Karins coronadagboek: 'De nood was hoog, om half vijf 's ochtends werd de eerste patiënt opgehaald'

29 maart om 11:02
Karin van der Staak (33) werkt op de intenstive care van het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis
Karin van der Staak (33) werkt op de intenstive care van het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis
Karin van der Staak (33) vertelt op verzoek van Omroep Brabant over haar werk bij het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg. Vanuit Brabantse ziekenhuizen werden deze week vijfhonderd ernstig zieke coronapatiënten verplaatst naar hospitalen elders in het land. Zo ook vanaf de intensive care-afdeling waar de Drunense als verpleegkundige werkt.
Profielfoto van Joris van Duin
Geschreven door
Joris van Duin

"Het zal je maar gebeuren: telefonisch te horen krijgen dat je geliefde helemaal naar Groningen of Alkmaar wordt gebracht. En dat terwijl je misschien maar twee straten van het ziekenhuis af woont. Wat mij opvalt is dat de familie zich steeds super begripvol opstelt. We worden zelfs bedankt: 'Je hebt je werk goed gedaan'. Dat voelt toch een beetje raar.

Veel patiënten gingen deze week naar het noorden. Ik vind dat ver weg. Het is heel vervelend, maar noodzakelijk. De intensive care ligt hier eigenlijk constant vol en de toestroom is groot.

Nachtdiensten
Ik draaide deze week nachtdiensten, die duren van elf ’s avonds tot half acht in de ochtend. Op woensdag stond om half vijf de MICU bij de spoedeisende hulp. Dit is een soort ambulancevrachtwagen met een mega bed. Daaronder hangt alle apparatuur die wij op een intensive care ook hebben. Die werden deze week veel ingezet om patiënten om mee te vervoeren.

Zo’n bed hoor je van een afstandje binnen denderen. Het is enorm zwaar en maakt veel geluid. Personeel van de MICU is compleet ingepakt met beschermende kleding als ze onze intensive care afdeling op lopen. Ik ben op de patiëntenkamer, bij een coronapatiënt die in slaap gehouden wordt en aan de beademing ligt.

Dubbelcheck
Met een arts en verpleger verplaatsen we hem van zijn eigen bed naar het MICU-bed. Dat duurt een half uur, alles gaat heel gecontroleerd en in fases. Dat doen we door het laken waarop de patiënt ligt langzaam over het andere bed heen te trekken.

Met de MICU-verplegers dubbelcheck je de medicatie. Ook de infusen moeten intact blijven. We zorgen dat de patiënt stabiel blijft liggen en letten vooral goed op de beademingsbuis, die in de keel van de patiënt ligt. Dit is van levensbelang.

In deze tijd is familie al zo ver weg

Als alles in orde is nemen de mensen van de MICU de patiënt mee. Vaak weten we dan pas waar hij heen gaat. Je belt de familie en geeft aan dat hun geliefde wordt overgeplaatst naar bijvoorbeeld Alkmaar.

Als we bellen om de verhuizing door te geven hebben ze hun geliefde niet meer kunnen zien. En om dan te horen: u mag naar Alkmaar… Ja, dat is wel vervelend om te zeggen. In deze tijd is familie al zo ver weg.

De situatie vraagt veel van familie. In het ziekenhuis is het bezoek al beperkt tot één persoon, die één keer per dag mag langskomen. Zij moeten zich net als ons compleet compleet inpakken met beschermingsmiddelen. Dat creëert een afstand.

Nood
Maar op de een of andere manier went de situatie. Je kijkt bijna niet meer op van alle beschermingsregels of het hoge verloop van de patiënten. Maar die woensdag, dat tijdstip: half vijf, maakte indruk bij al het personeel. Normaal gesproken gebeurt het verplaatsen van een patiënt overdag. Dan zijn er meer mensen om te helpen. Half vijf is echt vroeg. Dat zegt veel over hoe hoog de nood hier is."

Omroep Brabant blijft Karin volgen. Dit is het eerste deel van een terugkerende rubriek.

Wachten op privacy instellingen...