75 jaar geleden wilde Hitler-Duitsland via Brabant de Antwerpse haven heroveren

TILBURG - 75 jaar geleden, net voor kerstmis, brak er paniek uit onder de geallieerden. De Duitsers dreigden met een tegenaanval. Ze wilden terugkomen en met een snelle opmars in Brabant de haven van Antwerpen heroveren. Dat zorgde voor grote spanning aan het front langs de Maas en in West-Brabant.

Wekenlang leek er geen vuiltje aan de lucht. Brabant was tussen half september en begin november 1944 bevrijd, met uitzondering van het Land van Altena. De grote rivieren waren de frontlijn. Daarboven hield de vijand Nederland nog bezet. Het front lag ook al een stukje in Duitsland. Maar het was wel tot stilstand gekomen.

Ardennenoffensief
We beleefden ook nog een van de strengste winters in tijden. Ineens, op 16 december 1944 braken de Duitse troepen massaal door de licht verdedigde Ardennen.

In die Ardennen vochten geallieerde militairen terug. Mannen die kort daarvoor nog in Brabant waren, zoals de mannen van de 101e Airbornedivisie, die Son en Veghel hadden bevrijd en geleid werden door generaal McAuliffe.

Generaal Patton en McAuliffe (rechts)

Dat geldt ook voor de Duitse parachutistencommandant Von der Heydte, die een belangrijke rol speelde bij het tegenhouden van de geallieerden rond Hells Highway, Goirle en Woensdrecht. Von der Heydte had als taak in de Ardennen strategische punten in bezit te nemen om de opmars mogelijk te maken. Maar hij slaagde daar niet in en werd na een week krijgsgevangen genomen.

Lees verder onder de foto's.

Baron August von der Heydte, commandant van de Duitse elitetroepen bij Woensdrecht

De Ardennen waren het nieuwe strijdtoneel en er leek weinig veranderd. “Het doelwit van de Duitsers was en bleef Antwerpen”, zegt militair historicus Johan van Doorn (Heijningen, 1963)

“Dat was intussen de grootste aanvoerhaven in Noordwest-Europa geworden voor de geallieerde bevoorrading.”

Versterkingen uit Brabant
Opnieuw toonden de Duitsers hun veerkracht, terwijl ze al zo vaak verslagen leken. Vanuit Brabant moesten in die decemberdagen in allerijl diverse geallieerde versterkingen richting de Ardennen, om daar posities in te nemen. “Het front in Brabant was lang en slechts dun bezet, vanwege het tekort aan soldaten. Dat was riskant."

Want de haven van Antwerpen was dan al bevrijd en in gebruik sinds 28 november, maar hij lag nog steeds dicht bij bezet gebied: vanuit Zuid-Holland ben je eerder in de Scheldestad dan vanuit de Ardennen. Daarom hadden de Duitsers ook een sterk bruggenhoofd gehouden rond Kapelsche Veer, boven Sprang-Capelle. Dat was handig om snel te kunnen terugkeren.

Geheim Duits rapport van 21 december 1944 met de troepenversterkingen (collectie Johan van Doorn)

Steeds meer Duitsers
Het verzet in het Land van Altena zag daar steeds meer Duitse troepenversterkingen. Daarnaast versterkten de Duitsers in rap tempo de aantallen militairen op Goeree-Overflakkee en Schouwen Duiveland. Geallieerde verkenningsvluchten bevestigden dat beeld. “Ja en toen gingen natuurlijk alle alarmbellen af”, zegt Van Doorn.

Canadese kaart van na de oorlog over het aanvalsplan (collectie Johan van Doorn)

Bovendien waren er aanwijzingen dat Duitse parachutisten zich in gereedheid brachten voor een aanval. Wat de Duitsers precies voor ogen hadden? Johan Van Doorn ziet het als een soort omgekeerde versie van Market Garden. “Luchtlandingen, strategische plekken bezetten in Brabant en daarna de Sturmgeschütze (rijdende kanonnen) en grondtroepen laten oprukken.”

Tilburg was doelwit
“Ze wilden het Canadese hoofdkwartier in Tilburg bezetten. Dat zat op de hoek van de Ringbaan-Zuid en de Oude Goirleseweg. Ook andere villa’s in de buurt en de Willem II-kazerne - de latere gevangenis - zaten vol met Canadese militairen.”

Dat die Duitse aanval dreigde is al langer bekend. Maar nog steeds wordt er in archieven informatie over ontdekt. Johan van Doorn vond een kaart van het hoofdkwartier van het Eerste Canadese leger in Tilburg. Daarop is duidelijk te lezen dat de beveiliging wordt opgevoerd, met de dreiging op de achtergrond.

Saboteurs, spionnen en vreemdelingen
“Op 19 december, dus een paar dagen na de start van het Ardennenoffensief krijgt de bewaking nieuwe instructies. Ze moesten rekening houden met een aanval maar ook letten op vreemdelingen want dat kunnen saboteurs en spionnen zijn. Alleen mensen met pasjes en een speciale stempel mochten het terrein op.”

Op de kaart is goed te zien welke maatregelen er kwamen rondom de kazerne: prikkeldraad. Op alle hoeken: machinegeweren. En op andere strategische plaatsen: militairen met antitankwapens.

Kaart van het Canadees hoofdkwartier december 1944 (collectie Johan van Doorn)

Avondklok: binnen blijven
Op 23 december werd écht alarm geslagen. Het beeld van de geallieerden was nog concreter: de Duitse aanval zou gaan over de as Gorinchem-Breda- Antwerpen. Alle troepen moesten op hun hoede zijn, zo waarschuwde de Canadese legerleiding. Zeker tijdens de kerstdagen kon het wel eens helemaal mis gaan.

Alle verloven werden ingetrokken: iedereen moest op zijn post blijven. “Toen liep de spanning erg op. In alle grotere Brabantse steden werd net als tijdens de Duitse bezetting de avondklok weer ingevoerd. Mensen mochten na een bepaalde tijd de straat niet meer op. Ze konden dus ook niet naar de nachtmis.”

Illusie
Maar de kerst in Brabant verliep rustig. Nergens doken Duitse soldaten op, niet uit de lucht en ook niet over het water. En in de Ardennen liepen de Duitse troepen meer en meer vast in de sneeuw en het groeiende geallieerde verzet. Antwerpen halen was een illusie. Beetje bij beetje werden de Duitse aanvallers teruggedreven, Hitler-Duitsland in.

Opgelucht ademhalen konden de geallieerden niet in Brabant. Boven de rivieren wemelde het nog van de Duitse troepen en die loerden nog steeds naar het zuiden. De geallieerden besloten daar korte metten mee te maken.

En zo zou rond de jaarwisseling de oorlog weer terugkomen.