Beroepzaak Julien C. opnieuw aangehouden
De hernieuwde hoger beroepzaak tegen Julien C. is donderdag opnieuw aangehouden. C. wordt verdacht van de moord op de achtjarige Jesse Dingemans uit Hoogerheide. De verdachte heeft weer geweigerd mee te werken aan een psychologisch onderzoek. Ook nader onderzoek naar een mogelijke geestelijke stoornis bij de verdachte heeft niets opgeleverd.
Een psycholoog en een psychiater van het Pieter Baan Centrum, die in het huis van bewaring toegang kregen tot de verdachte, konden geen conclusies trekken vanwege zijn pertinente weigering om mee te werken. De deskundigen lieten dat weten in een nieuwe rapportage die is gemaakt op verzoek van het gerechtshof in Arnhem.
De zaak werd heropend na een uitspraak van de Hoge Raad, die vond dat het hof beter had moeten kijken naar de motieven van C. om zijn eigen verdediging te voeren. Het hof had C. beter moeten wijzen op de risico's die hij liep zonder advocaat, zo stelde de Hoge Raad. Zijn levenslange celstraf werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen naar het hof in Arnhem. Dat deed afgelopen augustus geen uitspraak, maar heropende de zaak, zodat een psychiater en psycholoog een nieuwe rapportage van C. konden maken. Omdat de verdachte altijd medewerking weigerde, bestaan over hem alleen oud rapport en een beknopte rapportage zonder harde conclusies.
Zwijgen
Donderdag bleek dat C. opnieuw heeft geweigerd mee te werken aan een psychologisch onderzoek. Ook tijdens het proces bleef hij zwijgen. Daardoor was het voor deskundigen niet vast te stellen of C. aan een stoornis of gebrekkige ontwikkeling lijdt. Over maximaal drie maanden worden deskundigen weer gehoord. De zaak is aangehouden, omdat er een dossier van psychologen van het PPC (Penitentiair Psychologisch Centrum) niet door het Hof is ontvangen.
Jesse Dingemans werd begin december 2006 in zijn klas op een basisschool in Hoogerheide met een mes vermoord. Vrijwel direct daarna werd de toen 22-jarige Julien C., de stiefbroer van een klasgenootje van het slachtoffer, gearresteerd. De rechtbank in Breda veroordeelde hem destijds tot twaalf jaar cel en tbs voor doodslag. In hoger beroep legde het gerechtshof in Den Bosch wegens moord een levenslange celstraf op.
