Stuifmail zondag 7 april: vuurwantsen, Amerikaans krentenboompje, tekenvirus en rups windepijlstaart

OISTERWIJK - Boswachter Frans Kapteijns deelt wekelijks zijn kennis van de natuur op de radio. Luisteraars kunnen vragen insturen via stuifmail@omroepbrabant.nl. Deze zondag besteedt Frans onder meer aandacht aan vuurwantsen, een Amerikaans krentenboompje, een tekenvirus en de rups van een windepijlstaart.

Vuurwantsen
Op de foto van Carla de Laat staan heel veel beestjes. Zij vraagt zich af of dit fenomeen normaal is of dat er hier sprake is van een plaag. Nou, dit zijn vuurwantsen. In het algemeen is het normaal dat veel vuurwantsen bij elkaar zitten, maar ik moet ook wel bekennen dat ik er nog nooit zoveel bij elkaar heb gezien. Wantsen hebben een onvolledige gedaanteverwisseling en nadat de eitjes zijn opengegaan, komen er meteen jonge vuurwantsen uit. Die noemen we nimfen. Deze zijn altijd vleugelloos en missen daardoor de voor de vuurwants kenmerkende zwarte stippen op de vleugels. Deze jonge vuurwantsen doen er vijf stadia over om uiteindelijk volwassen te worden. Elke stadium vervellen deze insecten. Aangezien vuurwantsen in kolonies opereren, paren de volwassen dieren ook in kolonies dus worden er veel vuurwantsnimfen tegelijkertijd geboren. Overigens duurt het paren bij vuurwantsen erg lang: van twaalf uur tot wel zeven dagen. Dit komt overigens wel meer voor bij insecten. De mannetjes blijven lang aan het vrouwtje gehecht, zodat die niet met andere mannetjes kan paren.

Amerikaans krentenboompje. (Foto: Caroline Verhees)

Amerikaans krentenboompje
Op de foto van Caroline Verhees zie je een prachtig bloeiende struik met witte bloemen. De witte bloemen lijken wel sterren. Verder zitten er aan deze struik kleine bruine bladeren. Deze struik noemen we krentenboom, maar officieel heet de struik Amerikaans krentenboompje. Dit vanwege het feit dat de oorsprong van deze struik in Noord-Amerika ligt. Het Amerikaanse krentenboompje behoort tot de rozenfamilie, maar heeft een afwijkende witte bloem. De zacht roomwitte kroonbladen zijn erg groot en dat verwacht je niet als je bijvoorbeeld kijkt naar andere soorten struiken in die familie. De sleedoorn, de zoete kers en de meidoorn hebben hele kleine witte bloempjes. Zie bijvoorbeeld de bloemen van de sleedoorn in de Stuifmail van vorige week. Het Amerikaans krentenboompje is erg geliefd bij imkers, want honingbijen vliegen graag op dit krentenboompje. Net zoals vliegen, kevers, zweefvliegen en bepaalde wespen. Voor het krentenboompje is dit ook heel mooi, want de bestuiving zorgt er voor dat er eerst mooie rode krenten gevormd worden. Die worden in een later stadium paars en dan zijn ze rijp.

Tekenvirus
'Buuf''Adeline Besselink heeft een krantenartikel gelezen over een gevaarlijk tekenvirus. Zij vraagt zich het volgende af: is dit nu een andere teek die dit veroorzaakt of dezelfde maar met ander virus? We kennen in Nederland maar een teek die bij mensen bloed wegzuigt. Op deze teek heeft zich een nieuw virus geplaatst. Nu komt er een groot landelijk onderzoek naar dit gevaarlijke tekenvirus. De naam van het virus is tick-borne encephalitis - afgekort TBE - en dit kan hersenvliesontsteking veroorzaken bij mensen. Daarom gaat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) dit jaar 10.000 teken onderzoeken op meer dan twintig locaties in Nederland. Aanleiding voor dit onderzoek was de eerste ontdekking van het TBE -virus in 2016 op de Sallandse en Utrechtse Heuvelrug. Tot dan toe was het TBE-virus alleen aangetroffen in Zweden, Duitsland en Oostenrijk. Uit een recente publicatie - waar verschillende onderzoekers aan meewerkten - blijkt dat het aantal besmettingen aan het toenemen is: in elf gebieden komt het TBE-virus nu voor. Op de rand van Zeeland met Brabant is zelfs al een besmetting geconstateerd.
Wat dan weer wel mooi is, is de volgende opmerking van bioloog Arnold van Vliet: “Het klopt dat we ook antistoffen tegen het TBE-virus hebben gevonden in Noord-Brabant, Limburg en Gelderland. Deze informatie hebben we verzameld samen met het Dutch Wildlife Health Centre. Hoewel deze informatie een eerste aanwijzing is dat in deze provincies TBE zou kunnen circuleren, moet dit verder worden onderzocht door teken uit die gebieden te testen op het virus. Het RIVM zoekt naar manieren om de verspreiding van het virus beter te kunnen voorspellen.”

Rups windepijlstaart
Op de foto van Heleen Verduijn zie je een mooie grote bruine rups. Helaas is het staartje niet goed te zien, maar volgens mij hebben we hier te maken met de rups van de windepijlstaart. De pijlstaartenfamilie is een familie met grote rupsen en ook grote nachtvlinders. De rupsen van deze vlinder kunnen wel zo’n acht centimeter lang worden. Ze hebben een dikte van een normale mensenduim. Op deze foto is de rups bruin, maar je komt ook groene vormen tegen. Rupsen van de windepijlstaart leven van haagwinde - de pispotjes - en van akkerwinde. Sinds In 2015 worden er steeds meer windepijlstaarten gezien. Oorspronkelijk was de volwassen vlinder een zeldzame trekvlinder in Zuid-Europa. De vlinder van de windepijlstaart kan wel een spanwijdte hebben van 130 millimeter. Maar wat vooral opvalt bij deze nachtvlinder is de zeer lange roltong van wel vijftien centimeter.

De bosschen en vennen van Oisterwijk
Dankzij de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten is een mooie film die in 1917 is gemaakt in het natuurgebied bij Oisterwijk bewaard gebleven. Je ziet hier beelden van heide, bossen en vennen, mensen die zwemmen in de vennen en de uitspanning de uitspanning Venkraai.

Oevers en beekmondingen Maas natuurvriendelijk ingericht
In de periode van maart tot en met november 2019 worden in opdracht van Rijkswaterstaat tien kilometer van de Maasoever en zeven Maasbeekmondingen natuurvriendelijk ingericht. Dat gebeurt volgens de doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) om de ecologische waterkwaliteit te verbeteren. De KRW-maatregelen lopen nog door tot en met 2027. Ook langs de Maas.
Meer informatie is te verkrijgen via de gratis publieksinformatielijn van Rijkswaterstaat. Telefoonnummer: 0800-8002

Paardenbloemen van belang voor vlinders en bijen
De lente is begonnen. Dat betekent dat de paardenbloemen weer gaan bloeien. Onterecht beschouwen sommige mensen deze bloemen als ongewenst. Zeker in het vroege voorjaar zijn bloeiende paardenbloemen heel belangrijk voor vlinders, bijen en andere insecten. Ze vormen een bron van nectar en stuifmeel.
Onder meer agrariërs zijn niet blij met de paardenbloem en bestrijden de bloem. Toch is de paardenbloem ook van belang voor vee en het gewas. Onderzoek in Duitsland laat zien dat paardenbloemen pas tot een opbrengstderving van grasland leiden, als ze een aandeel van meer dan 25 procent hebben in de droge stof. Dat is heel erg veel. Onder ‘normale’ omstandigheden is de plant zelfs nuttig. Koeien, schapen en geiten gebruiken de paardenbloem als medicijn. Bovendien zorgt de lange penwortel van de paardenbloem er mogelijk voor dat mineralen uit de diepere lagen van de bodem voor het gewas beschikbaar komen. Uit onderzoek van het Louis Bolk Instituut blijkt dat de voedingswaarde, verteerbaarheid en mineraalgehalten van de paardenbloem vergelijkbaar zijn met die van puur gras.

Paardenbloemen zijn goed eetbaar. De smaak van de bladeren en stengels is licht-bitter, witlofachtig. De bloemen smaken zoet en doen het goed in gelei. De jonge bladeren zijn het lekkerst. Leg ze voor gebruik eerst vijftien minuten in zout water om de bitterheid wat af te zwakken. Serveer ze vervolgens in een salade met een dressing op basis van olijfolie, citroensap, zout en peper. Je kunt het best de bladeren oogsten voor de bloei, de wortels in de lente en tijdens de herfst de stengels in de bloeitijd.

Natuurtip
Zaterdag 13 april wordt er door het Toeristisch Informatiecentrum Megen een natuurwandeling georganiseerd rond Megen . Deze begint om tien uur 's ochtends en duurt tot twaalf uur 's middags. Een ervaren gids neemt je mee langs een gevarieerd landschap en weet je allerlei wetenswaardigheden over dit mooie gebied te vertellen. Stevige schoenen zijn noodzakelijk. Meer informatie is verkrijgbaar bij het toeristisch Informatiecentrum Megen: info@toerismemegen.nl