Zoë wil knallen op olympisch ijs, moeder is gespannen: 'Ga wel even gillen'
Voor Priscilla Ernst (54) uit Lage Zwaluwe zijn de Olympische Winterspelen magisch. Zelf deed ze drie keer mee en deze week zit ze op de tribunes van het Milano Ice Skating Arena om haar shorttrackende dochter Zoë Deltrap aan te moedigen. “Als ik straks haar race bekijk, dan zit mijn hart ergens in mijn keel.”
In 1988 was Ernst er voor het eerst bij op de Spelen, al was shorttrack toen nog geen officiële olympische sport. “Het was een demonstratiesport, waarna de organisatie zou beslissen of het shorttrack toe zou voegen aan het programma. We waren bijvoorbeeld niet bij de openings- en sluitingsceremonie en sliepen niet in het olympisch dorp. Gelukkig is het na deze Spelen een olympische sport geworden.”
In 1992 was Ernst er ook bij in het Franse Albertville en twee jaar later in het Noorse Lillehammer. Al bladerend door haar plakboeken komen de herinneringen weer boven. “Het vuur en de ringen, dat is nog steeds hetzelfde. Het was zo mooi om de Olympische Spelen mee te maken. Al die sporters op één plek, iedereen met het doel om optimaal te presteren. Je ziet sporters lopen die heel blij zijn en je ziet teleurstelling. Er gebeurt veel en je wordt ook een beetje geleefd.”
Donderdag vertrekt ze per camper naar Italië, waar ze hoopt haar dochter in actie te zien. Zoë Deltrap (20) werd niet gekozen voor de individuele afstand, maar de kans is aanzienlijk dat ze een plek krijgt in de relay-ploeg (aflossingswedstrijd) op zaterdag 14 februari. “Dat ze hier staat, is superknap. Na een hernia en daarna een hersenschudding hadden we het misschien niet helemaal verwacht. Ze kwam wat later op gang, maar voor de Spelen reed ze briljant. Als ik technisch naar haar kijk, dan zit alles goed bij haar.”
"Ja, de stress voel ik zeker."
De spanning neemt de laatste dagen voor de race in Milaan toe. “Ja, de stress voel ik zeker, maar dat zal bij alle ouders zijn. Als je zelf rijdt, heb je de controle, nu moet je het loslaten.”
Ernst komt heel rustig over, maar eenmaal op de tribune weet ze dat de stembanden aan het werk moeten. “De laatste rondes van een relay ga ik gillen, al is dat niet onwijs hard hoor. Bij de junioren hoorde ze me wel, maar nu niet meer met al dat publiek. Toen ik zelf op het ijs stond, veranderde er ook iets in mij. In het dagelijks leven ben ik heel zacht, maar op de baan wilde ik er alles aan doen om te winnen.”
De Nederlandse relay-ploeg gaat voor een medaille, maar Ernst is wat voorzichtiger. “Er zijn zoveel deelnemers, dat het een kleine kans is dat je op het podium komt. Maar die kans is er zeker. Weet je, voor Zoë is het vooral belangrijk dat ze lekker rijdt. Als ze voor haar gevoel er alles aan gedaan heeft, dan is ze tevreden.”
In Milaan zullen moeder en dochter elkaar na de race ongetwijfeld een dikke knuffel geven. “Ik hoop vooral dat Zoë ervan geniet. De Olympische Spelen zijn zo anders dan andere wedstrijden. Van een olympisch dorp, de publieke belangstelling tot de hoeveelheid pers, het is zo groot. Dat moet je honderd procent beleven."
Sierlijk
Qua stijl vindt Ernst het moeilijk om zichzelf te vergelijken met Zoë. “De felheid en de sierlijkheid heeft ze van mij, maar ik zat net als alle andere shorttrackers veel hoger. Verder probeert Zoë anderen vaak buitenom in te halen, ik aan de binnenkant. Ik was wat gehaaider, al komt dat ook omdat er vroeger geen televisie bij was. Er werden weleens dingen gedaan die niet helemaal toegestaan waren.”
