Carnaval in Den Bosch te druk? Horeca zoekt balans tussen traditie en vraag
Bossche horecaondernemers willen niet per se af van de festivalsfeer die de afgelopen jaren tijdens carnaval in Oeteldonk is ontstaan. Wel vinden ze dat ‘bovensloters’ beter moeten begrijpen wat carnaval in Den Bosch inhoudt.
Burgemeester Jack Mikkers liet donderdag weten juist van die festivalsfeer af te willen. “We hebben na corona gezien dat carnaval meer een festival is geworden en daar willen we vanaf.” Door die ontwikkeling wordt het steeds drukker in de stad en moeten straten soms worden afgesloten voor publiek.
Een van de opties is het inkorten van carnaval. Jacques van Geffen van Eetbar DIT en De Overkant begrijpt dat er gezocht wordt naar manieren om het feest beheersbaar te houden. “Voor mijn gezondheid zou het beter zijn als het alleen zondag, maandag en dinsdag zou zijn. Vrijdag en zaterdag zitten er gewoon in geweven. Die raak je nooit meer kwijt.”
Liedjes veranderen
Marcel van Zwam, eigenaar van Café de Paternoster, ziet dat de vraag naar andere muziek dan de traditionele Oeteldonkse toeneemt. “Je ziet de liedjes veranderen: het is niet alleen meer de vierde en achtste maat. Er is altijd een verandering van smaak en een verandering van muziekkeuze.” Daarom beschouwt hij veel muziek als carnavalsmuziek. “Dus die draai ik.”
Van Geffen vindt dat er best meer Oeteldonkse muziek gedraaid mag worden. “Maar we leven ook wel in een andere tijd waarin jong en oud het willen vieren. Er staan bij mij kinderen binnen, maar ook mensen van zestig, zeventig en tachtig. Die genieten allemaal van de muziek die wij draaien.”
In zijn zaak klinkt daarom ook ABBA, Nederlandstalige muziek en songfestivalnummers. “Ik draai op gevoel en wil dat mensen emoties voelen, een traan laten en elkaar gelukkig in de armen vallen.” Dat kan volgens hem met Oeteldonkse muziek, maar ook met andere nummers. “Dat hoort écht bij carnaval. Een feest voor gevoel en verbroedering.”
Verschuiving
Volgens hem begrijpen veel mensen buiten de stad niet waar Oeteldonkers voor staan. “Dat komt soms ook door de carnavalsmuziek die uitgebracht wordt door andere Nederlandse artiesten waarvoor ik me kapot schaam.”
Die muziek heeft volgens hem niets met carnaval te maken en wordt bij hem dan ook niet gedraaid. Ik denk dat iedereen wel weet wat we willen en daar moeten we weer naar toe. We zijn niet alleen, maar met meerdere mensen van verschillende leeftijden. We moeten met iedereen rekening houden.”
Van Zwam ziet vooral een verschuiving in het moment waarop carnaval wordt gevierd. “Vroeger ging de jeugd tot vier uur in de nacht op stap. Die zijn nu allemaal naar de voorkant vertrokken sinds de alcoholwet veranderd is en gaan nu dus meer overdag op stap.” Daardoor wordt het drukker in het centrum, wat volgens hem ten koste gaat van het carnavalsleven in omliggende gemeenten.
Hekken
Op sommige plekken wordt het te druk, vindt hij. “Dat moet je dus handhaven.” Hij pleit voor het afschermen van straten en het gecontroleerd toelaten van bezoekers. “Ik geloof niet dat je met alleen muziek mensen kunt wegjagen.”
Van Geffen vindt het plaatsen van hekken te ver gaan. “Dat heeft in principe niks meer met carnaval te maken, maar meer met: waar kunnen we met zoveel mogelijk mensen gaan drinken en feesten? Ik vind dat iedereen van harte welkom is in Den Bosch, maar wel moet weten wat Oeteldonk inhoudt. Waarom de prins aankomt, waarom we een peer hebben, een intocht, optocht, kinderoptocht. Dat zijn echt wel essentiële dingen die bij carnaval horen.”
Van Zwam hoopt dat de kern van carnaval behouden blijft. “Mijn moeder ging vroeger hossend van Reinier van Arkel naar het station en terug, naast elkaar door de straat heen. Ze hadden geen geld en konden de kroegen niet in. De rijke mensen stonden in het café. Dat we dat weer willen, lijkt me ook heel sterk.”

