Het zijn sterke schouders die de Bergse Stadsreuzen kunnen dragen
Jan, Trui en hun kinderen Marieke en Toontje. Samen vertellen deze vier reuzen het verhaal van Bergen op Zoom. Als er een stoet is zwieren ze door de straten van de stad. En dat is nog best een zware klus. “Voor een drager is dat best pittig. Het hele gewicht rust met leren banden op je schouders. Na honderd meter lopen, sta je dus echt flink in het zweet”, legt de voorzitter Job de Bont, voorzitter van de Bergse Stadsreuzen. “Er zit ook geen airco in”, voegt Burthy Matthijs die vijftien jaar de vaste drager van Toontje was, er nog aan toe.
De stadsreuzen stellen een gezin voor:
- De vader is gebaseerd op Jan II van Glymes, bijgenaamd Jan metten Lippen. Glymes is als grondlegger van het Markiezenhof de beroemdste Heer van Bergen op Zoom.
- Zijn vrouw ‘Trui met den Toren’ verwijst naar de stadspatrones Gertrudis van Nijvel.
- Marieke en Toontje zijn de verzonnen kinderen van het reuzenechtpaar.
Komende vier dagen zijn de reuzen te bewonderen tijdens de Krabbenfoor op het binnenterrein van het Markiezenhof in Bergen op Zoom. De imposante gestaltes zwieren meestal in een stoet door de straten maar dit keer zijn ze bij wijze van uitzondering ‘onbemand’. Het reuzenkwartet staat opgesteld in een beeldenformatie.
“We zijn tenslotte het visitekaartje van de stad.”
Tijdens een stoet of voorstelling worden de grote stadsreuzen voortbewogen door verschillende dragers. Job: “We kunnen hiervoor best wat extra mensen gebruiken. Als je sterke schouders hebt en je voelt je thuis in onze gezelligheidsgroep dan ben je meer dan welkom om de Bourgondische sfeer van onze stad te helpen uitdragen.”
Jong, oud, man of vrouw maakt niet uit. Als je maar bereid bent om je beste beentje voor te zetten. “We zijn tenslotte het visitekaartje van de stad”, zegt De Bont.
"Het spelen met het publiek is zo ongelofelijk leuk om te doen."
Jan en Trui zijn het zwaarst. Ze wegen ieder zo’n zestig kilo. Aan de binnenkant van beide reuzen zit een speciale harnasconstructie waarmee ze gedragen worden.
“Er zit ook geen airco in”, grapt Burthy Matthijs. De Bergenaar die vijftien jaar de vaste drager van ‘Toontje’ was, nam het kleine ongemak dan ook graag voor lief: “Als je bezig bent, heb je het amper in de gaten. Het spelen met het publiek is zo ongelofelijk leuk om te doen." Zijn voorganger Jan de Nijs is het met hem eens. “Ik heb het negentien jaar mogen doen en het was een feestje.”
