Verdachte vrij in zaak 'grenslijk'
Het gerechtshof in Den Bosch heeft donderdag bepaald dat Robbert-Jan B. de strafzaak tegen hem in vrijheid mag afwachten. Zijn beroep tegen de verlenging van zijn voorarrest werd donderdag gegrond verklaard en hij komt direct vrij, meldde een woordvoerster van het hof. De man (39) wordt verdacht van betrokkenheid bij de dood van zijn vrouw, die sinds april 2007 werd vermist.
De zaak werd bekend als 'de zaak van het grenslijk', omdat het lichaam van de Wit-Russische Katrina Kanyak in februari 2008 werd gevonden in een kist in een voormalig bankgebouw aan de Hoogstraat, dat precies op de grens staat tussen het Nederlandse Baarle-Nassau en het Belgische Baarle-Hertog. Ze lag verstopt in een kist vol isolatieschuim in de speelkamer van haar dochtertje. De vrouw was toen al bijna een jaar vermist.
Omdat de vrouw in het Nederlandse deel van het huis lag, kwam het onderzoek bij justitie in Nederland terecht. De man zat in 2008 al enige tijd vast en werd eind oktober voor de tweede keer aangehouden vanwege 'nieuwe ontwikkelingen'.
'Geen bloedsporen'
Het nieuwe bewijs in de zaak bestaat onder meer uit het resultaat van onderzoek naar de doodsoorzaak van de vrouw door het Nederlandse Independent Forensic Services (IFS). Volgens advocaat Jan-Hein Kuijpers wijst het onderzoek uit dat ze mogelijk is gestorven door een snee in haar been. De raadsman is daarvan allerminst overtuigd omdat zij in dat geval heel veel bloed moet hebben verloren en er geen bloedsporen zijn gevonden. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft de snee eerder niet eens als mogelijke doodsoorzaak onderzocht.
Op de houten kist en op het purschuim waarin het lijk van de vrouw was verborgen is DNA-materiaal van de hoofdverdachte gevonden. Maar volgens de advocaat past dat in het verhaal van zijn cliënt die heeft verklaard dat hij het hout en isolatiemateriaal heeft gekocht voor de verbouwing van zijn seksclub.
OM ontkent niet
Het Openbaar Ministerie in Breda gaat niet in op de beweringen van de advocaat maar ontkent ze niet.
Een eerste openbare zitting staat gepland op 11 februari bij de rechtbank in Breda.
