederland.

Bruls wordt verhoord  -  ANP
Bruls wordt verhoord  -  ANP

Mondkapjesplicht in Amsterdam en Rotterdam

In de zomer van 2020 wilden de burgemeester van Amsterdam en Rotterdam een mondkapjesplicht instellen op drukke plekken. Het kabinet was daar niet enthousiast over, herinnert Bruls zich, maar uiteindelijk gebeurde het toch.

"Het kabinet baseerde zich op het OMT dat zei dat er geen bewezen meerwaarde was", zei Bruls over het overleg destijds. "Maar er kwam wel ruimte voor lokale experimenten."

Bruls zelf had ook enige moeite met regionale maatregelen, omdat het moeilijk uit te leggen is aan mensen. "Het is onbegrijpelijk als je zegt: in gebied X hebben we een streng beleid en 50 km verder is het flierefluiten." De bestuurder wijst erop dat grote landen als de VS en China geschikter zijn om regionale verschillen te maken in beleid.

Hoe kwam het dan dat er toch ruimte ontstond voor het experiment, wil de commissie weten. Volgens Bruls kwam dat doordat de discussie al in de openbaarheid was gekomen en dat burgemeesters simpelweg de bevoegdheid hadden. Bovendien deden landen om ons heen het al wel. "Dat was een belangrijk argument dat op tafel kwam."

'Er gebeurde sociaal ook iets' zag Bruls in 2020

In 2020 dachten burgemeesters ook na over de gevolgen van het coronabeleid voor jongeren. "Als dit langer doorgaat, hoe moet je als samenleving dan leven? En dat ging ook over jongeren."

Bruls zei in zijn verhoor dat destijds al de gedachte leefde dat de maatregelen jongeren hard troffen, zeker omdat ook scholen werden gesloten. "We hadden door dat er ook sociaal iets gebeurde. Het werd een brede maatschappelijke crisis."

De Nijmeegse burgemeester deed destijds in de media een oproep om beter naar de positie van jongeren te kijken. Of de oproep effect had op het kabinet, zei Bruls niet te weten.

Bruls vond versoepelingen te snel gaan

In de zomer van 2020 werden maatregelen versoepeld, en dat ging Bruls wat te snel. "Laten we nou niet van het ene uiterste - alles dicht - naar het andere uiterste - alles open - gaan", was destijds het gevoel van de bestuurder.

Bruls doelde daarbij vooral op evenementen, die weer door mochten gaan. "De basis bleef wel bestaan", zei Bruls, doelend op bijvoorbeeld de anderhalve meter.

Het kabinet wilde in mei aankondigen dat er in juni weer evenementen konden plaatsvinden, maar dat was volgens Bruls niet haalbaar omdat er dan te weinig tijd was om vergunningen rond te krijgen. Er is toen gevraagd aan het kabinet om dit mee te nemen in de communicatie om verwarring te voorkomen.

Wat hem in die tijd ook niet lekker zat was dat de landelijke crisisstructuur "op een waakvlam" werd gezet. In de veiligheidsregio's werd dat anders gedaan. "Wij zijn daar niet in mee gegaan, want het virus was niet weg."

Bruls: maatregelen moesten voor ons duidelijk zijn

Bruls vertelt in zijn verhoor over de eerste maatregelen die in maart werden genomen, door de overheid, maar ook door organisaties zelf.

Op 12 maart kwamen de eerste landelijke maatregelen, onder meer werden bijeenkomsten met meer dan 100 mensen afgelast. Daarover had Bruls naar eigen zeggen nog niet echt meegepraat. "Het ging toen heel snel."

In die tijd kozen organisaties ook zelf voor maatregelen. Zo gingen bioscopen op eigen initiatief dicht en werden congressen afgelast, herinnert Bruls zich. Later kwamen er noodverordeningen waarmee maatregelen werden afgedwongen.

De burgemeesters van het Veiligheidsberaad moesten de aangekondigde maatregelen uitwerken in die noodverordeningen die lokaal werden ingesteld. Dat was soms een race tegen de klok, zei Bruls. "Ik vind dat zelf geen groot drama", zei hij ook. "Het hoort bij een crisis. Bij een crisis gaan dingen niet helemaal volgens het boekje."

Bruls zegt dat het voor het Veiligheidsraad vooral belangrijk was of een maatregel duidelijk was en niet voor allerlei interpretatie vatbaar zou zijn.

Bruls hoorde Brabantse tongval in Nijmegen

Bruls, die naast voorzitter van het Veiligheidsberaad ook burgemeester van Nijmegen was, zag al snel dat een lokale aanpak van corona niet zou werken. "Het viel me op dat er in Nijmegen veel mensen met een Brabantse tongval waren", zegt Bruls in zijn verhoor.

In maart 2020 laaide het virus op in Brabant, terwijl de rest van het land nog weinig merkte. Destijds zaten Brabantse bestuurders al samen om maatregelen te treffen. "Die hebben heel veel opgepakt."

Bruls verklaarde tegen de commissie dat het veiligheidsberaad voor 2020 ook weleens had gesproken over pandemieën en ziektes. Er waren wel crisisplannen, maar die waren niet toegespitst op dit soort gezondheidscrises. Volgens Bruls heeft dat ook niet veel zin "omdat de volgende pandemie er toch altijd weer anders is".

Regionaal

De aanpak van crises is in Nederland grotendeels regionaal of lokaal geregeld, zei Bruls ook, omdat de meeste crises nou eenmaal niet landelijk zijn. Corona was wel landelijk, maar volgens Bruls was er "geen tijd om een strakke landelijke aanpak op te zetten".

Begin maart 2020 werd dan ook al duidelijk dat de veiligheidsregio's een belangrijke rol kregen in de coronacrisis. "Zonder dat we konden beseffen wat het precies ging betekenen."

'Opperburgemeester' Hubert Bruls

Hubert Bruls is de eerste die in de tweede week wordt gehoord door de commissie. De CDA'er was in de coronacrisis burgemeester van Nijmegen en voorzitter van het Veiligheidsberaad van 25 veiligheidsregio's in Nederland. De veiligheidsregio's hadden als taak om de coronamaatregelen van het kabinet uit te voeren en te handhaven, zoals de mondkapjesplicht en de avondklok.

Als voorzitter van de veiligheidsregio's sprak Bruls mee over de uitvoerbaarheid van maatregelen en probeerde ook ingrijpende maatregelen nog bij te sturen.

Zo werd Bruls een steeds bekender gezicht in de coronacrisis, ook omdat hij regelmatig in de pers uitlegde wat de kabinetsmaatregelen in de praktijk zouden betekenen. Bruls is wel eens de opperburgemeester van Nederland genoemd en kreeg lof, maar ook stevige kritiek. Hij is nog steeds burgemeester van Nijmegen, inmiddels in zijn derde termijn. In 2023 is hij gestopt als voorzitter van het Veiligheidsberaad.

Afbeelding ter illustratie  -  NOS
Afbeelding ter illustratie  -  NOS

Oud-premier Rutte komt vrijdag

Deze week behandelt de enquêtecommissie het thema 'de organisatie van de corona-aanpak'. Dit is de agenda:

  • Vandaag: Hubert Bruls, voormalig voorzitter Veiligheidsberaad (10.00 uur) en directeur-generaal Samenleving en Covid-19 Mark Roscam Abbing (14.00 uur)
  • Woensdag: Tamara van Ark, voormalig minister Medische Zorg (10.00 uur) en Wouter Koolmees, voormalig minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (14.00 uur)
  • Vrijdag: Dick Schoof, voormalig secretaris-generaal ministerie van Justitie en Veiligheid (10.00 uur) en voormalig premier Rutte (14.00 uur)

'Het begin van de pandemie' zit erop

Vorige week, en de vrijdag ervoor, sprak de commissie acht getuigen over het begin van de pandemie.

Lees hier terug hoe sommige "loodzware besluiten" in die eerste weken tot stand kwamen:

En lees via deze link het liveblog van vorige week terug.