Niet nog meer besmette nertsenhouderijen verwacht, zegt onderzoeker

10 juni om 18:52 • Aangepast 17 juni om 20:25
Eén van de besmette nertsenfokkerijen in Milheeze (foto: archief).
Eén van de besmette nertsenfokkerijen in Milheeze (foto: archief).
Het aantal nertsenhouderijen dat met het coronavirus is besmet, zal naar verwachting niet veel hoger worden. Dit zegt Wim van der Poel. De hoogleraar aan de Wageningen University & Research is een van de mensen die onderzoek doen naar COVID-19 in de nertsensector.
Profielfoto van Hans Janssen
Geschreven door

Na bijna drie maanden staat de teller op dertien. Alle bedrijven staan in de Peel: elf in Oost-Brabant en twee in Noord-Limburg. Ze worden of zijn inmiddels geruimd. Dit zal ook gebeuren bij nertsenhouderijen waar eventueel toch nog een besmetting wordt vastgesteld.

Nog veel vragen
Van de meeste nertsenhouderijen is nog onduidelijk hoe ze besmet zijn geraakt. Ook is onbekend hoe lang de ziekteverwekker er huis heeft kunnen houden. Dit wordt nog onderzocht.

"Aan de hand van sequenties (genetisch materiaal van het virus) is te zien waar een virus het meest waarschijnlijk van afstamt. Dat is in de praktijk een virus van een mens of van een nerts met COVID-19. Soms is de herkomst onzeker", vertelt Van der Poel. Hij is een van de onderzoekers die aan de slag zijn gegaan nadat nertseneigenaren in Milheeze en Beek en Donk zieke of dode nertsen hadden gemeld bij een dierenarts.

Sinds duidelijk werd dat mensen door edelpelsdieren kunnen worden besmet, is de hele sector verplicht mee te werken aan onderzoek. Hierna zijn steekproefsgewijs een flink aantal bloedmonsters genomen door de Diergezondheidsdienst in Deventer. De testuitslagen worden vervolgens verwerkt door Wageningen Bioveterinary Research.

'Lastig te bepalen'
Eind deze week moeten de resultaten bekend zijn van alle analyses. Dan hopen Van der Poel en zijn mede-onderzoekers in beeld te hebben hoe en wanneer de besmettingen plaats hebben gevonden. Dat kan gebeurd zijn door mensen die er werken of via een ander bedrijf. Van der Poel: “Het is lastig om dit in kaart te brengen.” Bij de eerste gevallen, die in april aan het licht werden gebracht in Milheeze en Beek en Donk, bleek de besmetting eerder die maand te hebben plaatsgevonden van mens op dier.

Mocht dit recent ook het geval zijn geweest, in bijvoorbeeld Landhorst of Volkel, dan hebben nertsenverzorgers zich mogelijk niet aan de regels gehouden. “Personeel moet beschermende kleding dragen en mag slechts op één plek werken. Dit zou voldoende moeten zijn om infectie te voorkomen. Ik mag toch hopen dat medewerkers zich aan de voorschriften houden”, zegt Van der Poel. “Elke besmetting is er een te veel en de vondst van het virus en de ruiming zijn behoorlijk ingrijpend voor de eigenaar.”

Tip ons!
Heb je een foutje gezien of een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.

Wachten op privacy instellingen...