Sluis in Lith dicht door achterstallig onderhoud, zeggen schippers die nu moeten omvaren

EINDHOVEN - Havens worden uitgediept, rivieren worden verruimd of minder bochtig gemaakt. En toch blijft de overheid in gebreke, zo vindt Koninklijke Schuttevaer, de brancheorganisatie van binnenvaartschippers. Eerder dit jaar beklaagde ze zich al over problemen op diverse vaarwegen, sinds enige weken is daar de Prinses Máximasluis in Lith bijgekomen.

Chris Kornet kan er over meepraten. Hij is binnenvaartschipper én bestuurslid van de afdeling Werkendam van Schuttevaer. Deze organisatie heeft minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat tijdens een gesprek in februari en via een brief in juni gewezen op de hinder die vrachtvervoer ondervindt op de Maascorridor. Volgens Schuttevaer worden zijn achterban en het regionale bedrijfsleven geregeld geplaagd door onverwachte stremmingen bij sluizen.

Meteen vervangen
Sinds enige weken is er een probleem bijgekomen: de Prinses Máximasluis in Lith. Volgens Rijkswaterstaat zijn de scharnieren van de deuren zodanig versleten dat ze meteen moeten worden vervangen. Dit kwam aan het licht bij werkzaamheden aan de sluis, eind juli. De grondige onderhoudsbeurt gaat tot november duren, omdat het gieten van nieuwe onderdelen de nodige tijd vergt. Grote schepen kunnen er geen gebruik meer van maken.

Kornet vindt dit geen calamiteit meer: het is volgens hem al langer mis bij de diverse sluizen. "Je hoort me niet zeggen dat hierop bewust wordt bezuinigd, maar volgens ons is er als gevolg van bepaalde keuzes wel sprake van achterstallig onderhoud." Geluk bij een ongeluk is dat Rijkswaterstaat verwacht dat tegelijk met de reparatie in Lith de oorzaak van een serie storingen van de afgelopen tijd kan worden verholpen.

Zeven uur extra
Ondertussen zitten Kornet, zijn collega’s en opdrachtgevers als de overslagcentrale in Oss met de gebakken peren. Kornets motorschip, de Navigatie, is 135 meter lang en kan nu niet door de (sluis)deur in Lith. Dat betekent omvaren of, bij kleinere schepen, overladen.

“Normaal gesproken vaar ik van Veen over de Maas, via Lith en Grave naar Heijen in Limburg om daar zand, grind en grond te laden en te lossen. Nu moet ik een omweg maken via Lage Zwaluwe, de Nieuwe Merwede, de Waal en Weurt om in Heijen te kunnen komen om vervolgens naar Brussel te varen. Wat dit aan extra reistijd betekent? In de regel duurt zo’n reis zes uur, nu dertien uur.” Het leidt ook tot meer brandstofverbruik en meer uitstoot, zo liet Schuttevaer eerder dit jaar aan de minister weten.

Ergens verhalen?
Kan Kornet de extra kosten ergens verhalen? “Dat is de vraag. Ik denk dat ik de komende maanden afwacht, daarna de balans opmaak en vervolgens ga kijken wat er in mijn vermogen ligt.”

Volgens Rijkswaterstaat worden de gevolgen van een storing zo snel mogelijk aangepakt en zoveel mogelijk beperkt. Ook wordt het scheepvaartverkeer hiervan op de hoogte gebracht en gewezen op omleidingsroutes. Zoals over de Waal bij Weurt. Nadeel hiervan is, zo zegt Kornet, dat je als schipper meer afhankelijk bent van de waterstand. "Als die daalt, moet er vracht achtergelaten worden." De diepgang over de Waal wordt met de dag minder, omdat er weinig waterafvoer is vanaf de Rijn.

Nieuw pakket maatregelen
Een woordvoerder van Rijkswaterstaat erkent dat het omvaren en/of overladen extra reistijd en onkosten met zich meebrengt. Hij weet echter ook te melden dat minister Van Nieuwenhuizen op Prinsjesdag met meer informatie naar buiten komt over een nieuw pakket aan beheer- en onderhoudsmaatregelen.

Kornet is er ondertussen mooi klaar mee. Is het nog wel leuk voor hem? “Ik zit al ruim twintig jaar op de vaart en ik vind het nog leuk, al moet ik wel zeggen dat, om verscheidene redenen, de romantiek wel minder wordt.”