Arie kon de regels van getuigenbescherming niet nakomen: 'Zo iemand moet je anders beschermen'

OSS - Was het wel een goed idee om de 53-jarige Arie den Dekker uit Oss op te nemen in een getuigenbeschermingsprogramma nadat hij een getuigenverklaring aflegde over een moord? Zijn advocaat Richard Laatsman en gepensioneerd hoogleraar strafrecht Peter Tak vragen het zich af. “Zo’n programma is niet geschikt voor iedereen.”

Het leven van de Ossenaar ligt compleet overhoop. Na een getuigenverklaring over een moord bij hem in de buurt werd in september 2018 zijn huis in brand gestoken, waarschijnlijk door de mensen die achter de moord zitten. Justitie neemt Arie daarna op in een getuigenbeschermingsprogramma en brengt hem van camping naar camping om hem in veiligheid te houden.

Uiteindelijk wordt Arie uit het beschermingsprogramma gezet, omdat hij op een van de veilige locaties aan iemand had verteld dat hij wordt beschermd. Nu is Arie dakloos en loopt hij al maanden rond in Oss.

LEES OOK: Arie mag niet meer in gemeentehuis Oss komen nadat hij stront over zichzelf heen gooide

Aan instructies houden
“Een getuigenbeschermingsprogramma is heel erg heftig”, reageert oud-hoogleraar Peter Tak. “Justitie gaat bepalen hoe je je leven moet inrichten. Je hele leven wordt op de schop genomen en je moet je aan de instructies van justitie houden.”

Juist daarom zijn getuigenbeschermingsprogramma’s, in al hun verschillende vormen, volgens Tak niet voor iedereen geschikt. “Soms mag je je familie en vrienden niet zien en mag je niet werken. Het is een enorme druk op je leven. Je moet de veerkracht hebben om dat geestelijk te verwerken en je moet kunnen bevatten wat justitie van je verwacht. Dan vind ik dat je zo’n man op een andere manier moet beschermen.”

‘Babbelkous’
Dat Arie niet goed kon omgaan met de vele verhuizingen en dat hij zijn familie en vrienden niet meer mag zien of spreken, is duidelijk. Op een van de veilige locaties vertelde hij aan iemand dat hij werd beschermd door justitie, iets wat absoluut niet mag.

“Een babbelkous, iemand die erg behoefte heeft aan sociale contacten, die moet je niet in de situatie brengen dat hij met niemand mag praten en aan niemand meer zijn verhaal kwijt kan”, zegt Tak daarop. “Daar moet je als justitie rekening mee houden.”

Analfabeet en hartpatiënt
Advocaat Richard Laatsman is het daar hartgrondig mee eens. Laatsman vindt dat Arie aan zijn lot is overgelaten in het getuigenbeschermingsprogramma. “Hij moest het maar uitzoeken. Hij is hartpatiënt en analfabeet, maar zodra hij het programma inging, had hij geen maatschappelijk werker meer”, vertelt hij.

Ook vraagt hij zich af hoe serieus de bescherming en beveiliging van justitie waren, omdat die werden gestopt toen Arie aan iemand vertelde dat hij in het getuigenbeschermingsprogramma zat. “Toen hebben ze hem gewoon weer in Oss afgezet. Als hij zo’n gevaar loopt, doe je dat toch niet?” Volgens de advocaat houden de instanties zich niet aan hun zorgplicht.

Zorgplicht
Dat bevestigt Peter Tak. “Als iemand zich onbewust niet houdt aan de voorwaarden van een getuigenbeschermingsprogramma, dan blijft de zorgplicht bestaan. Justitie moet haar best doen om getuigen zo veel mogelijk te beschermen tegen aanvallen van criminelen tegen wie verklaringen zijn afgelegd.”

Justitie erkent dat een getuigenbeschermingsprogramma veel impact kan hebben op iemands leven. “Het is ook echt heel heftig”, zegt woordvoerder Martine Pilaar. Ze kan en wil niet veel zeggen over de zaak van Arie.

Wel wil de woordvoerder zeggen dat justitie de zorgplicht in zijn zaak echt op zich heeft genomen. “Samen met alle instanties vervullen wij die zorgplicht. We doen alles wat mogelijk is om voor zijn veiligheid te zorgen. We nemen het serieus.” Maar Arie den Dekker is het daar dus niet mee eens.