Ontdek

Van de Donk eens met conclusies rapport Q-koorts

22 november 2010 om 21:38 • Aangepast 3 oktober 2025 om 02:09

Commissaris van de Koningin Wim van de Donk onderstreept de conclusie dat de aanpak van de Q-koorts te traag is verlopen. Volgens Van de Donk is het niet voor niets geweest dat de provincie, GGD en betrokken gemeenten regelmatig in Den Haag aan de bel trokken.

Profielfoto van Redactie
Geschreven door
Redactie

De ministeries van Volksgezondheid en Landbouw hadden tijdens de uitbraak van de Q-koorts sneller en doortastender moeten optreden. Een evaluatiecommissie schrijft dat in een rapport dat maandag werd gepresenteerd. In het rapport staat dat de betrokken ministers te lang vasthielden aan hun eigen visie. Daardoor ontstond een impasse en ontbrak de regie. Vooral door druk vanuit Brabant werd die impasse doorbroken, zegt Van de Donk.
De ziekte, die van geiten op mensen kan worden overgebracht, dook in 2007 op in Nederland. Volgens de onderzoekers is er een jaar verloren gegaan doordat een duidelijke aanpak op zich liet wachten. Bij de bestrijding van dierziektes die voor mensen gevaarlijk zijn, moet het ministerie van Volksgezondheid voortaan de leiding krijgen en ook extra bevoegdheden, staat er in het rapport.

De Provinciale Raad voor Volksgezondheid in Noord-Brabant gaf eerder al aan dat er in Den Haag veel te afwachtend is gereageerd op de Q-koorts-epidemie in Brabant. Staatssecretaris Henk Bleker van Landbouw was niet onder de indruk van het rapport.
Patiëntenvereniging laakt overheid
'De Q-koorts had duizenden doden kunnen maken. De overheid is pas echt in actie gekomen nadat het tv-programma Zembla er aandacht aan had besteed.' Dat zegt Michel van den Berg. Hij is Q-koortspatiënt en voorzitter van de Brabantse vereniging voor mensen met deze griepachtige ziekte. Ook Henk van Gerven uit Oss, Tweede-Kamerlid voor de SP, vindt het kwalijk dat ‘de belangen van de landbouw geprevaleerd werden boven die van de volksgezondheid.'

Van Gerven en andere Kamerleden laken de trage besluitvorming van de overheid. Ze reageren op de presentatie van het rapport van de Evaluatiecommissie Q-koorts. Hierin staat onder meer dat het ministerie van Volksgezondheid in vergelijkbare gevallen meer zeggenschap moet krijgen. Van Gerven onderstreept deze conclusie.

Het parlementslid vindt verder dat het levenslang fokverbod voor jonge geiten die zijn geboren op bedrijven met Q-koorts niet mag worden versoepeld. ‘Zelfs toenmalig minister Gerda Verburg van Landbouw durfde het niet aan, omdat niet is aan te tonen of deze dieren besmet zijn. Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen,’ aldus Van Gerven.

Het Tweede-Kamerlid is het verder eens met Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren, die zegt dat er 'veel te lang is geprobeerd de besmette bedrijven te beschermen'. Van Gerven: "Het is verwerpelijk dat de gegevens van besmette bedrijven heel lang niet beschikbaar waren. Hierdoor zijn mogelijk veel mensen alsnog besmet geraakt omdat ze niet wisten bij welke bedrijven ze beter uit de buurt konden blijven."
Vrij onbekende ziekte
Zouden er minder mensen ziek zijn geworden als de overheid eerder doortastend had ingegrepen om de Q-koorts te beteugelen? Volgens Gert van Dijk, voorzitter van de commissie die de overheidsaanpak tussen 2005 en 2010 doorlichtte, is die vraag niet beantwoorden.

Hij wees er maandag bij de presentatie van het rapport op dat de Q-koorts een vrij onbekende ziekte is die bovendien niet als gevaarlijk te boek staat. "Men had doortastender kunnen en moeten optreden, maar we weten niet of de uitkomst dan anders was geweest'', aldus Van Dijk. Hij vindt het belangrijk dat wordt geleerd van hoe het nu is gegaan. ,"Nog 86 zoönosen kunnen ons elk moment treffen, dus het is belangrijk dat we hiervan leren.'' Zoönosen zijninfectieziekten van een dier die op een mens kunnen overslaan.
Lees ook:
Q-koorts: een historisch overzicht
Vragen en antwoorden over Q-koorts

App ons! 👋

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.