MIJN TATTOO EN Z'N VERHAAL

Lenie (72) draagt haar eerste tattoo, zo blijft Albert altijd dichtbij

Gisteren om 18:00 • Aangepast gisteren om 18:27
nl
De meeste mensen kiezen voor een tattoo als ze midden in het leven staan. Op je achttiende, de leeftijd van puberale rebellie, het moment dat je ouders je niets meer kunnen verbieden. Tijdens een eindeloze zomer, dansend op een festival, een tikkeltje tipsy van de biertjes. Of juist heel overwogen, als statement voor een belangrijk moment. De Tilburgse Lenie was 66. En ze had nooit gedacht dat ze het zou doen. Maar toen overleed Albert.
Profielfoto van Karin Kamp
Geschreven door

'Albert, love you', staat er op de binnenkant van haar arm, samen met zijn vingerafdruk. Ze ontmoetten elkaar in een café, tijdens een afzakkertje na het dansen. "In het begin moest ik niet zoveel van hem hebben", vertelt ze. "Maar op een gegeven moment was zijn vader heel ziek en kwam hij in een net pak binnenstappen, met een zachte, kwetsbare blik. Toen zag ik hem ineens met andere ogen."

Lenie was 17 toen ze trouwden, hij 23. "We waren stapelverliefd. Ik heb er nooit spijt van gehad, geen moment van mijn leven", zegt ze resoluut.

Het stel had het niet breed. "We hebben tijden gehad dat we ieder dubbeltje om moesten draaien", vertelt ze. Samen zetten ze de schouders eronder. Albert werkte als lasser, Lenie maakte schoon, zowel overdag, als hun drie kinderen naar school waren, als in de avonduren.

Albert en Lenie (privéfoto).
Albert en Lenie (privéfoto).

Ondanks de liefdevolle basis was het leven niet altijd makkelijk. Albert verbrijzelde op jonge leeftijd zijn voet tijdens een potje voetbal. Het kwam nooit meer goed, op 30-jarige leeftijd kwam hij thuis te zitten. "We hebben de rollen toen omgedraaid, ik ging 40 uur per week werken en Albert werd huisman. Voor ons was het vanzelfsprekend. Je moet nu eenmaal naar de toekomst kijken. En ik had geen zin om m'n hand op te houden."

Lenie besloot een opleiding te volgen in de administratie. Daarna kreeg ze een baan bij het arbeidsbureau, waar ze met de jaren op allerlei afdelingen werkte en uiteindelijk receptioniste werd.

"De aardappelen vlogen door de kamer als we er in prikten."

Albert ontpopte zich ondertussen als een ster in het huishouden. En koken kon hij als de beste. "Natuurlijk moest hij het eerst leren, en in het begin vlogen de aardappelen wel eens door de kamer als we er met een vork in prikten", vertelt ze lachend. "Maar later ging het steeds beter. Als hij gehaktballen bakte, dan moest ik hem niet storen, want ze moesten precies op tijd worden omgedraaid voor dat bruine korstje."

Vakanties naar Center Parcs met de kinderen, dat zat er financieel niet meer in. Ze kochten een caravan en gingen regelmatig naar camping het Hoekske in Kaatsheuvel, lekker dichtbij.

Albert (privéfoto).
Albert (privéfoto).

Albert kreeg naarmate de jaren verstreken last van hartklachten. Op zijn zeventigste besloten de artsen dat de halfjaarlijkse controle niet meer nodig was, en dat hij kon bellen als hij iets voelde. "Ik vond dat toen al vreemd", zegt Lenie En dat niet alleen, ze zag ook dat haar man steeds slechter werd. "Hij had last van krampen in zijn armen en benen, het ging niet goed. En als ik hem naar de huisarts stuurde, dan kwam hij terug met een pilletje dat niets aan de situatie veranderde."

Toen, uitgerekend op het moment dat hij weer bij de huisarts was, kreeg Albert een hartinfarct. In het ziekenhuis bleek dat de aderen rond zijn hart grotendeels waren dichtgeslibd. Met spoed werd hij geopereerd.

"Oh god, nou gaan we het krijgen, dacht ik."

Lenie kreeg daarna een telefoontje dat de operatie goed was verlopen. "We zaten te wachten tot we bij hem mochten, maar dat duurde en duurde maar. Opeens kwam er een verpleegster op ons afgerend. De schrik sloeg me om het hart, oh god, nou gaan we het krijgen, dacht ik. Er was een bloeding ontstaan en Albert was weer in allerijl teruggebracht naar de operatiekamer."

In de dagen die volgden, groeide de wanhoop bij Lenie en de kinderen. Albert kreeg twee pacemakers en moest in totaal drie keer onder het mes, omdat er een bacterie op een van de pacemakers bleek te zitten. "We hebben een week tussen hoop en vrees geleefd", zegt ze zachtjes, met betraande ogen.

Daar lag haar man, in dat ziekenhuisbed met alle toeters en bellen, vechtend voor zijn leven. Op de zevende dag kreeg Lenie te horen dat de artsen alles hadden geprobeerd, maar dat ze afscheid moest nemen. Er was niets meer aan te doen.

Lenie is nu 72. Verdriet, boosheid en woede om de fouten die in het ziekenhuis zijn gemaakt, alle stadia heeft ze doorlopen. Ze kreeg EMDR-therapie om het trauma te verwerken. "Maar ik vind het nog altijd moeilijk, hoor", zegt ze.

Wat blijft, zijn de herinneringen. Aan dat vertrouwde lijf naast haar in bed, aan het urenlange mens-erger-je nieten met de kinderen, zijn vredige gepuzzel, de perfecte gehaktbal. De vergeelde albums met foto's van vroeger, zijn arm om haar schouder, zo gelukkig.

Albert ligt begraven op een natuurplaats, onder een kastanjeboom. Die raapten ze altijd in de herfst, om stukjes mee te maken. Bij iedere bijzondere gelegenheid, of het nou de trouwdag is of kerst, bezoekt het gezin zijn graf. Dan drinken ze samen een glaasje kastanjelikeur op hun geliefde man en vader. Haar tatoeage koestert ze. "Soms raak ik 'm even aan, en dan is Albert weer even heel dichtbij."

Een proost met kastanjelikeur op hun pa en man (privéfoto).
Een proost met kastanjelikeur op hun pa en man (privéfoto).

App ons!

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.

Download de app en draag het gevoel van hier altijd bij je!