KNIL-veteraan Noes uit Vught: 'Erkenning komt erg laat, meesten liggen al in het graf'

VUGHT - Oud-KNIL-militair Noes Leiwakabessy (95) uit Vught zal volgende maand niet bij de bijeenkomst zijn, waar hij net als zijn oud-collega's door Defensie wordt erkend als veteraan. Zijn lichamelijke gesteldheid staat het niet toe. Zijn vrouw Riek (85) gaat in zijn plaats.

Zo'n honderd Molukse KNIL-militairen zijn volgende maand welkom bij een officiële bijeenkomst van Defensie en zullen daarmee erkend worden als veteraan. "Deze erkenning is wel erg laat", zegt Riek Leiwakabessy uit Vught. "De meeste KNIL-militairen liggen al in het graf."

In 1951 kwamen ruim 3500 Molukkers naar Nederland. In eerste instantie voor drie maanden, maar zoals Noes (95) en Riek (85) Leiwakabessy uit Vught, zitten de meesten er ruim 65 jaar later nog steeds.

Het echtpaar Leiwakabessy woont in de Molukse wijk Lunetten in Vught, op de plek van het voormalig concentratiekamp. De barakken zijn inmiddels omgebouwd tot woonhuizen. Noes Leiwakabessy is één van de ongeveer honderd Molukse KNIL-militairen die nog leeft en is uitgenodigd bij de bijeenkomst van Defensie.

LEES OOK: 65 jaar Molukkers in kamp Vught: 'Het is een stuk vaderland'

Het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) was van 1830 tot 1950 de heersende legermacht in Indië. In dat leger vochten ook een paar duizend Molukkers aan Nederlandse zijde omdat ze zich los wilden maken van Indonesië.

Nederland verloor de kolonie en de KNIL-militairen werden naar Nederland gehaald in 1951. Niet omdat ze wilden, maar omdat ze in Indonesië werden gezien als collaborateurs.  

Drie gulden per week
Gedwongen stapten ze op de boot naar Nederland waar ze van het eerste moment al geen erkenning kregen: "Op de boot kreeg ik mijn ontslagbrief", vertelt Noes "Terwijl ik altijd trouw aan het Nederlanderse leger was geweest." 

Zijn vrouw vult aan: "We hebben nooit erkenning gehad. Ze beloofden dat er voor ons gezorgd zou worden, maar we moesten het doen met drie gulden per week. We verhuisden van de ene naar de andere plek omdat ze niet wisten waar ze ons wilden wegstoppen."

Noes is al 95 en zijn lichamelijke gesteldheid laat het niet toe om volgende maand naar de bijeenkomst af te reizen. Riek zal in zijn plaats gaan: "Maar deze erkenning betekent voor mij niets. De generaal der krijgsmacht kan ook niet uitleggen waarom die erkenning zo laat is gekomen. Dat vind ik jammer", zegt Riek.

Onafhankelijkheid
Het enige wat de pijn zou verzachten is als Nederland mee zou helpen aan de onafhankelijkheid van de Molukkers die streven naar een eigen republiek: "Nederland moet zijn steentje bijdragen want we hebben altijd voor hen gevochten."