Hoe De Peel in de oorlog een 'dodenvallei' werd: 'Vliegtuig kwam brandend over de boerderij'

ASTEN - Death Valley. Dat is toch een woestijn in Amerika? Niet veel mensen weten dat er ook een Death Valley in Brabant is. De term werd gebruikt door piloten in de Tweede Wereldoorlog om de drassige Peel aan te duiden. Museum Klok en Peel in Asten gaat in juni een project beginnen om de hevige strijd daar te herdenken.

Geallieerde piloten moesten over De Peel vliegen om in Duitsland het Ruhrgebied te bombarderen. Dertig vliegtuigen werden neergeschoten. Sommige grote bommenwerpers die uit de lucht vielen, zonken weg in het moeras.

“De Duitsers hier waren erg goed in het neerhalen van vliegtuigen”, vertelt Piet Snijders, die een nieuw boek over Death Valley schreef. “Mensen die de piloten hielpen, namen deze term over.” Museum Klok en Peel heeft nu onder meer een expositie, activiteiten, een verhalenboek en een lespakket.

Bekijk de video en lees daarna verder.


Death Valley maakte deel uit van de Duitse Kammhuberlinie, een aaneenschakeling van huisjes met grote zoeklichten. “Die linie liep helemaal van België tot aan Denemarken”, vertelt Piet Snijders.

“Wij lagen er hier in De Peel middenin. Als je met je vliegtuig in die zoeklichten kwam, kon je het wel schudden. En de Duitsers hadden ook nog eens radar.”

Met zoeklichten speurden de Duitsers de hemel boven De Peel af. (Foto: Museum Klok en Peel)


Vuur in de lucht
Ann van de Voort-van Bommel uit Asten kan zich de vliegtuigen boven ‘Death Valley’ nog goed herinneren. “Vooral ’s nachts. Dan gingen we allemaal het bed uit en buiten kijken. We dachten niet dat er wat kon gebeuren. Alle grote jongens gingen en ik wilde ook alles zien.”

Turend naar de nachtelijke hemel boven de Peel zag de toen 13-jarige Ann hoe er vliegtuigen werden neergeschoten. “Dan zag je vuur in de lucht. Maar je wist niet waar het vliegtuig terecht zou komen. Dat er mensen stierven, daar stond ik niet bij stil.”

In deze regio hadden geallieerde piloten het zwaar te verduren (Bron: Museum Klok en Peel)

Brandend in het weiland
Ook Jan Berkers was getuige van de nietsontziende kracht van de verdedigingslinie in Death Valley. Een grote Britse Lancaster met zeven bemanningsleden kwam in april 1944 vlak achter zijn boerderij neer.

“Het vliegtuig kwam brandend over de boerderij en een staartstuk viel tachtig meter achter het huis. De rest is in het riviertje de Astense Aa gevallen.”

Luchtgevechten
Jan was ook getuige van luchtgevechten tussen Britse en Duitse jagers. “Dan zagen we allemaal van die wolkjes. We waren een keer met de voederbieten bezig en hebben nog in de sloot gezeten om af te wachten wat er gebeurde. Maar toen kwamen beide vliegtuigen goed weg.”

De geallieerde piloten hadden dus niet alleen last van sterk afweergeschut, maar ook van Duitse jagerpiloten. “Die stegen in Venlo op en moesten proberen om die bommenwerpers uit de lucht te schieten”, zegt Piet Snijders.

Het gerestaureerde Wehrmachtshuisje op golfbaan Het Woold in Heusden


Zeven kisten
Jan Berkers ging de volgende dag kijken bij de Lancaster die achter de boerderij was neergestort. “Ik zag zeven kisten staan. Ik zag niet wat erin zat, dus het had ook materiaal kunnen zijn.”

“Maar ik vermoed dat die kisten toch voor de mannen van de Lancaster waren, want het vliegtuig had zeven bemanningsleden. Het heeft grote indruk op me gemaakt.”

Daarom zorgt Jan tot op de dag van vandaag voor een klein museumpje en een monument, waar nabestaanden regelmatig langskomen. "Ze zijn erg dankbaar voor deze plek."

Jan Berkers heeft nog een klein museumpje ter ere van de Lancaster.

Een hoge prijs
Niet alleen de piloten in de lucht kwamen om in Death Valley, ook de bevolking op de grond in de Peelgemeenten leed enorm. De 11e Britse pantserdivisie probeerde in september 1944 Helmond te bevrijden, maar liep vast bij de Zuid-Willemsvaart, omdat de Duitsers er een brug lieten ontploffen.

De troepen besloten een omtrekkende beweging te maken om de Duitsers in de rug aan te vallen. Maar dat ging niet zonder een hoge prijs. “Op de grond kwamen troepen ook een ‘Death Valley’ binnen”, zegt Snijders.

Het drama van Ommel
Het dorp Ommel kreeg in september 1944 te maken met hevige beschietingen. De familie Klaus en de familie Michiels renden hun boerderij uit om samen te schuilen in een sloot.

Maar een granaat raakte een boom vlakbij de schuilplek en viel naar beneden. Tien kinderen kwamen om het leven. De moeder van het gezin Michiels stierf later in het ziekenhuis, omdat ze het verlies van haar kinderen niet kon verwerken. Martien Klaus raakte zwaargewond. "In het ziekenhuis dachten ze dat ik het niet zou redden."

Bekijk de video en lees daarna verder.


'Nog altijd moeilijk'
“De grondoorlog bij de bevrijding van De Peel was heel bloedig”, vertelt Snijders. De Peel is twee keer aan de beurt geweest, omdat de Duitsers ook maanden later nog eens in de tegenaanval gingen.”

De bevrijding kwam uiteindelijk, maar voor sommigen leeft de strijd in ‘Death Valley’ nog altijd voort. Zo kon Dora Michiels jarenlang niet praten over haar moeder, broertjes en zusjes. “Het is nog altijd moeilijk hierboven”, zegt ze, terwijl ze op haar hoofd wijst. “En het wordt erger, naarmate ik ouder word.”