Alleen met een massale aanval over een breed front konden de ingegraven Duitsers worden verslagen

BRABANT BEVRIJD - 19 oktober 1944. Achter het front werken de geallieerden aan een doorbraak in Brabant. Ze zijn met meer manschappen maar de Duitsers hebben zich zo goed ingegraven dat er geen doorkomen aan is. Alleen een massale aanval over een breed front kan het verschil maken.

Dit speelt tijdens de bevrijding. Iedere dag lees je alle gebeurtenissen van die dag in 1944.

De geallieerden merken dat de strategie van de afgelopen weken niet werkt. Het hele front in de grensstreek zit muurvast. Bij Goirle en Woensdrecht kunnen ze niet doorbreken. En ook bij Overloon aan de westelijke Maasoever is het offensief vastgelopen.

Dat komt door de hardnekkige Duitse strategie van terugtrekken, terugvechten en de geallieerden vertragen in hun opmars. De Duitsers hebben de voorbije weken zich overal ingegraven. In hoog tempo hebben ze versperringen opgeworpen, loopgraven gegraven en kraters in de weg gemaakt om de opmars te frustreren. Ook zijn er overal in en rond wegen mijnenvelden aangelegd die een snelle doortocht van de geallieerden onmogelijk maken.

Daarom moeten de geallieerden het over een andere boeg gooien. Ze bereiden een groot offensief voor. Het is een reeks operaties met codenamen als Suitcase en Rebound in West-Brabant. De operatie Pheasant wordt gepland in Oost-Brabant richting onder meer 's-Hertogenbosch.

Detail van kaart met de geallieerde opmars

Twaalf geallieerde divisies - goed voor ongeveer 125.000 militairen - worden klaargestoomd om gezamenlijk op te trekken en de rest van Brabant te veroveren. Tegenover hen staan 52.000 Duitsers. Dat hebben historici een paar jaar geleden becijferd in Autumn Gale ('Herfststorm'), een van de meest uitgebreide boeken over de bevrijding van Brabant.

Nieuw onderzoek wijst intussen uit dat het aantal militairen in Brabant nog hoger was. Aan geallieerde kant waren mogelijk wel 250.000 man in de strijd betrokken en aan Duitse kant 100.000 soldaten.

LEES OOK: Hoe een Duitse generaal er in Brabant voor zorgde dat de Tweede Wereldoorlog werd verlengd

De geallieerden zijn in veel opzichten in het voordeel. Ze hebben veel meer kanonnen. Bovendien hebben de Duitsers ten westen van Eindhoven geen enkele tank. Wat ze wel hebben is rijdend en effectief anti-tankgeschut: 60 Stugs en 3 Jagdpanthers. Maar daar tegenover staan 1600 geallieerde tanks.

De Duitsers hebben ook geen luchtsteun van betekenis. De geallieerden hebben wél dat enorme luchtoverwicht. Maar vliegen is weersafhankelijk en kan dus niet dagelijks. Vliegtuigen zorgen in Brabant voor verstoring van de Duitse activiteiten maar ze veroorzaken nergens beslissingen. Mogelijk heeft het wel een afschrikkingseffect.

'Crocodiles' in actie

De geallieerden zorgen dat ze de juiste voertuigen bij zich hebben. Vlammenwerpers -zogenoemde Crocodiles- horen bij de speciale eenheden. Dan zijn er nog specialistische pantserwagens die met een grote veger mijnen laten ontploffen, de flails.

Pantserwagens waarmee de geallieerden mijnen 'vegen'

De Duitsers hebben ook problemen met bevoorrading en nieuwe manschappen. Ze zien dat ze zo niet eeuwig kunnen doorgaan en besluiten alvast tot de voorbereidingen voor een grote terugtrekking over de Maas en de Waal. Daarvoor is de Duitse marine nodig want die hebben boten.

Beslissende aanval ophanden
Tankeenheden en ook de Amerikanen formeren zich in België boven het Albertkanaal voor de beslissende aanval.

Bij Woensdrecht zijn de beschietingen de voorbije dagen wat geluwd. De Canadezen hebben getraind. De komende dagen zou er veel gaan veranderen.

De kranten van 1944
Jan de Wit uit Rosmalen verzamelt kranten uit de oorlog en wij mochten in zijn archief kijken. Wil je de krant van deze dag in 1944 ook nalezen, klik dan
hier.