Vermiste botten van heren van Deurne gezocht door kerkwacht
Echt hoge adel waren de heren van Deurne niet, maar waarschijnlijk wel rijke landadel uit de 14e eeuw. Ze betaalden voor een grafplek dicht bij het priesterkoor van de kerk. Hun grafkelder werd in 1964 herontdekt. Twintig jaar geleden werden ruim 370 botresten meegenomen voor onderzoek. Nu wil de kerkwacht ze terug, alleen is niet duidelijk waar ze zijn gebleven.
De Willibrorduskerk in Deurne zit vol verhalen. Dat is niet zo gek, want de kerk kwam in 1069 al in documenten voor. De toren is 800 jaar oud en wordt gekoesterd door heel Deurne. "Deze kerk is echt de ziel van het dorp", zegt Ton Wouters van de kerkwacht. Die kerkwacht wil van de kerk dan ook graag een trekpleister maken. De skeletten (waaronder 19 schedels) zouden weer hun plek in de grafkelder moeten krijgen.
De hoge heren lagen begraven onder het priesterkoor, maar hun botten werden in de jaren zestig dwars door elkaar gevonden in de zogeheten knekelput. "De grafkisten stonden op stenen blokken", legt Frans Bierings van de kerkwacht uit. "Na verloop van tijd zakte dit in elkaar en werden de resten in die put gedaan.” Uiteindelijk werd het dus een rommeltje in de knekelput. “Er zijn zo’n 19 schedels gevonden, maar de overige botresten zijn afkomstig van meer dan twintig mensen”, zegt Lisette van Erp, ook van de kerkwacht.
"Aan deze kerk wordt al duizend jaar getimmerd."
Middeleeuwse grafkelders zijn heel uitzonderlijk in de regio van Deurne. "De universiteit in Eindhoven heeft ze onderzocht", vertelt Lisette. "De botten werden gedateerd en er werd bekeken of er nog levende nazaten waren in Deurne van de heren van Deurne. Dat bleek het geval."
Een leuk resultaat dus, maar van de botten is nu onduidelijk waar ze zijn en wat voor afspraken er over zijn gemaakt. Degene die er alles over wist bij de kerkwacht is overleden en heeft niet veel op papier nagelaten. De kerkwacht moet nu opnieuw op zoek. Het is het laatste stukje dat de kerk nog mist na een aantal ingrijpende restauraties.
"Aan deze kerk wordt al duizend jaar getimmerd", zegt Lisette. "De laatste restauratie betrof het orgel." Nu zijn de restauraties klaar en is de kerk helemaal gereed om te worden bezichtigd. Elke maand is er een concert en jaarlijks een wisseltentoonstelling. In de lente- en zomermaanden kun je bovendien bijna elke middag naar boven klimmen om vanaf een speciaal aangelegde wandelbrug de indrukwekkende gewelven en de middeleeuwse bakstenen te zien.
De interesse van het publiek is ook nodig om de oude kerk te behouden. Lisette vertelt honderduit over de middeleeuwse toren. "Als je de klokken uit de toren kon horen in die tijd, dan moest je belasting betalen. De kerk kon dan weer zwaardere klokken aanschaffen, die verder reikten, en dat betekende nog meer inkomsten."
"Hij vond dat er 14 apostelen waren."
Deurne was dus best rijk met die flinke middeleeuwse kerktoren en de welgestelde familie van 'Doerne', wier botten nu vermist zijn. De toren had meerdere functies. "De papieren van de gemeente werden er bewaard", zegt Jan Casper van Beek van de kerkwacht. "Er werd recht gesproken voor de deuren van de toren."
Er is dus genoeg te vertellen over de Willibrorduskerk van Deurne, nu de botten nog.
