Net echt: tientallen brandweerwagens bestrijden natuurbrand
Tientallen brandweerwagens uit heel Brabant die een grote natuurbrand bestrijden. Dat is eind februari vrij ongebruikelijk, maar het gebeurde zaterdag wel. Het ging om een grote oefening van de drie Brabantse veiligheidsregio's. Een oefening van zo'n grote omvang is er niet vaak.
De drie regio’s - Midden- en West-Brabant, Brabant-Noord en Brabant-Zuidoost - werken ieder met hun eigen methodes. Juist daarom is deze gezamenlijke oefening zo belangrijk. "We willen weten waar de verschillen zitten", zegt Ben van de Waarsenburg van de brandweer Midden- en West-Brabant. "Het communiceren en samenwerken met elkaar is het belangrijkste dat we hier oefenen."
Volgens hem zijn natuurbranden een van de grootste gevaren waar de brandweer mee te maken heeft. "Ieder jaar hebben we een grote natuurbrandoefening. Maar nu doen we dat met drie regio’s tegelijk." Door samen te trainen hopen de hulpdiensten fouten tijdens een echte ramp te voorkomen.
Jeugdbrandweer is het vuur
Op het veld, tussen rookmachines en borden die op vlammen lijken, loopt een opvallende groep rond. 25 jongeren in rode poncho’s spelen het vuur.
"We moeten wachten tot ze zeggen dat we moeten lopen en dan naar voren lopen", vertelt een van de 'vlammen', Rayan uit Tilburg. "Ik doe het vooral voor de frietkar die na de oefening komt."
Ook Tess uit Goirle speelt vuur. Ze zit zelf bij de jeugdbrandweer. "Je leert met vuur omgaan. Dat vind ik kei vet. En je leert nieuwe mensen kennen."
Ruben uit Kaatsheuvel knikt. "Ja, wij zijn het vuur. Het is een best apart gevoel om vuur te zijn. Bij de jeugdbrandweer zijn is mooi. Je leert mensen helpen en een brand bestrijden."
Brandweerman Stijn Berens stuurt de jongeren aan. "Zij spelen het verspreiden van een natuurbrand. De beroepsmensen en vrijwilligers moeten hen als het goed is 'blussen'. Zo kunnen wij realistisch oefenen." Poncho aan of niet, de 'vlammende jongeren' hielden het -op wat regendruppels na- droog, want ze werden niet natgespoten door de brandweerlieden.
Even verderop staat de officier van dienst in overleg met andere commandanten. Hij legt de situatie uit: "Er is een bosbrand die zich uitbreidt. De wind komt uit zuid-zuidwest. Er is ook uitbreiding naar het westen, maar ik denk niet dat we die gaan houden."
Samen bespreken ze het plan: waar komen de stoplijnen, waar komt het water vandaan en wie pakt welke taak op?
Precies dát is waar de oefening om draait, zegt Van de Waarsenburg. "Als er echt iets gebeurt, moet je elkaar blindelings kunnen vinden. Door samen te oefenen, zorgen we dat we klaar zijn voor het echte werk."
