Spoortunnel Best laat te wensen over
Het onderhoud van de spoortunnel in Best, de omschrijving van taken bij calamiteiten en de vluchtroutes zijn onvoldoende. Ook moet spoorwegbeheerder ProRail meer toezicht uitoefenen.
Dit zijn enkele conclusies uit een steekproef van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid en die van Verkeer en Waterstaat. De tunnel in Best is een van de acht tunnels in ons land die onder de loep zijn genomen na een defect in de bovenleiding van de Schipholtunnel in 2009.
Conclusies
In vrijwel alle tunnels zijn vergelijkbare conclusies te trekken, die bovendien ook al naar voren kwamen in eerdere onderzoeken. De aanbevelingen uit die eerste bevindingen blijken onvoldoende te zijn opgevolgd. De inspecties betreuren het dat er weinig vooruitgang is geboekt als het gaat om het verhelpen van dergelijke belangrijke knelpunten. Zeker omdat het in een aantal gevallen gaat om maatregelen die volgens hen relatief eenvoudig zijn te nemen.
PositiefPositief aan de situatie in Best dat dit de enige tunnel in ons land was met zogeheten hotboxdetectie. Deze installatie meet en meldt de temperatuur van onderdelen van treinen. Wanneer een trein nadert, activeert een assenteller de sensoren. Wanneer die een heetgelopen component signaleert, dan wordt de treindienstleider op de hoogte gesteld en gaat een alarm af. In juli vorig jaar werd dit systeem vervangen door Quo-Vadis, waarmee ontsporingen in de tunnel kunnen worden voorkomen. Tegelijk met de invoering van dit meetsysteem zijn afspraken gemaakt over het houden van rampenoefeningen. De inspecties spreken in hun onderzoek hun waardering uit dat er sinds 2006 in Best geregeld geoefend wordt.