Duizend mensen 'doodgebliksemd' toen ze deze grens wilden passeren
De grens tussen Brabant en België oversteken is nu een fluitje van een cent. Maar ruim honderd jaar geleden is dat heel anders. Hekken scheiden beide gebieden van elkaar en daar tussenin loopt een 332 kilometer lange stroomdraad waardoor liefst 2000 volt elektriciteit stroomt. Zo'n duizend mensen overleven de grensovergang niet omdat ze de Dodendraad aanraken en worden 'doodgebliksemd'.
Als in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, zijn zowel Nederland als België neutraal. De Duitsers willen Frankrijk binnenvallen, maar de Fransen hebben van de grens met hun oosterburen een grote, ondoordringbare vestiging gemaakt.
Reden voor Duitsland om via België richting Frankrijk te trekken, ze hebben lak aan de neutraliteit van onze zuiderburen. Het document waarop die onpartijdige houding is vastgelegd is slechts een 'vodje papier', aldus de toenmalige Duitse rijkskanselier (minister-president) Theobald von Bethmann Hollweg.
België verandert in een oorlogsgebied en de Duitsers terroriseren de bevolking. Duizenden burgers worden vermoord, vrouwen verkracht en mannen afgevoerd en gedwongen te werken in Duitsland. Van de middeleeuwse stad Leuven blijft weinig over en die periode staat bekend als de Verkrachting van België.
Ongeveer twintig procent van de inwoners (pakweg 1,5 miljoen Belgen) vlucht, vooral naar Nederland. Ook militairen, in het begin van de oorlog in groten getale, wippen de grens over en sluiten zich daarna in het niet bezette deel van België weer aan bij het leger om tegen Duitsland te vechten.
De Duitsers weten bijna heel België te veroveren en willen dat er een einde komt aan de stroom vluchtende inwoners. In 1915 beginnen ze met de aanleg van hekken en de Dodendraad. Die trekken ze in een rechte lijn langs de grens tussen Nederland en België, over een totale lengte van 332 kilometer.
Om de zoveel honderd meter staat een schakelhuisje om de stroom aan- en uit te zetten, dat 'kotje' wordt ook gebruikt door militairen die de grens bewaken en iedereen zonder pardon doodschieten als ze na een waarschuwing toch verdergaan.
De Dodendraad maakt al snel zijn naam waar. De lichtste aanraking met de draden blijkt meteen dodelijk. “Je ingewanden werden gekookt”, zegt geschiedkenner John Frijters tegen de NOS. Ondanks de vele waarschuwingsborden die langs de stroomdraad staan, overlijden naar schatting zo'n duizend mensen.
De slachtoffers zijn vooral Belgische vluchtelingen. Maar ook Nederlanders komen om. Met name smokkelaars die proberen geld te verdienen door schaars voedsel, zoals boter, van de ene naar de andere kant te brengen. Vaak doen ze dat door een houten raamwerk tussen de stroomdraden te zetten en daar doorheen te kruipen. Maar dat gaat regelmatig mis.
Ook worden mensen 'doodgebliksemd', zoals dat destijds werd omschreven, omdat ze simpelweg niet weten wat stroom is. Pas aan het einde van de 19e eeuw verschijnen de eerste lantaarnpalen in Nederland die op stroom werken, maar het zal nog vele tientallen jaren duren voordat ieder huis in ons land van elektriciteit is voorzien.
Onze regering maakt geen enkel bezwaar tegen de Dodendraad, uit angst dat de Duitsers tegenspraak zien als een provocatie en alsnog ons land binnenvallen. Sterker nog, ook aan onze kant van de Draad houden militairen de grensovergang streng in de gaten. Gepakte smokkelaars worden zwaar bestraft en gevluchte Duitse soldaten belanden in bewaakte kampen.
Tegen het einde van de oorlog, in 1918, gaat de stroom eraf. Delen van de Dodendraad zijn nog in het Belgische Baarle-Hertog, vlak bij Baarle-Nassau te zien. Ook is er een fietsroute die je langs monumenten uit de Eerste Wereldoorlog leidt.
Vervlogen Verleden
Vervlogen Verleden is een wekelijkse rubriek over leuke, opmerkelijke of grappige weetjes uit het rijke Brabantse verleden. Heb je een tip, mail dan naar: [email protected].
