De laatste executie in Brabant: Willebrorders bungelden aan de galg - Omroep Brabant

De laatste executie in Brabant: Willebrorders bungelden aan de galg

22 augustus om 08:00 • Aangepast 23 augustus om 10:51
Een nieuwe column van Willem-Jan Joachems, de misdaadverslaggever van Omroep Brabant.
Profielfoto van Willem-Jan Joachems
Geschreven door

Ophangen en kapotschieten. Op sociale media lees ik veel tips over wat je met zware criminelen moet doen. Vooral in zedenzaken, zoals verkrachtingen, merk ik dat mensen genadeloos zijn. Ik begrijp dat wel: stel je voor dat iemand je geliefde pijn doet. Dat is verschrikkelijk. Ik denk dat iedereen wel flink wraak wil nemen.

Dat mocht vroeger ook écht. Het was normaal om iemand te martelen voor een bekentenis. En dan vierendelen, radbraken, onthoofden of ophangen. Oog om oog tand om tand. Maar in de 19e eeuw kwamen er in ons land steeds meer bezwaren tegen onmenselijke toestanden, zoals slavernij en kinderarbeid. En ook de doodstraf. Een van de problemen van die definitieve straf was dat je iemand niet weer levend kon maken als hij toch onschuldig bleek te zijn.

"Johannes moest hangen, voor het vermoorden van zijn schoonmoeder."

Daarom werd in Nederland de doodstraf lang geleden al afgeschaft. Ik moest het opzoeken maar algemeen wordt aangenomen dat in het jaar 1860 de laatste veroordeelde in vredestijd is terechtgesteld. Dat was in Maastricht. Johannes Nathan moest hangen, voor het vermoorden van zijn schoonmoeder.

In 1860 was het echt gedaan met die openbare executies. In Brabant was er een paar jaar eerder een punt achter gezet. In 1856 in Den Bosch bungelden de laatste mannen aan de galg. De kranten stonden er 165 jaar geleden vol van. Te lezen via Delpher, gratis en voor niks.

Het verhaal in het kort: Adriaan de Klerk (47), Cornelis de Jong (57), zijn zoon Jan de Jong (30) en Hendrik Luycks (41) waren bekende dieven uit Sint Willebrord, dat toen 't ‘Rucphensche Heike heette.

Op een avond in de zomer van 1855 pleegde het viertal een gewelddadige beroving in Dinteloord. Slachtoffers waren de rijke boer Leendert van Dis, zijn vrouw en de dienstmeid. Zijn vrouw werd geslagen met stokken en ook de dienstmeid werd met de dood bedreigd. De dieven namen 900 gulden mee en zilver, goud en wapens. Maar de slachtoffers hadden goede signalementen en al gauw werden de dieven opgepakt.

Het provinciaal gerechtshof veroordeelde de mannen tot de dood. Hoger beroep haalde niks uit en een gratieverzoek aan koning Willem III werd afgewezen. Maar de koning liet de doodstraffen van twee ‘booswichten’ omzetten. Zoon Jan en Hendrik kregen ‘lijfsgenade’ en moesten het tuchthuis in voor twintig jaar eenzame opsluiting. Toen Jan hoorde dat zijn vader wél werd opgehangen heeft hij ‘enige tranen gestort’, berichtten dagblad de Noord-Brabanter (geen schrijffout, die krant heette echt zo).

"De ingezetenen zijn gansch ontroerd over deze akelige gebeurtenis."

Cornelis de Jong en Adriaan de Klerk moesten er dus wél aan geloven. Het schavot werd vanuit Amsterdam overgebracht naar Brabant. Ze hadden kennelijk niet eens een schavot meer. Samen met de scherprechter van de hoofdstad die het vonnis zou voltrekken. In een van de kranten wordt de aanblik van het schavot ‘ijsselijk’ genoemd.

In het Algemeen Handelsblad is te lezen dat de ophef groot was: 'de ingezetenen zijn gansch ontroerd over deze akelige gebeurtenis, welke sedert vijftien jaren in deze stad niet meer heeft plaats gehad’.

In diverse kranten waaronder de Noord-Brabanter staat dat dat de twee ter dood veroordeelden hun galgenmaal kregen: ‘gebraden vleesch met aardappelen' was hun laatste wens. Ze betuigden de conciërge van het huis van bewaring ‘hun innigen dank voor de vaderlijke behandeling’. Daarna werden ze midden in de nacht naar het stadhuis overgebracht. Daar gingen ze ter communie. ‘Ze bleven er pal bij niet schuldig te zijn’, vertelden ze aan meneer pastoor.

Voor het stadhuis, op de Grote Markt, wachtte het schavot. ‘Duizende en duizende menschen waren van buiten naar de stad gesneld om dit afgrijselijke schouwspel bij te wonen’. Niemand wilde kennelijk het schouwspel missen.

"Slechts een oogenblik daarna en .. het regt had zijn loop gehad."

‘Op het vreeselijk uur van twaalven stonden zij beraden op en gingen door den scherpregter met zijne bedienden geleid en de eerw. Heeren geestelijken vergezeld, die hen onophoudelijk toespraken, naar het schavot, beklommen het en plaatsten zich onder de galg. Slechts een oogenblik daarna en .. het regt had zijn loop gehad'.

Het nieuws over de publieke ophanging stond in alle kranten. ‘Alles is in goede orde afgeloopen’, meldde de Opregte Haarlemsche Courant enkele dagen later. De pastoor was voldaan over hun boetedoening. Hij had er alle vertrouwen in ‘dat zij als boetvaardige zondaars de eeuwigheid zijn te gemoet gegaan'.

Als je alle krantenstukken leest uit die tijd proef je de weerzin en afschuw tegen de doodstraf. Het was echt ‘uit de tijd’. In 1870 werd het wetsartikel over de doodstraf geschrapt. Daarna was het gedaan. Afgezien van kort na de Tweede Wereldoorlog dan. Toen hebben 152 oorlogsmisdadigers de doodstraf gekregen, 39 van hen zijn ook echt geëxecuteerd, onder wie NSB-leider Anton Mussert.

De doodstraf is pas echt verdwenen uit onze grondwet in 1983. Hij was minder dan veertig jaar geleden in principe nog steeds mogelijk. Het woord ‘executie’ is nooit verdwenen uit de rechtspraak. Een straf die wordt uitgevoerd, heet nog steeds executie. Maar nu blijft iedereen in leven.

Wachten op privacy instellingen...

App ons!
Heb je een foutje gezien of een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.

Wachten op privacy instellingen...