Er vloog deze zomer nog maar één bronlibel bij Bakel, de warme zomers bedreigen veel beesten - Omroep Brabant

Er vloog deze zomer nog maar één bronlibel bij Bakel, de warme zomers bedreigen veel beesten

19 oktober 2020 om 11:00 • Aangepast 21 oktober 2020 om 09:07
nl
Al bijna twintig jaar wandelt Toni van den Elsen (68) elke zomer met speurende ogen langs de Esperloop. Als bestuurslid van het IVN in Bakel telt ze dan de gewone bronlibel. Het is een groot insect, opvallend ook door z'n zwart en gele lijf. In 2011 telde Toni er nog elf. "Maar de afgelopen drie jaar heb ik ze niet meer gezien." Is de bronlibel een slachtoffer van de warme zomers? Omroep Brabant brengt een serie over dieren die door de droogte het loodje dreigen te leggen.
Profielfoto van Peter Pim Windhorst
Geschreven door
Peter Pim Windhorst

Drie droge zomers achter elkaar laten hun sporen na in de natuur. In een serie van vier verhalen onderzoekt Omroep Brabant wat dat betekent voor 'onze' dieren. Natuurmonumenten sloeg onlangs alarm. De schade aan de natuur door de klimaatverandering is onherstelbaar. Moet Brabants straks verder zonder de gewone bronlibel, zonder kieviet en zonder gentiaanblauwtje? Om er maar drie te noemen...

Een mooie beek
Het is mooi bij de Esperloop. De beek, nauwelijks anderhalve meter breed, kronkelt tussen bomen. Op de oevers schieten de planten hoog op. Het water heeft de roodbruine kleur die een hoog ijzergehalte verraadt, typisch voor deze omgeving. De Esperloop is een van de vijf plaatsen in Nederland waar de gewone bronlibel nog (zou) voorkomen.

Marcel Cox en Roy van Grunsven lopen samen langs de beek. De eerste is ecoloog bij waterschap Aa en Maas, de tweede werkt bij de Vlinderstichting (die ook over libellen gaat). Sinds 2017 is de bronlibel beschermd. Het waterschap moet er rekening mee houden; het leefgebied mag niet worden aangetast.

Ingegraven in de beek
"De bronlibel wordt zes tot zeven jaar oud," vertelt Van Grunsven. "Vijf of zes jaar leven ze als larve ingegraven in de bodem van een beek. Hun kop steekt net boven het zand uit en met hun bek nemen ze kleine beestjes te pakken die langs drijven. Als ze eenmaal in een libel veranderen, leven ze nog ongeveer een half jaar."

Bij de beek is dit jaar nog maar één bronlibel gespot. Het kan zijn dat er ergens in de beek nog larven zitten. "Maar," vertelt Van Grunsven, "als we het leefgebied in stand houden, is de kans groot dat er nieuwe komen. Een bronlibel heeft er geen moeite mee om van de Meinweg, een Limburgs natuurgebied waar ze nog voorkomen, naar Bakel te vliegen op zoek naar nieuw territorium."

De pomp draait nog
Marcel Cox moet er even over bellen. Dan knikt hij bevestigend. "De pomp draait nog." Het water dat nu door de breek loopt, wordt even verder uit de grond gehaald en in de beek gepompt.

Het is geen heel natuurlijke oplossing maar wel de enige manier om water door de beek te laten stromen. Zonder dit infuus zou de Esperloop in warme periodes droogvallen. Het is een oplossing die het waterschap en de provincie samen hebben bedacht.

Ruilverkaveling
Op de Brabantse zandgronden vallen veel beken droog. Bij de ruilverkaveling zijn vanaf de jaren zeventig veel beken zo aangelegd dat ze regenwater snel afvoeren. Het droge land dat zo ontstaat, is aantrekkelijk voor landbouwers maar een gevolg is ook dat de Brabantse natuur al jaren verdroogt.

Even verderop wijzen de twee mannen weer. In de beek liggen stukken van een boomstam en losse takken. Het valt niet meteen op in een beek die tussen de bomen stroomt; het lijkt logisch dat er af en toe iets naar beneden valt.

Bijzonder hout
"Maar het is heel bijzonder," zegt Marcel Cox. "Bij het waterschap zijn we er aan gewend om beken regelmatig schoon te maken. Hout dat in het water valt, wordt er al jarenlang weer uitgehaald. Het water moet weg kunnen stromen. Dit hout hebben we er deze zomer zelf ingelegd. Onze ideeën over het snel afvoeren van water zijn veranderd."

Van Grunsven: "De beek ziet er mooi uit maar er zit veel minder leven in dan je zou verwachten. Er zitten nog allerlei soorten beestjes in maar het zijn er maar heel weinig."

Allerlei beestjes
En dat is waar al dat hout van pas komt. De takken, net boven of net onder water, bieden onderdak aan allerlei beestjes. Maar ook zorgen ze voor extra zuurstof, omdat het water er sneller door gaat stromen. Bovendien zorgt het hout voor variatie waardoor de beek voor veel meer insecten aantrekkelijk is.

In oktober gaan de vlinderstichting en het waterschap tellen. Ze laten dan kleine blokjes hout in het water zakken en kijken wat daar allemaal op en tussen kruipt. Van Grunsven: "Het zou mooi zijn als er dan weer meer leven in de Esperloop zit."

Kers op de taart
En de gewone bronlibel? Kan Toni van den Elsen ze straks weer zien vliegen? "We doen het voor allerlei beestjes," zegt Van Grunsven. "Maar het zou mooi zijn als de bronlibel hier straks weer vliegt. dat is echt de kers op de taart."

App ons!

Heb je een foutje gezien of een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.