Opa Jan was even terug in de oorlog en moest huilen

OVERLOON - In 1984 loopt Jan Thijs met zijn kleinkinderen door het Oorlogsmuseum in Overloon. Een dagje uit voor de kinderen. Voor Jan is het een stap terug in de tijd. Ze poseren voor een groot vliegtuig. Het fototoestel wordt uit de tas gehaald, het rolletje doorgedraaid. Lachen iedereen! Het beeld is vereeuwigd. Vastgelegd. Opa, schoonzoon Wies en de kleinkinderen, op 24 juli 1984. Dochter Joke maakt de foto. Ze willen het rolletje snel laten ontwikkelen, want dat moest nog in die tijd.

De kinderen lopen door. Hun ogen uitkijkend naar alles in het museum. Geweren, mijnen en tanks. Groot en indrukwekkend. Opa blijft achter. Kleindochter Melanie Folkers vindt hem wat later, in zijn eentje. ''Hij steunde op een paal en huilde. Toen ik vroeg waarom hij huilde vertelde hij me een verhaal uit de oorlog. De enige keer dat hij er met mij over gesproken heeft.''

Geen Engels
Jan Thijs is in de oorlog nog maar een jaar of 25, een 'menneke' nog. Hij woont in de bossen bij het Brabantse Oploo. Daar vindt hij een Engelsman die gewond in een greppel ligt. De Engelsman is ernstig gewond.

Melanie: ''Mijn opa sprak geen Engels. En de soldaat geen Nederlands. Voor de soldaat klonk het Nederlands van mijn opa als Duits. De man was doodsbang en verzette zich hevig toen opa hem wilde helpen. Totdat hij in de gaten kreeg dat mijn opa het goed bedoelde. Op de schouders van mijn opa werd hij naar het ouderlijk huis gedragen. Daar werd hij verzorgd.''

Vermannen
De opa van Melanie vertelt het verhaal aan zijn kleindochter terwijl de tranen over zijn wangen lopen. Melanie: ''Toen de rest van de familie erbij kwam, vermande hij zich. Hij heeft er nooit meer in mijn bijzijn over gesproken. Ik denk dat hij veel gedaan heeft voor het verzet, maar hij heeft er nooit meer met ons over gepraat.''