De buren van Annemie moesten onderduiken, in hun huis kwamen NSB'ers wonen

23 oktober 2019 om 18:30
Annemie met haar ouders en zusje op foto in 1941.
Annemie met haar ouders en zusje op foto in 1941.
Annemie Becx-Lammers (82) uit Den Bosch was nog een peuter toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Twee gebeurtenissen kan ze zich nog herinneren als de dag van gisteren: de V1-bom die tijdens de bevrijding van Den Bosch in de buurt insloeg en het plotselinge vertrek van hun joodse buren enkele jaren eerder. De familie Jakobs moest onderduiken, maar was nog steeds dichtbij. Zo bleek na de oorlog.
Profielfoto van Arianne de Jong
Geschreven door

Annemie Lammers woont bij het uitbreken van de oorlog samen met haar ouders Wim en Toos en zusje Madelene in de Moliusstraat in Den Bosch. In die tijd een typische ambtenarenwijk. De familie Lammers woonde op nummer 22 en op nummer 20 woonden hun joodse buren, de familie Jakobs.

"Ineens was het huis van de familie Jakobs leeg. Ze moesten onderduiken. Vertrokken, maar niemand wist waar naartoe", vertelt Annemie. "In het huis van de familie Jakobs kwamen nieuwe mensen te wonen: NSB'ers. Ik merkte aan mijn ouders dat ze op hun hoede waren. Het voelde niet veilig.”

Kokosmat
Eind oktober 1944 werd er fel gestreden om de bevrijding van Den Bosch. Duitse V1-bommen vlogen over de stad. Een spannende en onzekere tijd. Zodra de bom geen geluid meer maakte kon deze ieder moment ontploffen.

Annemie: "Ik stond op een stoel in de keuken mijn tanden te poetsen en was klaar om naar de kerk te gaan. Mijn moeder lag boven ziek op bed en mijn zusje was bij haar. Mijn vader zag ineens een bom, greep me vast en we doken samen naar de grond op de kokosmat."

Vader Wim ging op zijn dochter liggen om haar te beschermen. "Niet veel later hoorden we een heel harde knal. De bom was even verderop ingeslagen. Door de luchtdruk werden alle ruiten uit ons huis geblazen."

Annemie vertelt dat hun gezin daarna naar Vught is gegaan om bij opa en oma te schuilen. “Alsof er daar geen oorlog was", zegt Annemie. Haar opa had een huis met een kelder gebouwd waarin de hele familie kon schuilen.


De moeder van Annemie was vaak ziek. Tijdens de oorlog, in 1943, gaat het zo slecht met haar dat ze vijf maanden in het ziekenhuis in het Ginneken ligt. Dat is een flink eind weg van Annemie, haar vader en haar zusje die in Den Bosch achterblijven.

Iedere zondag gaat Annemie met haar vader naar het Ginneken toe. Dat doen ze met de trein. En dat is best gevaarlijk. ''Onderweg stopte de trein weleens en moesten we er allemaal uit om dekking te zoeken in de greppel naast het spoor. Dan werd de trein beschoten. Dat was best eng om mee te maken.''

Ondergedoken aan de overkant
Wat er precies met de joodse familie Jakobs van nummer 20 was gebeurd, wist niemand. Pas na de oorlog werd duidelijk dat ze niet ver weg waren geweest. Annemie: "Ze hadden al die tijd aan de overkant ondergedoken gezeten, op nummer 35 bij de familie Dijksterhuis. Daar zaten meerdere onderduikers in huis." Doeke Dijksterhuis steunde op meerdere fronten het verzet.

Dankzij Dijksterhuis, overleden in 1979, overleefden meerdere onderduikers de oorlog. Een aantal van hen emigreerde na de oorlog naar Canada of Amerika. Annemie: "Het NSB-gezin was inmiddels ook vertrokken. De familie Jakobs is na de oorlog niet meer teruggekeerd in de straat. Ik heb ze helaas nooit meer gezien."

App ons!
Heb je een foutje gezien of een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.

Wachten op privacy instellingen...