'Het corso van Zundert is de openbaring'
Duizenden en duizenden fietsers kwamen er indertijd naar Zundert. "Daar stonden we ons aan te vergapen. In de jaren vijftig trok het bloemencorso meer dan honderdduizend bezoekers", herinnert Harry van den Broek (71) zich.
De beeldend kunstenaar, tekenaar, schilder en graficus woont sinds jaar en dag in Breda. Maar als hij in Zundert iets níet is, dan is het bezoeker. Hij is de ontwerper van 114 wagens: 79 voor het corso in Zundert, 27 voor het fruitcorso in Tiel en 8 voor het bloemencorso in Lichtenvoorde. In 1988 waren zijn ontwerpen in alle drie plaatsen goed voor de eerste prijs. In Tiel staat hij te boek als de corsokoning. En in Zundert tekende hij achtmaal voor de eerste prijs.
"Ik werk nu voor het 46e jaar mee aan het corso. En ik ben bijna net zo oud als het corso, want dat is 75. Het is toch niet normaal?" verzucht hij in de bouwtent van buurtschap Raamberg aan de Willebrordusstraat in het buitengebied van Zundert. Vrede is de weg is de titel van de wagen in de tent, die komende zondag met negentien andere dahliawagens in een bonte stoet door het dorp trekt. Ontwerp: Harry van den Broek.
Bouwschuur
Hij is een tuinderszoon van de Meirseweg, buurtschap Laer-Akkermolen. "Mijn vader zat in het bestuur. Hij bracht ook ideeën aan voor de bouw van de wagen. De Boerenschouw bijvoorbeeld. Dan praat je over eind jaren veertig. Aan de hand van mijn vader ging ik mee naar de bouwschuur. Toen moet de corsovonk zijn overgesprongen."
Als jongen van acht al, zo vertelt hij, maakte hij op corsozondag een kabouter van karton. Uiteraard tikte hij daar dahlia's op. "Die kabouter zette ik aan de kant van de weg, zodat de mensen konden zien dat ik die had gemaakt. Mijn zussen zeiden: 'Je moet er een bakje bij zetten'. Daar vond ik echt dubbeltjes in."
1947
Ook van het corso in 1947 staat hem nog een duidelijk beeld voor ogen. "Ik stond met mijn moeder te kijken. Voor het eerst was er een wagen die niet door paarden werd getrokken. Onder Bloemenkoningin van Poteind liepen duwers. Die wagen ging geruisloos door de straat. Ook toen is de vonk overgesprongen."
Het zijn herinneringen die hij deelt met zijn generatiegenoten in Zundert en een massa bezoekers van buiten het dorp. Maar slechts weinigen met corsokoorts schoppen het tot ontwerper. "Mijn vader moedigde me altijd aan dingen te tekenen voor op de wagen. Die kwamen er dan ook op: een kameel, schaapjes bijvoorbeeld. Later vroeg hij: 'Maak eens een ontwerp voor een wagen?'. Maar aanvankelijk had ik het lef niet."
1965
In 1965 wel. Hij ontwierp Recuarda de España: Spaanse taferelen op de wagen van Laer-Akkermolen. De buurtschap behaalde er de vijfde prijs mee. "Voor mij was het aanleiding naar kunstacademie Sint Joost in Breda te gaan." In 1967 en 1968 tekende hij voor de eerste prijs.
"Iets maken uit vrije wil. Dat op straat laten rijden en aan mensen laten zien. Dat is de drijfveer. Het corso is de openbaring. Op die ene dag in het jaar laat Zundert álles zien. Daar is al heel vlug het wedstrijdelement bij gekomen. Het is gezonde wedijver. Die hoort bij passie."In de jaren zestig en zeventig waren Henk Groenhuis, Elly Snepvangers, Harry Luyckx, Vincent van Oosterhout en Harry van den Broek dé ontwerpers van het corso. "We hadden alle vijf kunstopleiding. Zundert hechtte aan ontwerpers met een academische opleiding." Hem werd gevraagd voor andere buurtschappen, het fruitcorso in Tiel en het bloemencorso in Lichtenvoorde te ontwerpen. Poteind, Molenstraat, Laarheide, Klein-Zundert, Tiggelaar, 't Stuk, Wernhout en Raamberg maakten van zijn diensten gebruik. Liefdewerk, oud papier; zoals dat voor heel het Zundertse corsovolk geldt.
"Ik heb eens uitgerekend dat ik in dertig jaar tijd vijf jaar aan het corso besteedde. Geef me een lasser en ik ga aan de slag. Vormgeven, alles eruit halen wat erin zit. En dat in je eigen omgeving laten zien. Het is een sociale belevenis. Het zijn mijn wortels."
