Eendagsvlieg en steenvlieg keren terug in beken, Michiel is er dolblij mee

Gisteren om 19:15 • Aangepast gisteren om 20:22

Omdat het water in de Brabantse beken jarenlang niet schoon genoeg was, waren ze verdwenen: de eendagsvlieg en de steenvlieg. Decennialang konden ze hier niet meer leven door onder andere slechtere waterkwaliteit en het rechttrekken van beken. Dinsdag werden er enkele honderden exemplaren uitgezet in verschillende Brabantse beken.

Profielfoto van Jan Peels
Geschreven door

Michiel Cornelis, ecoloog van waterschap Brabantse Delta, heeft er een speciale plek voor uitgezocht in de Roovert, een beek diep in het bos op de grens van België en Nederland bij Hilvarenbeek.

Met een waadpak en twee emmers vol insecten stapt hij het water van het beekje in. "De eendagsvlieg vindt het fijn om een beetje in rustiger water te verblijven en de steenvlieg houdt juist wel van stroming en hier op deze plek van de Roovert heb je dat allebei", zegt Cornelis.

"De vliegen komen van de Veluwe, daar hebben we ze gisteren gevangen en we zijn heel blij dat we ze hier vandaag weer vrij kunnen laten in het water", vertelt hij, terwijl hij langzaam de minuscule diertjes in het water laat glijden. Dat gaat heel behoedzaam. "Ik laat eerst wat water van de beek in de emmer stromen, zodat ze langzaam aan het water van de beek kunnen wennen."

Onderzoekers van de Brabantse waterschappen, Wageningen University en studenten van de HAS in De Bosch hebben aangetoond dat de eendagsvlieg en de steenvlieg  kunnen overleven in Brabantse beken.

Het lijkt een grote inspanning voor een eendagsvlieg, maar de ecoloog legt uit dat die naam niet helemaal klopt. "De larven leven een jaar in het water, maar de naam komt van het moment dat ze uitvliegen. Dan leven ze maar een of twee dagen."

De insecten zijn klein, maar volgens Cornelis van onschatbare waarde voor het ecosysteem. "Ze breken plantenmateriaal dat in de beek terecht komt af door het te versnipperen. Het is een legertje onvermoeibare insecten dat helpt de beek schoon te houden en het ecologisch evenwicht te bewaren."

"Bovendien werken ze als levende meetinstrumenten: ze vertellen ons of het water in onze beken schoon en leefbaar is. Het is belangrijke mijlpaal voor het herstel van de Brabantse biodiversiteit en waterkwaliteit."

"De omstandigheden en het water in de beken lijken goed, dus de kans is groot dat ze het overleven."

De twee soorten zijn ‘slechte’ vliegers en verplaatsen zich nauwelijks over grote afstanden. Om te weten of Brabant geschikt is, zijn larven uit de Veluwe in het laboratorium getest met water en sediment uit de geselecteerde Brabantse beken.

Het resultaat: ze groeien, leven en ontwikkelen zich even goed als in de beken op de Veluwe. "De komende jaren volgen we de waterinsecten. De omstandigheden en het water in de beken lijken goed, dus de kans is groot dat ze het overleven. Over vijf jaar kunnen we dan vaststellen of de herintroductie echt geslaagd is en de Brabantse beken hersteld zijn."

App ons! 👋

Heb je een foutje gezien of heb je een opmerking over dit artikel? Neem dan contact met ons op.