Bosch onderzoek: twintig keer adoptie per jaar
In Nederland staan per jaar ongeveer twintig moeders hun kind af voor adoptie. Meer dan de helft van die moeders is jonger dan 21 jaar, 5 procent is jonger dan 16. Dat blijkt uit een onderzoek van de stichting Ambulante FIOM in Den Bosch in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid. De stichting staat jaarlijks 1500 vrouwen bij die ongewenst zwanger zijn.
In het onderzoekrapport pleit de Bossche stichting er voor meer aandacht te geven aan de jonge vrouwen en meisjes die een kind af staan. In de adoptiewet worden de belangen van de pasgeborene geregeld, maar volgens de FIOM is meer aandacht voor de moeder noodzakelijk. Is het meisje op dat moment in haar leven, jong en vaak in een problematische situatie, in staat om een groot en onomkeerbaar besluit te nemen? Een besluit dat gevolgen heeft voor de rest van haar leven? Moet zij hier niet in beschermd worden? Dat zijn dingen die de stichting zich afvraagt.
Complex
De belangrijkste bevinding uit het onderzoek is dat het besluit om een kind af te staan uitermate complex is. Het meisje/de vrouw heeft in deze moeilijke (vaak turbulente) situatie te maken met heftige tegenstrijdige gevoelens, conflicterende loyaliteiten en wisselende meningen. Dit is sterk van invloed op de gemoedstoestand van de moeder en de uiteindelijke keuze die zij maakt.
Ingrijpend
Uit het onderzoek blijkt dat afstand ter adoptie voor de moeder behoorlijk ingrijpend kan zijn. Trauma's kunnen zich opstapelen. Veel geïnterviewde vrouwen hadden, toen zij afstand deden, de hoop dat met het afstaan van het kind ook hun problemen weg zouden zijn. Maar er kwamen juist problemen voor terug. Het verlies van zelfrespect en het moeten leren omgaan met het verlies van hun kind is hier een voorbeeld van. Het feit dat hun kind nog in leven is, maakt dat moeders zich zorgen maken over hun kind. Ze vragen zich af hoe het met het kind gaat.
