Nederland en België onderzoeken treinverbinding tussen Eindhoven en Brussel
Nederland en België hebben gisteravond in Antwerpen een gezamenlijke verklaring ondertekend om de komst van een directe treinverbinding tussen Eindhoven en Brussel te onderzoeken. Het kan gaan om nieuw spoor, maar ook om een nieuwe treindienst over bestaand spoor.
De verklaring is ondertekend door demissionair staatssecretaris Aartsen (Openbaar Vervoer) en de Belgische minister Jean-Luc Crucke van Mobiliteit. Het is onderdeel van bredere plannen van beide landen om meer samen te werken op het gebied van spoor, schrijft Omroep Brabant.
Aartsen vindt de ondertekening "een fantastische eerste stap". "Het draagt bij aan de inzet van het nieuwe kabinet om verder te werken aan een betere bereikbaarheid en veiligheid van ons land in een internationale context."
Huidige verbinding
De verklaring moet in de zomer leiden tot concretere afspraken. De provincies en spoorbeheerders denken volgens een woordvoerder van Aartsen ook mee. Geld voor de nieuwe treinverbinding is er nog niet.
De demissionair staatssecretaris klaagde vorige maand in de Tweede Kamer al over de huidige verbinding tussen Eindhoven en Brussel. "Als je van ASML naar Brussel wil, de belangrijkste stad op ons continent, ben je drieënhalf uur onderweg en moet je een stuk of vier keer overstappen, als de trein al gaat", zei Aartsen. In werkelijkheid is de reis in tweeënhalf uur en met één overstap in Breda af te leggen.
Meer samenwerking
In de ondertekende verklaring beloven beide landen onder meer naar de verbinding voor goederentreinen tussen Gent en Terneuzen te kijken.
Ook zou er een nieuwe 'IJzeren Rijn-lijn' tussen België en Duitsland door Limburgs grondgebied moeten komen. De bedoeling is dat de betrokken bewindspersonen minstens een keer per jaar met elkaar spreken over het spoordossier.